‘Ik vecht tegen de beeldvorming’

Van de kortgedingrechter mag men hem een ‘maffiamaatje’ noemen. Abraham Moszkowicz over de moeilijkste dagen uit zijn advocatenbestaan. „Door mijn geheimhoudingsplicht kan ik me moeilijk verweren tegen bepaalde beschuldigingen.”

Tussen de ingelijste foto’s en officiële oorkondes hangt aan de muur van het wachtkamertje bij de werkkamer van Bram Moszkowicz een kleine spotprent. Uitgeknipt uit een Amerikaanse krant. Het is een tekening van een man die bij het openen van de kofferbak van zijn auto een onverwachte gast aantreft „Maar meneer Moskvitch, ik dacht dat wij afscheid hadden genomen bij het Poolse front”, staat er onder.

Het is joodse humor over overleven die past bij de situatie waarin de Amsterdamse advocaat van Limburgse afkomst zich bevindt. „Gekregen van een Nederlandse meneer uit Amerika”, vertelt Moszkowicz met een glimlach terwijl hij het lijstje van de muur haalt.

Bram Moszkowicz is naar eigen zeggen een overlever. Afgelopen woensdag diende bij het hof in Amsterdam het hoger beroep tegen zijn kwelgeest Jort Kelder. De gewezen hoofdredacteur van het zakenblad Quote maakte hem uitvoor ‘maffiamaatje’ en beschuldigde hem van witwassen van zwart geld.

Ook als hij niet wint, zo stelt Moszkowicz, gaat hij als advocaat door in de stijl die hij de afgelopen 25 jaar heeft ontwikkeld. Omdat hij het ‘leuk’ vindt. Maar ook omdat het zijn eer te na is om nu te stoppen. „Ik zou alleen al niet stoppen met de advocatuur omdat bepaalde mensen dat juist willen.”

Het ‘moeilijkste’ weekeinde uit het professionele leven van Bram Moszkowicz begint op vrijdag 16 februari van dit jaar met een telefoontje van Hans van Veggel, de deken van de Amsterdamse orde van advocaten. Of hij even langs wil komen. Moszkowicz krijgt te horen dat de deken twee weken daarvoor gebeld is door het Amsterdamse parket van het Openbaar Ministerie met de mededeling dat er een bedreiging lag aan het adres van Moszkowicz.

Toen was dat voor Van Veggel geen reden geweest om Moszkowicz daarover te informeren maar nu is de situatie anders. Die vrijdag wordt namelijk bekend dat de erven van de vermoorde vastgoedhandelaar Willem Endstra hun al eerder aangekondigde tuchtklacht tegen Moszkowicz daadwerkelijk hebben ingediend. De erven beschuldigen Moszkowicz van belangenverstrengeling omdat hij Holleeder verdedigt terwijl die wordt beschuldigd van het afpersen van Willem Endstra, tot zijn gewelddadige dood eveneens cliënt van Moszkowicz. Een dag eerder wees de Amsterdamse kortgedingrechter de klacht van Moszkowicz af tegen Jort Kelder.

Van Veggel meldt Moszkowicz dat hij bedreigd wordt door mensen uit de groep rond Holleeder. De advocaat noemt die veronderstelling ‘onzinnig’, maar volgt wel het advies van de deken op te gaan praten met Tjibbe Joustra, de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijdingen. Deze is ook verantwoordelijk voor persoonsbeveiliging namens de overheid.

Joustra’s mannen halen Moszkowicz op van zijn adres aan de Herengracht in Amsterdam. Moszkowicz ziet geen reden om af te zien van een al geplande korte vakantie naar Frankrijk. „Ik heb met Joustra afgesproken dat zij tijdens mijn verblijf in het buitenland de situatie zouden evalueren. Dat gebeurde allemaal in een rustige, zakelijke sfeer. ”

Desondanks verklaart advocaat Gerard Spong, die samen met zijn kantoorgenoot Oscar Hammerstein Moszkowicz bijstaat in de procedure tegen Kelder, die avond bij het televisieprogramma Nova dat er sprake is van een „beklemmende en serieuze” situatie. Het leidt tot wilde speculaties over de aard en achtergrond van de bedreiging.

Die opwinding is Moszkowicz naar eigen zeggen ontgaan. Hij heeft dat weekeinde iets heel anders aan zijn hoofd. Hij besluit de verdediging van Willem Holleeder neer te leggen. Een beslissing die hij de maandag na zijn trip naar Frankrijk aankondigt in een op twee televisiezenders live uitgezonden persconferentie.

Moszkowicz baart opzien door het vonnis van de kortgedingrechter waarin zijn grieven tegen Jort Kelder worden afgewezen als „infaam en abject” te kwalificeren. Ongekend harde woorden in het welgemanierde milieu van de strafrechtspleging. En niet in lijn met de subtiele betoogstijl waar Moszkowicz om bekendstaat. Toch blijft hij achter zijn woorden staan. „Het is mij niet in dank afgenomen, maar soms is het goed om de dingen van je af te praten. Ik heb daar gezegd wat ik kwijt wilde. Dat heeft veel kritiek opgeleverd maar ik heb ook veel lieve en goede reacties gekregen.”

Heeft de deken u aangesproken op die uitspraak?

„Ja. Meer kan ik daar niet over zeggen. Maar ik neem er, ook achteraf, geen woord van terug. Er is een verschil tussen verstandig en noodzakelijk. Het was noodzakelijk omdat het ook een ongekend vonnis is.”

Maar u weet toch dat een dergelijke kwalificatie niet past. Zeker als er al beroep is aangetekend?

„Ik heb die woorden niet als advocaat gebezigd maar als de rechtzoekende Abraham Moszkowicz. Als rechtzoekende mag ik mijn mening geven over een vonnis. Ik kan er niets aan doen dat men dat dan kennelijk opvat als de mening van de advocaat Moszkowicz.”

U uitte tijdens die persconferentie ook harde kritiek op een kop in NRC Handelsblad waarin stond dat u op de vlucht was geslagen.

„Die kop suggereerde dat ik met spoed mijn koffers heb gepakt en ben ondergedoken. Een ongenuanceerd beeld. Alsof ik iets op mijn kerfstok had. Het is wat hoor, een advocaat die op de vlucht moet slaan.”

Maar werd dat beeld niet veel meer opgeroepen door de wijze waarop u vanuit u kantoor bent weggevoerd en de wijze waarop uw eigen advocaat alarm sloeg?

„Veel, zo niet alles draait om beeldvorming in de zaak-Holleeder. En ook op dit punt hebben de beeldvorming en de werkelijkheid niet synchroon gelopen. Als iets waar is, dan is het dat wel. Dat geldt voor de persoon Holleeder, voor mij en blijkbaar ook voor de situatie waar we het nu over hebben. Dáár vecht ik tegen.”

Wat was de uiteindelijke conclusie over die dreiging?

„Dat er niets bijzonders aan de hand was, zoals ikzelf al dacht. Achteraf bleek dat die dreiging al zes maanden eerder binnen was gekomen. Toen is er niets mee gedaan. Ik heb geprobeerd te achterhalen waarom die informatie zo lang is blijven liggen. Ik heb geen antwoord gekregen. Wel is uitgelekt dat de dreiging uit de hoek van Holleeder zou komen. Dat is het vileine. Holleeder wordt ook weer in een kwaad daglicht gesteld. Nu zie ik niet overal spoken, maar het was voor bepaalde mensen wel meegenomen dat Holleeder er slecht af kwam.”

Tijdens uw persconferentie heeft u op veel betrokkenen kritiek geleverd. Het Openbaar Ministerie, de kortgedingrechter, Jort Kelder, de media in het algemeen. Hoe oordeelt u over uzelf?

„De kritiek was dat ik op geen enkel moment de hand in eigen boezem heb gestoken. Daar zit misschien een kern van waarheid in, maar dat was niet het doel van de persconferentie. Ik moest uitleggen dat ik mijn cliënt zou verlaten en waarom. Het was een unieke situatie omdat Holleeder niet meer verder kan met de advocaat van zijn keuze. Dat heb ik uitgelegd.”

Had u zelf anders kunnen of moeten handelen?

„Nee, maar ik had tijdens die persconferentie wel uit moeten leggen waarom ik vond en vind dat ik Holleeder kon verdedigen zonder mijn plicht ten opzichte van mijn oud-cliënt Endstra te verzaken.”

Is dat het enige punt van zelfkritiek?

„Ja.”

Maar er zit toch spanning tussen de belangen van Endstra en Holleeder? Dat maakte uw positie als advocaat toch heel moeilijk?

„Mijn rol was precair maar zeker niet onmogelijk. Ik vond en vind dat ik Holleeder kon verdedigen zonder mijn geheimhoudingsplicht jegens Endstra te schenden. Daar ben ik van overtuigd en dat heb ik aan de deken van de orde van advocaten ook uit kunnen leggen. Dat is anders geworden op het moment dat het kortgedingvonnis werd gewezen.”

Hoezo?

„Door toe te laten dat ik een maffiamaatje van Holleeder mag worden genoemd, staat mijn geloofwaardigheid ter discussie. Ik ben niet meer alleen de advocaat van meneer Holleeder, ik ben ook zijn maatje. Ik vrees dat ik daardoor voor de rechtbank niet meer geloofwaardig ben als zijn raadsman. En dat is dan ook de reden geweest om Holleeder te adviseren een andere advocaat te nemen.”

Kunt u weer als advocaat van Holleeder optreden als u wint in hoger beroep?

„Ja, formeel wel. Maar materieel betwijfel ik dat. Gezien alles wat er gebeurd is in deze zaak, denk ik niet dat ik Holleeder nog zal bijstaan in deze zaak.”

Maar eventueel wel in een nieuwe strafzaak?

„Ja, als ik win, is daarvoor geen beletsel meer. Al is het natuurlijk aan meneer Holleeder om te beslissen wie hem bijstaat als advocaat.”

Holleeders nieuwe advocaat Jan-Heijn Kuijpers is bezig om de zwarte kant van Endstra te laten zien. Is dat geen bewijs voor uw ongelijk?

„Kuijpers heeft een andere manier om Holleeder te verdedigen dan mij voor ogen stond. Hij kan het ook anders doen omdat hij ten opzichte van Endstra vrij is. Ik vind dat Kuijpers het goed doet. Maar dat betekent nog niet dat ik het niet anders had kunnen doen.”

U had het anders moeten doen wegens uw geheimhoudingsplicht tegenover Endstra. Was het probleem niet dat alleen u kon weten tot hoe ver uw geheimhouding strekt?

„Dat is de essentie van de kwestie. Maar ik laat een cliënt die ik al twintig jaar bijsta, niet vallen. Ik heb de deken kunnen uitleggen wat ik weet van Endstra in relatie tot de strafzaak-Holleeder. Ik heb hem de modaliteiten voorgehouden onder welke ik die zaak zou kunnen doen. Hij kon daarmee leven. Het is veelbetekenend dat de deken geen advies heeft uitgebracht om de verdediging te staken.”

Hoe zag uw strategie eruit voor de verdediging van Holleeder?

„Dat is niet meer aan de orde. Nu ik zijn advocaat niet meer ben, heeft het geen zin om te praten over mijn verdedigingstactiek.”

Daarmee blijft er onduidelijkheid bestaan over de kern van het verwijt dat u gemaakt is, namelijk dat u Holleeder niet kon verdedigen zonder uw plicht jegens Endstra te verzaken.

„Dat weet ik, maar dat is niet anders.”

Er is veel te doen geweest over uw relatie met Holleeder. Hij zou op uw kantoor telefoons hebben gebruikt. Hij zou uw kantoor als postadres hebben gebruikt en Willem Endstra zou op uw kantoor zijn bedreigd door Holleeder. Heeft u wel genoeg afstand gehouden tot uw cliënt?

„Ja, maar dat gelooft inmiddels niemand meer. Er is opzettelijk een beeld van mij en mijn cliënt geschetst dat niet klopt. Neem die kwestie rondom het postadres. Meneer Holleeder heeft domicilie gekozen op mijn kantoor. Maar er zijn hier nooit bankafschriften zoals het Openbaar Ministerie heeft gesuggereerd. Met veel moeite heb ik dat recht kunnen zetten bij de pers en het Openbaar Ministerie, maar dat beeld kun je niet meer uitwissen.”

Wat vindt u ervan dat Holleeder uw kantoornaam heeft gebruikt bij de tenaamstelling van een bankrekening. Behoorde dat bij het domicilie kiezen?

„Nee, ik ben daar achteraf achtergekomen. Dat was niet de afspraak. Holleeder mocht mijn adres gebruiken voor officiële contacten met bijvoorbeeld overheidsdiensten. Maar hij was een man in nood. Iemand op de vlucht. Hij heeft dat buiten mij om één keer gedaan. Dat is het.”

Waar was Holleeder voor op de vlucht?

„Voor mensen die hem om zeep wilden helpen misschien. Hij kon zich niet permitteren om op een vast adres te wonen en daar de post naar toe te laten komen. Dat kan allemaal mee hebben gespeeld. De kern is dat ik geen bankafschriften van hem heb ontvangen en dat ik ook geen toestemming heb gegeven om mijn naam daarvoor te laten gebruiken. Daar gaat het nu om.”

En over die bedreiging van Endstra die op uw kantoor heeft plaatsgevonden. Heeft u daar nog met hem over gesproken?

„Wat denkt u zelf? Meer dan de vraag terugkaatsen kan ik niet. Ik heb niet alleen ten opzichte van wijlen meneer Endstra een geheimhoudingsplicht.”

Begrijpt u dat mensen gezien die gebeurtenis twijfelen aan uw onafhankelijkheid?

„Natuurlijk begrijp ik dat. Maar mijn geheimhoudingsplicht brengt nu eenmaal met zich mee dat ik me moeilijk kan verweren tegen bepaalde beschuldigingen.”

Heeft u nog contact gehad met Holleeder nadat bekend werd dat hij een ernstige hartkwaal heeft?

„Nee. Hoe ziet u dat voor zich? Dat ik even bij meneer Holleeder op bezoek ga in het ziekenhuis. Stelt u zich eens voor wat er zou gebeuren als van een dergelijk bezoek een foto zou worden gemaakt. Dat kan dus niet. Ik ben wel gebeld door meneer Kuijpers en die heeft mij geïnformeerd over Holleeders medische toestand. Na de operatie heb ik contact gehad met een van zijn zussen.”

U bent bedreigd. U bent beschuldigd. U moet u verdedigen. Bent u niet helemaal klaar met het vak van advocaat?

„Men heeft in korte tijd geprobeerd om mijn reputatie die ik had en heb kapot te maken. Daar heb ik over nagedacht en ik zet het gevecht voort tegen de mensen die dat proberen. Even los van de dreigende situatie die we hebben besproken, mijn reputatie is mij lief. Ik sta, durf ik te zeggen, goed bekend bij de rechterlijke macht en dat laat ik niet kapot maken door iemand als Kelder. Vandaar ook dat ik deze week een spoedappel heb gevoerd. Ook op het punt van die bankafschriften heb ik gelijk gekregen. Puntje voor puntje, kommaatje voor kommaatje zet ik het recht. Dat doe ik voor mijn reputatie, voor mijn kinderen en voor mijn vader.”

Uw vader is altijd uw voorbeeld geweest. Wat vindt hij van deze situatie?

„Met mijn vader gaat het niet goed. Hij heeft twee jaar geleden een hersenbloeding gehad. Dit is een moeilijke periode geweest. Maar afgezet tegen het verdriet dat mijn broers en ik hebben gehad over de ziekte van mijn vader is het peanuts. Dat is ook precies de reden dat ik overleef. Ik heb van mijn vader geleerd dat er maar een paar dingen echt belangrijk zijn in het leven. Dus al die rotzooi die ik over me heen heb gekregen kan ik aan, omdat ik dat afzet tegen de ziekte van mijn vader.”

Mist u zijn zakelijke advies?

„Nee, ik mis het persoonlijke contact met mijn vader. Ik mis mijn beste vriend en mentor in het leven. Zeker nu ik die rotzooi over me heen krijg van die viespeuken. Ik denk dat mijn vader en ik dat als één man op dezelfde manier zouden hebben aangepakt.”

Wie zijn die viespeuken?

„Die ga ik niet benoemen.”

Verwijt u de zaaksofficieren in de Holleederzaak iets in deze?

„Ja. Ik verwijt ze de niet-zakelijke, voor de strafzaak volstrekt irrelevante toevoeging van stukken. Men heeft mij als mens en als advocaat doelbewust in diskrediet gebracht.”

Dat ligt niet aan u of aan de manier waarop u optreedt?

„ Als het aan mij zou liggen dan had ik al veel eerder die problemen gehad. Ik ben de inzet geworden van een schemergevecht.”

Hoort dit niet bij een grote strafzaak?

„Ja, er worden in iedere grote strafzaak gevechten geleverd. Maar deze zaak is wat dat betreft uniek. Ik vind dat de belastinggegevens van al mijn medewerkers niet in het strafdossier van Holleeder thuishoren. Maar ze zijn er wel ingestopt. Het OM heeft ze er inmiddels weer uit laten halen, ze zijn het blijkbaar met me eens. Maar dat is het soort van schemergevechten waar ik mee te maken heb gehad.”

U krijgt vaak de kritiek te weinig afstand te houden van uw cliënten. Dat populistische beeld wordt versterkt door uw televisie-optredens. Heeft u geen last van het profiel waarvoor u zelf heeft gekozen?

„De tijd dat advocaten, doctoren en notarissen in een ivoren toren zaten die is wat mij betreft voorbij. Wat is er op tegen als een advocaat in lekentaal uitlegt hoe het recht in elkaar zit. De kritiek dat ik te weinig distantie zou houden van mijn cliënten, daar kan ik me wat bij voorstellen door de beeldvorming rondom mijn persoon. Maar feitelijk houd ik wel degelijk distantie. Die foto van mij en Holleeder in de PC Hooftstraat levert het beeld op dat ik met Holleeder over straat ga. Maar het was niet meer dan een toevallige ontmoeting waarvoor ik op dat moment niet wegloop. Je zou kunnen zeggen dat ik hem op zo’n moment moet negeren. Dat doe ik niet. Daarmee ben ik nog geen maffiamaatje.”