Grave – Malden

Joyce Roodnat wandelt door Nederland en de rest van de wereld. Deze week in Gelderland

Dit wordt de vroegste zomerdag sinds het voorjaar van 1904 en dat is in alle vroegte begonnen. In het antieke hartje van Grave staat alles in de hoogzomerstand, met jurken met blote mouwen, geschraap van terrasstoelen, rode herennekken en deuren en ramen open. Ook de kleine haven geniet van de opkomende warmte. Een boerenbonten schip glimt log in de schuimende zon. Zelfs een dozenberg ziet er warmhartig uit, ook al is hij van karton, het somberste materiaal mij bekend.

Achter de haven zijn de negen bogen van de Maasbrug te zien, de bovenspanten gespoten in kleuren die verschieten van rood naar geel naar groen en blauw. Loop je op de brug dan glijdt er boven je een performance van kleur, lucht en licht.

Voor ik erop kan moet ik eronderdoor. Onder een brug wandelen is een goed ding, als er auto’s overheen rijden. Hun percussie (te-dóeng, te-dóeng) mengt zich met de suizeling van het wringende water en duivenvleugelgeflapper. De stemming is schemerig.

Van de brug af laat zich de Maas zien in al haar moddergroene heerlijkheid en verdwijnt linksaf.

Achter de brug beland ik in een land van weiden en akkers, beplant met torenspitsen en bespikkeld met witbloesemende boomkruinen, terwijl zwierende waterbochten de bodem te drinken geven. Een tractor pruttelt sur place, een klein bruin paard speelt voor warm standbeeld.

We passeren een complex potdichte barakken met voedertorens.

„Wat is een ‘Subfokbedrijf’?”

Vanwege het logo met een rinoceros beweert man dat men hier varkens met nijlpaarden veredelt, „en daar komen dus neushoorns uit”. Ik laat me niet opfokken. Wel vind ik het onheilspellend dat er van honderden varkens achter gesloten bakstenen muren veel te ruiken maar niets te horen is. Maar dat vind ik altijd.

En dan is het tijd voor een bos met dennen en vennen (of zijn die bomen sparren?). Achter de struiken klinkt de brul van een gestoorde kerel (ik zag ’m zopas zitten, hij amuseerde zich nogal, maar nu wil hij iets anders); in de bomen hangen honderden kledingstukjes en ouderwetse katoenen zakdoeken. Van het opknopen van ‘gedragen lijfgoed’ wordt hier wonderen verwacht, openbaart een educatief bord. De paden zijn zanderig, de warmte wordt weerkaatst tot hitte.

„Het is hier mul.”

„Ja. Mul Holland.”

Doordat de route handig door het bos slingert lijkt het of we dwalen door een uitgestrekt gebied. De vennen zijn mooi. Ze ontdekken de hemel, behalve op de plekken waar ze begroeid zijn met polletjes piekhaar. Langs de randen kwaken kikkers. Ze resideren op een kroostapijt, zwaar als nat mos.

17 km. Kaarten 12, 13, 14 uit: Streekpad Nijmegen. Uitg. Wandelplatform-LAW, Amersfoort 1999. Er is een busverbinding tussen Malden (bus 83, halte Kloosterstraat) en Grave (bus 9, busstation). Overstappen in Nijmegen, UMC Sint Radboud). Inl. www.9292ov.nl of tel. 0900 9292.