Muziekschepper Zappa wild verfilmd voor tv

Deze en volgende zondag zendt de VPRO een documentaire uit over Frank Zappa, van Frank Scheffer. Joyce Roodnat sprak met hem

Frank Scheffer (Venlo, 1956) maakte beroemde documentaires over de grote hedendaagse componisten, zoals John Cage, Louis Andriessen en Elliott Carter. ‘De beste muziekfilmer ter wereld’ voltooide nu een wild portret van Frank Zappa (1940-1993), Amerikaan, componist, bandleider, gitarist, filmer, nar, stoker.

Waarom maakte je een film over Frank Zappa, Frank Scheffer?

„Ik wilde hem terugbetalen. Toen ik 13 was, ik zat in de brugklas, kreeg ik met sinterklaas een plaat van Ekseption. Dat was toen hip, maar ik was er na twee weken wel mee klaar. In de fietsenstalling heb ik ‘m geruild voor een plaat van Zappa: We’re Only In It For The Money. Dat was een oerknal voor mij, het begin van al mijn films.”

Toeval? Scheffer betwijfelt dat: „Zappa zegt: The universe works, whether we understand it or not. Op de platenhoes verwees Zappa naar Edgar Varèse [Frans componist, 1893-1965, vanaf 1915 werkend in New York – JR]. Ik ging die muziek ook beluisteren. Begreep ik niets van. Mijn volgende film gaat over Varèse. Dan ben ik klaar, het zal mijn laatste componistenfilm zijn. Varèse is de grootste van allemaal, een visionair, hij omspant de 19e en de 20ste eeuw en hij strekt zich uit tot in de 21ste eeuw. Zappa voelde Varèse beter aan dan wie ook.”

Scheffer had graag met Zappa zelf gewerkt. Hij stuurde hem zijn Arnold Schönbergfilm, „met een brief waarin ik hem verantwoordelijk stelde voor mijn films over Cage en Carter. Maar ik was te laat, hij was al te ziek.” Zappa overleed in 1993, Scheffer werkte voor zijn film nauw samen met weduwe Gail Zappa.

Scheffers Frank Zappa schiet heen en weer tussen de rust van een gigantisch archief vol muziekpapier en cassettebandjes, en de wereld van Zappa’s popconcerten, „hippie and trippy and stoned”. Gein is alomtegenwoordig, met songs vol snelle woordgrappen, maar wordt regelmatig onderbroken voor de intimiteit van gesprekken met nog altijd diep door Zappa geraakte collega-muzikanten. Psychedelische beelden van nachtclubgedans vervloeien met Zappa’s bliksemende muziek – je voelt hoe het was in zijn tijd en hoe het nu niet meer is. Meermaals ondersteunt Scheffer die muziek met bonkige autoraambeelden van motels en drugstores – je beseft hoe Amerikaans Zappa was. En ineens houdt Scheffer het op beelden van de woestijn. Yuka’s en kiezels, in satijnen zwartwit.

De Amerikaanse woestijn figureert vaker in Scheffers films. vanwege „de oneindigheid, de sensatie van ruimte”, legt hij uit. „Wij kennen dat niet, Amerikanen wel. Die niet-gebondenheid heeft Zappa geïmpregneerd. Als hij de straat uitliep stond hij meteen in de eindeloosheid. John Cage ook. Grenzen kennen ze niet, alles gaat steeds door. De woestijn veroorzaakt die uitgesproken interesse voor verandering in het werk van zulke componisten.”

het universum voelen

In een ondertitel bij de film noemt Scheffer Zappa A pioneer of the future music. Die pionier nam alles mee. „Hier stond de beste jukebox van de stad”, zegt een oude vriend van Zappa, „vol met Johnny ‘Guitar’ Watson.” Alles kunnen meenemen is een kenmerk van de grote kunstenaar, vindt Scheffer: „Debussy hoorde op de Wereldtentoonstelling Japanse muziek en húp: de muziekgeschiedenis veranderde.” In de film joelt Zappa: ,,Het is tijd voor het delicate onderwerp van vliegende schotels!’’ Hij rekt zijn magere bast en geeft zijn band een teken. Zijn muziek barst weer los. Breekt uit.

De Zappa-film mondt uit bij Igor Stravinski en zijn Sacre du printemps uit 1913. De Sacre voor het eerst horen, is cruciaal, zegt Scheffer: „Toen begon Zappa met componeren. Elliott Carter ook. Stravinski emancipeerde de percussie en zij konden verder.”

Scheppen is van de norm afwijken, horen we Zappa zeggen. Scheffer herkent dat. Hij gebruikte de muziek om het filmvak te leren, nog steeds ‘componeert’ hij zijn films. „Ritme, structuur, de werking van het geheugen – de muziek is daar 400 jaar mee bezig. Muziek betekent het universum voelen; uitleggen gaat niet. Die ervaring pas ik toe in mijn films. Beeld en geluid zijn twee verschillende dingen. Laat je het beeld de muziek volgen, dan ontkrachten ze elkaar. Beeld plus geluid moeten nieuwe magie opleveren. Eén plus één is drie.”

Zappa componeert. Hij zit gebogen over een vel papier, hij schrijft, gumt, schrijft. In de meeste van Scheffers films zie je componisten componeren: schouders krom boven de notenbalken, gekwelde concentratie. „Ze scheppen, ze herscheppen, ze zijn kleine godjes. Vooral mannen hebben dat. Wij kunnen zelf niet creëren, zoals vrouwen. Die kunnen een kind baren, dat is uiteindelijk de enige werkelijke creatie. Ik bedoel dat niet negatief. Zaad is lol. Maar wij mannen zoeken compensatie. In principe zijn we lui. Toch, soms moet het en dan gebeurt het. Dan scheppen we en dan lijden we. Lijden is zíjn.”

‘Frank Zappa – A pioneer of the future of music, part I & II.’ VPRO, Het Uur van de Wolf, zondag 22 en 29 april, Nl. 2, om 18.55u.

Rectificatie / Gerectificeerd

In het interview Muziekschepper Zappa wild verfilmd voor tv (21 april, pagina 54) staat dat Claude Debussy op de Wereldtentoonstelling in Parijs (1889) beïnvloed werd door Japanse muziek. Debussy hoorde er Javaanse muziek (gamelan).