Gevaarlijke uitvindingen 2

Naar aanleiding van het stuk `Gevaarlijke uitvindingen` (W&O 24 maart) stelt dhr. Bos in zijn brief dat het evenwicht van de fiets(er) wordt bewaard dankzij het gyroscopisch effect (traagheidsmoment) als gevolg van het draaien van het wiel. Een wijdverbreide misvatting. Was dit maar zo. Ja, een heel klein beetje klopt het, maar in verwaarloosbare mate en dan alleen nog maar voor het achterwiel. Het voorwiel wordt constant uit z`n baan gebracht door het sturen. Het gyroscopisch effect is zo gering, omdat de massa van het wiel erg laag is ten opzichte van de rest van de fietsmassa met fietser. Bewijs hiervoor is dat wanneer een fietser in een rechte tramrails terechtkomt, hij hoe dan ook ten val komt, hoe hard hij ook fietst. Zou het gyroscopisch effect invloed op het evenwicht hebben, zoals dhr. Bos beweert , dan zou je niet kunnen vallen. Het is zelfs zo, dat hoe lichter het wiel - minder gyroscopisch effect - hoe makkelijker je fietst! Dat zou in tegenspraak zijn met de bewering van dhr. Bos.

Neen, fietsen moet je domweg leren. Je moet leren naar rechts te sturen als je dreigt naar rechts te vallen en naar links, als je naar links overhelt. Door de traagheid van je eigen gewicht en dat van de fiets, schuif je het zwaartepunt snel weer loodrecht onder jezelf, waardoor het evenwicht weer hersteld is. Het maakt niet uit hoe langzaam of hoe snel je rijdt. Het werkt altijd, als je maar rijdt, zelfs bij 0,5 km/u. Sta je stil, dan val je om. Wel gaat het makkelijker met meer snelheid, omdat het evenwicht dan sneller hersteld is. Die behendigheid moet je leren aanvoelen als je leert fietsen en het tot reflex ontwikkelen. Als het evenwicht zou ontstaan door het gyroscopisch effect van de draaiende wielen zou iedereen meteen automatisch kunnen fietsen. Helaas, de praktijk is anders.