Hij is echt iets voor jou

Een jonge, geadopteerde vrouw schrijft over haar ervaringen met Nederlandse mannen.

Vriendinnen, familieleden, vriendinnen van familieleden zeggen wel eens: „Ik ken iemand, die is echt iets voor jou.”

Meestal antwoord ik dan: „Ik ben al bezet.” (Wat vaak zo is.)

Of ik zeg: „Ik heb niemand nodig.” (Wat soms ook klopt.)

Deze winter ging ik met mijn zus naar een toneelstuk. Ze wilde dierenarts worden, maar nu is ze diëtiste.

Ze is het levend bewijs dat kinderen die niet geadopteerd zijn behoorlijk ongelukkig kunnen zijn. Na haar ontmoet te hebben ga ik altijd vrolijk naar huis en dan denk ik: Jezus, wat heb ik het getroffen. Als ik verdrietig ben heb ik daar tenminste een reden voor.

In de pauze van het toneelstuk zei ze tegen mij: „Kyung-Soon, ik heb iemand voor je.”

„Wie is het?”, vroeg ik.

„Het is mijn vriendje”, zei ze.

Ik ben meteen de schouwburg uitgelopen maar zij kwam me achternagerend en ze riep: „Ik kan het uitleggen. Ik ben dol op hem, maar we passen niet bij elkaar. Jullie zouden wel goed bij elkaar passen. Jullie lijken op elkaar. Jullie kunnen ten minste toch een keer een hapje gaan eten.”

„Goed dan”, zei ik. Om er vanaf te zijn.

Dat we op elkaar leken klopte niet. Dat om te beginnen.

De vriend van mijn zus was een politicus, of beter gezegd bezig er een te worden. Hij was lid van de Jonge Socialisten en van allerlei andere verenigingen. Hij zette zich in voor verschillende soorten mensen. Verder had hij een blog en een hond en hij kon heel lief lachen.

Ik nam dus het vriendje van mijn zus over. Hij blij, ik blij, zij blij. (Mijn zus bleek stiekem op iemand anders verliefd te zijn geworden, maar ze vond het zo moeilijk om het uit te maken. Waar een jonger zusje niet goed voor kan zijn.)

De familie was even in de war, maar al met al vonden ze het een goede ruil.

Omdat mannen willen dat vriendinnen zich aanpassen aan hun wensen en ideaalbeelden begon ik de krant te spellen en bleef ik thuis voor Tegenlicht. Toen hij na twee weken vroeg: „Zullen we ons verloven?” ben ik gemakshalve meteen Jonge Socialist geworden.

Ik had me voorgenomen het nu eens goed te doen.

Vervelend was alleen dat hij de neiging had me voortdurend met mijn zus te vergelijken.

’s Ochtends zei hij: „Je zus bleef altijd nog even liggen.”

Of hij zei: „Je zus hield ervan als ik haar borsten langdurig streelde.”

En waar ik ook een beetje kriegel van werd was dat hij vroeg: „Zullen we een intiem moment hebben?” Waarmee hij bedoelde: „Zullen we neuken?”

Maar hij was zo zachtaardig, zo lief, zo goeiig, net een hond.

Hoe kom je daar vanaf?

En hij was eenzaam. Ik bedoel hij had dan wel zijn hond en zijn blog en hij kende veel Jonge Socialisten, maar echt contact met mensen had hij niet.

Op een gegeven moment zei ik dus maar tegen een wanhopig kennisje: „Ik ken een jongen, die is echt iets voor jou.”

Kyung-Soon van Gelder