NT’er in de kunst

Werken aan je profielwerkstuk in een museum. Niet voor een kunstvak, maar voor scheikunde. Dat kan in het Mauritshuis.

Jacqueline Kuijpers

Wat moeten vijf techneuten op maandagochtend in het Mauritshuis in Den Haag? Dat vroeg Arnout (16) zich aanvankelijk ook af. “Toen onze leraar belde om te vragen of ik iets voelde voor een profielwerkstuk over restaureren in het Mauritshuis, vond ik dat helemaal niks.” Zijn vier collega-leerlingen knikken instemmend. Ruben (17): “Dat is omdat je er niks van weet. Je denkt als NT’er (profiel Natuur & Techniek, red.) ‘ik ga later een raket bouwen’. Wat moet je dan met kunst? Maar nu weet ik dat hier heel veel scheikunde bij komt kijken.”

Het project restauratie/conserveren is het jongste educatieve project van het Mauritshuis. Het is opgezet in nauwe samenwerking met het Dalton Den Haag en draait dit schooljaar op proef. Educatief medewerkster Pia Westgren: “De meeste educatieve projecten benaderen de kunst. Wij vonden het leuk om nu eens de technische kant te benadrukken die direct verband houdt met het behoud van onze collectie.”

De vwo-leerlingen (zes jongens, de hele lichting N&T) doen onderzoek naar de restauratie en conservering van zeventiende-eeuwse schilderijen. Ze bezoeken vier keer het Mauritshuis, inclusief het restauratieatelier.

Ter voorbereiding geven de docenten natuurkunde en scheikunde lessen over bijvoorbeeld de chemische samenstelling van verf en vernis, de molecuulketens van oplosmiddelen en de gevolgen van licht en uv-straling op schilderijen. Zij zijn daarvoor op hun beurt bijgeschoold door Sabrina Meloni, restaurator van het Mauritshuis. Op school doen de leerlingen verschillende proefjes met vocht, licht en – als onderzoeksonderwerp voor het profielwerkstuk – met vier verschillende soorten vernis.

Vandaag is de derde bijeenkomst in het Mauritshuis. Die begint op zolder bij de klimaatbeheersinginstallatie. Via de wenteltrap dalen de jongens daarna af naar de grote zaal, waar een filmpje over de effecten van licht en lucht op een schilderij opzien baart. In versneld tempo is in close-up te zien hoe de verf barst, krimpt en uitzet onder invloed van het klimaat. “Soooo!”

Met een mandje vol instrumenten – een aanwijslampje, een hoofdloep, een uv-lamp – in haar hand leidt Sabrina Meloni de jongens door de zalen. Bij verschillende schilderijen staat ze stil om de effecten van de tand des tijds te laten zien en uit te leggen wat de oorzaak is. Craquelé in verschillende vormen, kromgetrokken panelen, verkleuringen, een in het verleden slecht uitgevoerde restauratie waardoor de gerestaureerde plekken anders verkleuren dan de originele verf. En in één adem vertelt ze wat zij en haar collega-restaurator kunnen doen om dat soort processen stil te zetten. Van een microklimaatdoos in de lijst tot het verstevigen van de achterwand: alles wordt getoond.

De jongens luisteren geboeid. Af en toe staat er eens een stil bij een schilderij. Zomaar, om te kijken. Tot slot gaan ze naar het atelier. Verboden voor publiek en daarom des te interessanter. Voor het raam zit restaurator Alice Tate-Harte geconcentreerd te werken aan een schilderij van Frans Hals: Portret van Jacob Olycan (1625). Ernaast staat het portret van zijn echtgenote Aletta Hanemans. Een grote lamp zet de werken in een onbarmhartig licht. Sabrina Meloni wijst op de verkleurde verf in de jurk van Aletta, die ooit paars moet zijn geweest. “Maar hoe paars? Daarom gaan we niet zover dat we dat bijkleuren, want je weet niet hoe het eruit gezien heeft.”

De jongens hebben de schilderijen bij hun vorige bezoek ook al gezien. Toen zagen ze hoe Sabrina Meloni er met snelle streken een vernislaag opzette waardoor het schilderij ging glanzen zoals het in de zeventiende eeuw moet hebben geglansd. “Hebben jullie al besloten wat je met het wapen gaat doen?” vraagt Ruben. In de bovenhoeken van beide doeken is achteraf een wapen geschilderd. Op een platte manier, in felle kleuren die de aandacht wegtrekken van de beide echtelieden. “Ja”, zegt Sabrina Meloni. “We hebben besloten dat we die gaan overschilderen, zodat het schilderij weer wordt zoals Frans Hals het bedoeld heeft.”

Later zegt Rens (16) hierover: “Dat ze dat durven!”

Voor de leerlingen was het project op het snijvlak van kunst en techniek een eyeopener. Ook voor hun eigen beroepsperspectief. Ruben: “Je ziet hier een kant van de schilderijen die je niet verwacht. Zelfs dingen die op de achterkant staan. In de vorige les zette Sabrina een infraroodcamera op een schilderij van Jan Steen en daardoor kon je onder de verf de schets zien die hij eerst gemaakt had. Echt bijzonder.”

Het proefproject loopt in mei ten einde. Naar verwachting zal het zeker een vervolg krijgen, maar hoe dat er uit gaat zien is nog onbekend.

Vast staat wel dat het kijkje achter de schermen, zoals deze leerlingen dat hebben gehad, niet geschikt is voor grote groepen. Kasper (16): “Het mooiste vond ik dat wij de vernislaag mochten aanraken van dat schilderij van Frans Hals. Dat mag normaal niet.” En dat zal dus ook zo blijven.