Fins kabinet gaat voor groei

Finland heeft een nieuw, centrum-rechts kabinet. Grote verschillen met de vorige, centrum-linkse regering zullen er niet zijn. Aanjagen van de economie wordt de grote uitdaging.

Na zijn Scandinavische buurlanden Zweden (2006) en Denemarken (2001) heeft nu ook Finland zijn centrum-linkse regering ingeruild voor een centrum-rechtse variant. De deze week geïnstalleerde vierpartijencoalitie is het resultaat van de parlementsverkiezingen vorige maand, waar de sociaal-democraten de grote verliezers waren.

De nieuwe regering van premier Matti Vanhanen bestaat uit de liberale Centrumpartij, de conservatieve Nationale Coalitiepartij, de Groenen en de Volkspartij, die de Zweedstalige minderheid in Finland vertegenwoordigt. Samen hebben ze 125 van de tweehonderd zetels in het parlement.

Met hun verschuiving naar rechts tonen de Finnen zich, net als eerder de Zweden en de Denen, ogenschijnlijk ongevoelig voor de economische vooruitgang die door de nu vertrokken regering werd geboekt. De economie groeide vorig jaar met 5,5 procent, het hoogste percentage in de eurozone. Mogelijk hebben Scandinavische kiezers bij het aanpassen van de traditioneel ruimhartige verzorgingsstaat meer vertrouwen in de strengere financiële aanpak van rechts dan in het royale beleid van links.

In Finland is die aanpassing vooral belangrijk vanwege de vergrijzing. Van alle Europese landen is die in Finland het sterkst.

De vraag is echter of sprake is van een ware ‘ruk naar rechts’. De politiek in Finland wordt – geheel in Scandinavische traditie – gekenmerkt door betrekkelijk kleine onderlinge verschillen tussen de partijen. Continuïteit voert de boventoon.

De coalitie wil de dreigende gevolgen van de vergrijzing – een werkzame bevolking die niet omvangrijk genoeg is om de kosten van de traditioneel goed geoutilleerde verzorgingsstaat te dragen – afwenden door de economische groei te stimuleren en de werkgelegenheid te vergroten. De werkloosheid, die nu circa 7,5 procent bedraagt, moet worden teruggebracht tot 5 procent. Vanhanen heeft honderdduizend nieuwe banen beloofd.

Om de economie te stimuleren streeft de regering naar een belastingverlaging van 2,2 miljard euro. De helft hiervan betreft inkomstenbelasting, het restant de BTW op levensmiddelen en de successierechten. Behalve door belastingen te verlagen hoopt de regering de economie aan te jagen door de arbeidsimmigratie te bevorderen.

Het stimuleren van de economie is overigens geen overbodige luxe. Finland mag vorig jaar ruim 5 procent groei hebben doorgemaakt, voor dit jaar wordt op 2,7 gerekend en voor volgend jaar op 2,5 procent. En dat terwijl, zo becijferde onderzoeksbureau McKinsey, minimaal 3 procent vereist is om de gevolgen van de vergrijzing te ondervangen.

Op de belastingverlagingen wordt toegezien door Jyrki Katainen, de pas 35-jarige leider van de Nationale Coalitiepartij die minister van Financiën is geworden. Katainens partij boekte als enige van de grote partijen winst tijdens de verkiezingen en heeft nu slechts één zetel minder dan Vanhanens Centrumpartij.

Voor energiebesparing – een belangrijke doelstelling – zet de regering in op een verhoging van de belastingen op fossiele brandstoffen als diesel en gas. Daarnaast bouwt Finland een vijfde kerncentrale – een kwestie die in 2002, toen het besluit hiertoe werd genomen, aanleiding was voor de huidige coalitiepartij de Groenen om uit de regering te stappen. De partij zal zich niet meer tegen een nieuwe centrale verzetten. Hoe de Groenen zullen reageren op de groeiende roep om een zesde centrale, is afwachten.

In het buitenlands beleid wordt steeds verder gemorreld aan de van oudsher gekoesterde neutraliteit. Vorige week werd bekend dat Finland samen met het eveneens ‘neutrale’ Zweden militairen beschikbaar stelt voor de snelle reactiemacht van de NAVO. De regeringsdeelname van de conservatieven – voorstanders van toetreding tot het bondgenootschap – lijkt zich hier te doen gelden. Maar daadwerkelijke toetreding tot de NAVO is nog niet aan de orde, is de consensus onder analisten.