God

Hadjar Benmiloud (17) overweegt een god te nemen

Vandaag is een goede dag: ik heb geen verplichtingen, het huis voor mezelf, een volle koelkast, geld op mijn bankrekening, tieten, drie ongelezen smsjes, een bos rozen (gekregen van een vreemde in de tram), vrolijk gekleurde teennagels én vriendin Lize aan de lijn. Veel dichter bij totale bevrediging kun je als sterfelijke niet komen. Kortom, ik voel me verschrikkelijk. De bank wil zich maar niet vormen naar mijn lichaam en ik lijd zwaar aan een pijnlijk restje chips tussen mijn kiezen. Lize heeft rijke ouders en begrijpt hoe zwaar luieren is, daarom doen we het samen. Zwijgend, zuchtend en zeurend. Het is de vloek van onze verwende generatie, maar verwend zijn vind ik heel wat zieliger dan het klinkt.

„Luister je nog?” Het komt er uit alsof ze zelf haar saaie verhaal ook al niet meer volgt. „Nah…” Stilte. „Ik verveel me zo”, gromt ze zacht. „Ik oohóók”, zeur ik terug. Na een kwartier van hetzelfde hakken we de knoop door met iets wat op ambitie lijkt. We spreken af om te praten over belangrijke dingen. In een literair café. He-le-maal in de stad.

De hordes mensen op straat lijken een wedstrijdje te doen: wie geniet er het meest (van de zon). Ze hebben zich weer eens belachelijk uitgedost met overdreven weinig kleren en overbodige accessoires; van doorzichtige zonneklepjes tot zwarte zweetbandjes. Het is triest om te zien hoe de verhitte hoofden plichtmatig blijven grijnzen, ondanks de zware parasollen en koelboxen die ze meeslepen. Ik kruis er als een zombie tussendoor. Als dit zo’n dag is waar men gelukkig van dient te worden, en het hoogst haalbare in deze samenleving een weerbestendige barbecue is, wil ik meer. Ik wil namelijk iets willen. Het hoeft geen hoog doel te zijn, als het maar ergens op slaat.

Opeens wordt het rood voor mijn ogen. Het is de alarmerende bodywarmer van een vrouw die eruit ziet alsof ze Karin heet. Ze heeft dus kekke blonde sprieten op haar hoofd, wijd opengesperde poppenogen en een epileptisch knikkend hoofd. „Mag ik voor je bidden?” staat er in witte koeienletters op haar buik. Ik weiger diplomatiek het gebedje en loop door, ik heb immers eindelijk belangrijke dingen te bespreken met Lize. Met snelle passen loop ik naar het tafeltje, laat me in de Chesterfieldstoel ploffen en sla met vlakke hand op tafel. „We worden gelovig.”

Twee wijn en twintig argumenten later proberen we een keuze te maken uit het uitgebreide aanbod op de geestelijke markt. De drie wereldsgodsdiensten vallen bij gebrek aan originaliteit af, dus die slaan we over. „Alchemie! Ik heb altijd al alchemist willen worden!”, opper ik blij. Lize fronst. „Je weet wel, je eigen legende volgen, de steen der wijzen, levenselixer…” probeer ik nog, maar geef het al snel op. „Wat dacht je van Kabbala?”, zegt ze. Ik weet zeker dat ze net de Cosmo heeft gelezen. „Daar moet je eerst jaren voor studeren, Madonna laat dat gewoon door andere mensen doen.”

Al snel komen we er peinzend achter dat de toelatingseisen voor een beetje aandacht van God er niet om liegen. „Hindoeïsme?” „Teveel goden.” „Scientology dan?” „Geen geld voor schat, geen geld…” „We kunnen ons natuurlijk ook aansluiten bij de kerk van Santo Daime. Dan krijg je legaal een heleboel drugs, want dat valt onder godsdienstvrijheid!” Lize betwijfelt of we daarmee de verschrikkelijke leegte kunnen vullen. Wat een wijsheid. Opeens heb ik het. „Hé! Waarom worden we geen Boeddhisten!” Lize is meteen enthousiast. Boeddhisten zijn gelukkig, dat is algemeen bekend. „Wat moet je daar ook alweer precies voor doen?” Ik vraag het aan de ober, die ons een laatste glas wijn komt brengen. Zelfs de obers in dit pretentieuze hol weten alles. „Voor zover ik weet is de eerste stap het compleet loslaten van uw ego, mevrouw. Dat wordt dan achttien euro alstublieft.” Teleurgesteld legen we onze kleingeldvakjes boven het tafelblad. „Wat doen we nu?”, vraagt Lize, met hetzelfde zeurderige stemmetje als een paar uur geleden. „Hoe gaan we in gódsnaam de leegte in ons leven vullen? En onze dag?” Over het antwoord hoef ik niet lang na te denken. „Zullen we naar mijn huis? Ik heb vandaag geen verplichtingen, het pand voor mezelf, een volle koelkast, geld voor films, tieten, een bos rozen en nagellak in alle kleuren van de regenboog.” Opgewekt verlaten Lize en ik het café. We worden Hedonist.

Meer: www.spunk.nl