Met voetbal de favelas ontvluchten

In de krottenwijken van Rio de Janeiro vielen de afgelopen week weer tientallen doden. In een wereld waar drugsbendes en politie om de macht strijden zorgt voetbal voor afleiding.

Een jongetje schiet op het veld van een voetbalschool in Vila Cruzeiro een bal op doel. Vila Cruzeiro is één van de circa zeshonderd krottenwijken die Rio de Janeiro telt. Jaarlijks eist de drugsoorlog in de stad duizenden doden. Foto Rien Hokken Rio de Janeiro Hokken, Rien

Koen Greven

Middenin het gesprek krijgt Farney het plotseling te kwaad. De ogen van de 26-jarige Braziliaan vullen zich met tranen. Met zijn handen probeert hij zijn gezicht schoon te vegen. De voormalige drugshandelaar heeft meer dan eens zonder enige emotie anderen doodgeschoten, maar een paar jaar geleden is hij tot inkeer gekomen. Het besef dat hij een andere richting in moest slaan, kwam tijdens een reünie van een voetbalploeg.

Als straatjongen in Rio de Janeiro won Farney in 1996 – net als vijftien anderen – met een prijsvraag een veertiendaagse reis naar Nederland. Ze speelden een wedstrijd in Groningen en trainden bij PSV. Ze droomden van een carrière als profvoetballer in het land waar Romário en Ronaldo hun internationale loopbaan begonnen. Weer in Brazilië waren de jongens snel terug in de harde realiteit. Als Farney denkt aan de dag waarop een weerzien met zijn vriendjes had moeten volgen, is de schok nog altijd groot. Van de zestien voetballertjes waren er nog zes in leven. Twee van hen zaten in de gevangenis. Niemand heeft het kunnen maken als voetbalprof.

Elf jaar na de voetbaltrip jaagt Farney andere dromen na. Hij telt op de vingers van één hand de jongens die nog leven. „Natuurlijk had ik het graag willen maken als voetballer, maar het is anders verlopen. Ik leef tenminste nog”, zegt hij in een cafeetje in de sloppenwijk Vila Kennedy. In één van de circa zeshonderd favelas van Rio de Janeiro probeert hij nu anderen te behoeden voor fouten. „Ik heb leren leven met mijn verleden, ik hoop dat God mij ook kan vergeven. Ik wil een voorbeeld zijn voor mijn kinderen. Het is een nachtmerrie als die later in de drugswereld terechtkomen.”

Voetbal, drugs en geweld zijn onlosmakelijk verbonden met de achterbuurten. In wijken als Vila Cruzeiro, Vila Aliança, Furquim Mendes en Vigário Geral durft de overheid zich bijna niet te vertonen. Drugscommando’s maken er de dienst uit. De ‘grenzen’ worden bewaakt door jonge soldados met geweren, die vanaf de daken iedere bezoeker in de gaten houden. Er leven naar verluidt 12.500 bewapende jongeren tussen de acht en 23 jaar in de sloppenwijken van Rio. Kinderen zijn een makkelijke prooi voor drugsbazen die hun territorium willen beschermen.

Het geweld is opgelaaid sinds gouverneur Sergio Cabral eind vorig jaar de oorlog aan de bendes verklaarde, mede met het oog op de Pan-Amerikaanse Spelen van komende zomer. Dan moeten alle deelnemers en gasten zich veilig kunnen voelen in de stad. Afgelopen dinsdag vielen vlakbij het centrum van de stad zo’n twintig slachtoffers in vuurgevechten tussen drugsbendes en politie. De drugsoorlog eist jaarlijks duizenden levens.

Het spelen, kijken en eindeloos praten over voetbal leidt de gedachten van het geweld af. De liefde voor futebol is één van de weinige dingen die de verschillende sociale klassen verbindt. Op het voetbalveld geldt een eigen hiërarchie. Daar is talent belangrijker dan geld en macht. Het Braziliaanse Instituut voor Innovatie ter bevordering van een Gezonde Samenleving (Ibiss) stichtte de voorbije jaren 22 voetbalscholen. Mogelijk wordt binnenkort een samenwerkingsovereenkomst getekend met een Nederlandse eredivisieclub.

In Vila Cruzeiro proberen lokale trainers dagelijks talenten klaar te stomen voor een profloopbaan. Op nog geen honderd meter van de zandvlakte staat het ouderlijk huis van Adriano Leite Ribeiro. De spits van Inter Milaan is de trots van Vila Cruzeiro. De buitenwereld vereenzelvigt deze favela echter eerder met bruut geweld. Vijf jaar geleden haalde Vila Cruzeiro het wereldnieuws als de wijk waar journalist Tim Lopes werd afgeslacht. De Braziliaan werd betrapt toen hij met een verborgen camera opnames wilde maken van de drugshandel. Zijn lichaam werd aan stukken gesneden en in de ‘magnetron’ – een stapel autobanden – gegooid, overgoten met benzine en in brand gestoken.

André Silva (29) weet hoe sterk je moet zijn om als voetballer het geweld van de favelas te ontvluchten. Zijn liefde voor het voetbal won het van de verlokkingen van de drugswereld. Op zijn negende kwam hij bij Olaria Atlético Clube, de club waar Romário begon. In zijn jeugd speelde Silva bij São Cristóvão met Ronaldo, hij werd prof bij América, trainde bij FC Groningen, stond in 1999 in de belangstelling van Ajax en speelde de laatste jaren bij LDU Quito uit Ecuador.

Silva heeft zijn afkomst nooit verloochend. Jaren geleden besloot hij zich in te zetten voor Ibiss. Dag in dag uit is hij bezig jonge ‘soldaten’ uit de drugsscene te halen. Als één van de leiders van het programma Soldados nunca Mais (nooit meer soldaten) wist hij honderden jongens op het rechte pad te krijgen. Niet zelden moest hij met zijn halfbroer en drugsbaas Ricardo Cruz onderhandelen om te voorkomen dat de kinderen ‘in de rug geschoten’ werden. Daarnaast moet het Openbaar Ministerie worden overtuigd dat de ‘uittreders’ niet vervolgd worden om hun misdaden. „Als kind wilde ik voetballer worden. Romário was mijn idool”, zegt Silva. „Ik heb het geluk gehad dat het mij gelukt is. Voetbal zit in mijn bloed. Ik heb nooit overwogen de favelas de rug toe te keren. Hier ligt mijn hart en wonen mijn kinderen.”

Silva slaagde er niet in zijn halfbroer uit de drugsscene te halen. „Ricardo was een drugsbaas, maar ik hield wel van hem. Vorig jaar is hij door de politie doodgeschoten. Ik kon hem niet uit de ellende halen. Hij zat er te diep in.”

Een paar maanden voor de dood van zijn broer hing het leven van Silva aan zijden draadje. De politie pakte hem op, bond hem vast en eiste losgeld. Nanko van Buuren, de Nederlandse directeur van Ibiss, moest hard onderhandelen om hem vrij te krijgen. „Ik stond naast zijn broer terwijl ik telefonisch met de politie sprak. Losgeld zou die jongen nooit betalen. Dat het toch lukte om Silva vrij te krijgen, was een enorme overwinning voor ons”, zegt Van Buuren.

Silva is hem eeuwig dankbaar. „Nanko heeft mijn leven gered. Hij is als een vader. Als ouders hebben we de plicht onze kinderen de goede kant op te wijzen. Ik probeer zoveel mogelijk met de moeder van mijn dochter en zoon te praten.” Glimlachend: „Mijn zoon kan goed voetballen. Hij heeft gelukkig mijn talent.”

Trots vertelt Silva over drie jongens die onlangs zijn opgenomen in de jeugdopleiding van voetbalclub Fluminense. Enkele jaren terug liepen ze nog met wapens door de straten. „Die jongens zijn nu voorbeelden voor anderen.”

Kilometers verderop is Farney in Vila Kennedy uitgegroeid tot steun en toeverlaat van tieners die hun leven willen beteren. Hij kan vertellen hoe het leven van een drugsbaron is. Hij verdiende ooit vijfduizend dollar per week, maar was zijn gevoel kwijt. Van Buuren wist Farney voor Ibiss te winnen. „Hij was een grote jongen in de drugswereld”, stelt hij. „Het mooie is dat zijn oude baas, António, zich ook heeft vrijgemaakt. Die had een paar honderd moorden op zijn geweten, maar zet zich nu ook in voor een beter leven in de favelas.”

‘Uittredende’ soldados hebben niet altijd de garantie op een beter leven. Gugu, die de drugsmaffia meer dan twee jaar geleden de rug toekeerde, werd vorige week door politiemensen op straat herkend. Drie dagen later werd Gugu aan stukken gesneden teruggevonden in een sloot in Nova Iguaçú. Om herkenning te voorkomen, werden zijn handen afgehakt en weggegooid. Zijn collega’s van Soldados nunca Mais moesten hem identificeren. Farney en Gugu leerden elkaar kennen in de drugsscene waaraan ze beiden konden ontsnappen. De brute dood van Gugu maakte duidelijk dat een garantie op een beter leven in Rio niet te verkrijgen is.