Las Angelitas

Panama vernieuwt zichzelf, het cement is al op. Plaatsen van weemoed zijn er straks misschien niet meer.

In de Avenida Central lonken etalages vol kleurige stoffen, duizenden schoenen, plastic bloemen en mobiele telefoons. Drommen kopers sjouwen door de stroperige hitte, in kleur variërend van diepzwart tot het lichtste karamel. Kleine Indiaanse Kuna’s, de vrouwen met felrode hoofddoeken en geborduurde blouses, stappen als exotische vogels voort op stakerige, met kralen omwikkelde benen. Ver boven hen uit torenen de Creoolsen die majestueuze billen laten draaien in strakke jeans. Loterijverkopers roepen met schorre stemmen de nummers van biljetten die geluk zullen brengen. In het park, in de schaduw van bomen met genereus grote bladeren, doen schoenpoetsers rustig hun werk. Hun klanten, gezeten op hoge tronen, lezen de krant. Een man met een grote zonnehoed verkoopt oranje papaja’s en geurige ananassen. Zijn kraam staat haast op straat, hij kan elk moment geschept worden door de ronkende oude Amerikaanse schoolbussen die voorbij denderen. Jongens hangen uit de deuropening en schreeuwen een bestemming: Calle 50! El Terminal! Tussen de rookspuwende voertuigen door, die beschilderd zijn met besneeuwde Alpen, middeleeuwse kastelen, of sprookjesachtige huisjes in een bos, waag ik me naar me de overkant.

De stokoude krantenverkoper kan zijn hoofd niet meer opheffen, hij herkent me aan mijn schoenen. Mompelend neemt hij mijn geld in ontvangst en reikt La Prensa aan. Ik duw de klapdeurtjes open. Een weldadige koelte omarmt me. Café Las Angelitas. Alsof ik nu ineens alle tijd van de wereld heb, neem ik rustig plaats aan een van de houten tafeltjes. Aan de wanden hangen foto’s van het café in de jaren dertig, toen er alleen nog maar T-Fords door de straten reden. Bij een van de serveersters bestel ik koffie met veel melk en gebakken lever, mijn lievelingsgerecht. De meisjes van de bediening, is me verteld, hebben het café zijn naam bezorgd. Het zijn de achterkleindochters van de Creolen, de Chinezen en de Fransen die het Kanaal hebben gegraven. Op hun gezichten is de geschiedenis van Panama te lezen. Hun huid lijkt in honing gedoopt.

Ik lees in de krant over de bouwboom die gaande is in Panama-stad; het cement is op, over de aanstaande verbreding van het Kanaal, over corruptie in de regering. Ondertussen houd ik een oogje op wat er in het café gaande is. Aan de tafel waaraan elke ochtend dezelfde textielhandelaren bijeen zijn, wordt druk gediscussieerd. Ze zijn allemaal gekleed in vers gestreken guyabera’s, een van hen draagt altijd een zwarte strooien hoed. De blinde man is zojuist op zijn plaats neergestreken. Hij heeft pannekoeken besteld waar een van de serveersters zorgzaam stroop over uitschenkt. Voor elke vaste klant hebben ze een vriendelijk woord, sommige heren krijgen zelfs een zedige kus ter begroeting. Nooit krijg je de rekening gepresenteerd voor je erom hebt gevraagd. Wie wil mag gerust de hele dag blijven.

Café Las Angelitas is voor mij een vertrouwde huiskamer in den vreemde. Het zijn meest mannen die naar Las Angelitas komen, maar als vrouw word ik buitengewoon beleefd bejegend. Het is señora voor, señora na. Hoeden worden gelicht. Als, zoals dat wel eens gaat, de vraag zich opdringt: waarom leeft een mens?, dan kan ik die in Las Angelitas moeiteloos beantwoorden: om hier koffie te drinken. Desgewenst kan daarna de tijd gerekt worden tot de soep van de dag gereed is.

Met weemoed denk ik aan gelegenheden die in het verleden net zo’n rol in mijn leven vervulden. Hotel Miramar in Golfito, Costa Rica.

Behalve eten en drinken kon je er ook slapen. Er was geen enkele reden om daar ooit weg te gaan. Als je aan de bar zat, hoorde je de zee erachter kabbelen. Een paar keer per dag kraakte het houten gebouw in zijn voegen, als de bananentrein voorbijreed. Maar het paradijs bestaat niet: op een ochtend is het hele Miramar tijdens een aardbeving in de oceaan gestort.

In de hoofdstad van Costa Rica, San José was er Soda Palace. Oude serveersters, die zich traag als schildpadden bewogen, brachten je bier of gebakken eieren. Aan het kerkachtige plafond hingen kristallen luchters. De laatste keer dat ik er heenging, was Soda Palace een Kentucky Fried Chicken geworden.

In Panama staat ook van alles op stapel. Snelwegen zullen door de stad worden getrokken, tientallen wolkenkrabbers staan in de steigers. Boulevard Balbao is kaalgeslagen om plaats te maken voor de hoogste gebouwen van Latijns Amerika. Alles moet anders, alles moet nieuw.

Aan de bar schuift de man aan die elke ochtend geheel in smetteloos wit verschijnt, zijn schoenen en hoed net zo goed. De kleine verkoper gaat de tafels langs met zijn botte scheermessen en zijn tubetjes superlijm. Ik neem alles en iedereen goed in mij op. Voor het geval dat Las Angelitas niet meer bestaat als ik de volgende keer naar Panama kom. Voor als er alleen nog maar een herinnering is.