Er is niemand, behalve God

In de grensstreek met Afghanistan heeft de Pakistaanse overheid niets te zeggen. In steeds grotere delen heerst de Talibaan. „Dankzij president Musharraf is het radicalisme alleen maar toegenomen.”

De dreigementen begonnen een jaar voor de aanslag. Ze belden hem bijna wekelijks op zijn zilvergrijze Nokia. Soms hing er een briefje op de deur van zijn kantoor. De boodschap was altijd dezelfde. Hij moest ophouden met zijn berichtgeving in lokale kranten over plegers van zelfmoordaanslagen, over jihadi’s die zichzelf in Afghanistan of Pakistan lieten ontploffen. Anders stond hem eenzelfde lot te wachten als dat van al die ongelovigen die door de zelfmoordaanslagen werden omgebracht.

Maar Rahmanullah Mohmand, een journalist in de Pakistaanse provincie North-West Frontier Province (NWFP), ging onverstoorbaar voort met het schrijven van verhalen over zelfmoordenaars uit het gebied waar hij woont. „Als je hier bent opgegroeid, ben je niet gauw bang als je leven bedreigd wordt”, zegt hij. „In onze cultuur is het beslechten van conflicten met wapens een doodnormale zaak.”

Mohmand woont en werkt in Mohmand Agency, één van de zeven semi-autonome tribale districten in de provincie. De zeven gebieden liggen als een gordel tegen de ruim 2.400 kilometer lange grens met Afghanistan aan. Met hun onherbergzame rotsen en huizen van modder en steen lijken ze op Afghanistan.

De inwoners van deze regio zijn Pash-tun, net als de meerderheid van de Afghaanse bevolking en de leden van de Talibaanbeweging. Ze leven in stamverband. In Mohmand, zoals het district kortweg wordt genoemd, is de hoofdstam de Mohmand. Eeuwenoude tradities en middeleeuwse mores, zoals bloedwraak, zijn hier springlevend. De Pakistaanse overheid heeft de tribale regio uit veiligheidsoverwegingen hermetisch afgesloten voor buitenlanders en Pakistanen die geen Pashtun zijn.

Sinds Pakistan zich aan de zijde van de Verenigde Staten heeft geschaard, in hun strijd tegen terrorisme, staan de tribale gebieden in de schijnwerpers van de internationale gemeenschap. Het zijn volgens defensieanalisten in Pakistan en de VS broeinesten van religieus extremisme; het wemelt er van opleidingscentra van jihadi’s. De districten zouden zelfs als schuilplaats van Osama Bin Landen en zijn adjudant Al-Zawahiri dienen. Legercommandanten van de NAVO stabiliteitsmacht ISAF in Afghanistan zijn ervan overtuigd dat de Afghaanse Talibaan en hun Pakistaanse aanhangers vanuit de Pakistaanse tribale gebieden grensoverschrijdende aanvallen en aanslagen uitvoeren.

Hoewel de Pakistaanse president Musharraf dit soort aantijgingen steeds weer probeert te ontkrachten, rijst uit gesprekken met mensen uit grensgebieden een verontrustend beeld op. Zo constateert Mohmand die veel rondreist in de tribale districten: „De lokale Talibaanbeweging groeit.” Die bestaat uit Pakistaanse Pashtuns die er een ultraconservatieve interpretatie van de islam op na houden. Deze extremisten zitten volgens Mohmand ook achter de dreigementen aan zijn adres.

De lokale Talibaan krijgen voet aan de grond in Mohmand door het organiseren van studiegroepen in dorpjes. Ouders sturen er hun kinderen naar toe omdat het onderwijs gratis is en er verder bijna geen scholen zijn. In de studiegroepen proberen de extremisten jongeren voor zich te winnen en te hersenspoelen.

De bijeenkomsten worden gebruikt voor het rekruteren van jihadi’s. Hoe meer, hoe beter. En hoe jonger, hoe beter manipuleerbaar. „Daarom willen ze geen verhalen in de krant over zelfmoordaanslagen. Dat kan ouders afschrikken. De mensen willen onderwijs voor hun kinderen, niet dat ze zich opblazen”, legt de journalist uit.

Ontspannen zit Mohmand op de vloer van zijn kale kantoortje in Shabqadar, met 600.000 inwoners de grootste stad van Mohmand. De journalist draagt een kaki shalwar kameez, de traditionele kledij van de Pashtuns. Anders dan de meerderheid van zijn stamgenoten heeft hij geen baard, maar slechts een zorgvuldig getrimde snor. Voor zijn gast laat hij een pot mierzoete groene thee aanrukken.

De bewoners van tribale gebieden staan bekend om hun hardheid, conservatisme, ongekende gastvrijheid en onverzettelijkheid. Nooit hebben de stammen zich laten knechten door autoriteiten van buiten. In de negentiende eeuw hebben Britse kolonisten vergeefs geprobeerd hen te onderwerpen. Ook de Pakistaanse overheid is het niet gelukt. Het verzet van de Afghaanse Talibaan tegen de buitenlandse aanwezigheid in Afghanistan, zien zij als een vrijheidsstrijd. En President Musharraf haten ze om zijn samenwerking met de Verenigde Staten.

Het Pakistaanse leger is in de meeste districten zo goed als onzichtbaar. Bij de verschillende controleposten in de gebieden tref je voornamelijk lokale politie aan, vaak mannen met lange baarden en kalashnikovs, in sjofele zwarte uniforms.

Op tachtig kilometer van het kantoor van Mohmand ligt Bajaur, een andere agency. Daar maakt de lokale Talibaan openlijk de dienst uit. In grote delen van Noord- en Zuid-Waziristan, twee andere districten, is het niet anders. Religieuze politie dwingt bewoners er onder dreiging van geweld te stoppen met roken en alcoholgebruik. Oude, in onbruik geraakte straffen voor degenen die de regels van het geloof overtreden, zijn weer in ere gesteld. Wie bijvoorbeeld tijdens vastenperiodes is betrapt op eten, wordt op een ezel gezet en met zwartgeverfd gezicht door het dorp gevoerd. Ook televisiekijken en naar muziek luisteren zijn verboden, net als in Afghanistan, toen het Talibaanbewind nog aan de macht was.

De talibanisering heeft ook het dorpje Darra Adam Khel bereikt; het ligt niet ver van Peshawar en buiten de tribale gebieden en het was vroeger een populaire toeristenbestemming. Kappers mogen er geen baarden meer afscheren, want mannen moeten lange baarden dragen, naar het beeld van de profeet Mohammad. Een kapper zag er deze maand nog zijn zaak in rook opgaan, omdat hij een klant van zijn gezichtsbeharing had afgeholpen. Eigenaren van videowinkels riskeren aanslagen als ze hun deuren openhouden.

Hoe ver de militanten gaan, ondervond Mohmand vier maanden geleden. Toen hij op een avond op weg was naar zijn huis, leegden militanten hun automatische wapens op zijn auto. Buiten zijn kantoor staat de auto, een kleine, afgepeigerde Suzuki. Kogelgaten in de achterbumper, kogelgaten in de rechterdeur. Slechts ééntje raakte hem en doorboorde zijn been. Droogjes zegt hij: „Het is een wonder dat ik leef.”

Smokkelroute

In Shabqadar ligt Badshah Khan Chowk, een druk kruispunt met een markt. Het is er warm en chaotisch. Opwaaiend stof blijft op je gezicht plakken. Huifkarren met paarden, vrolijk gekleurde bussen, bepakte ezels, autoriskja’s en auto’s persen zich door de straten. Abdullah, een ingenieur die in een dorpje buiten Shabqadar woont, geeft een rondleiding. Hij wijst naar een onbestemd gebouwtje: „Daar ergens is het kantoor van Harkat-ul-Answar. Tot voor kort konden jongens zich bij die organisatie aanmelden voor de jihad, om te vechten tegen de vijanden van islam in Afghanistan.”

Harkat-ul-Answar is de gewapende vleugel van Jamiatul Almae Islam, een radicale islamitische partij. De leider van de groep is de geestelijke Fazlur Rehman Khalil. Hij was in 1998 een van de ondertekenaars van de fatwa van Osama Bin Laden, die opriep tot het uitvoeren van aanslagen op de Verenigde Staten en zijn bondgenoten. Sinds 2003 is de Harkat-ul-Answar officieel verboden in Pakistan wegens haar vermeende banden met Al Qaeda. Maar in de tribale regio’s gelden andere regels.

De dag voor de rondleiding is een lid van Harkat-ul-Answar, Shaheed Khan, begraven in Shabqadar, met veel eerbetoon en onder grote belangstelling. Khan was een achterneef van Rahmanullah Mohmand. De twintiger Khan was naar Afghanistan gegaan om tegen de ‘buitenlandse bezetters’ te vechten. Een Amerikaanse kogel maakte in de Afghaanse provincie Ghazni echter een einde aan zijn jihad en gaf hem zijn martelaarschap. Mannen van de Jamiatul Almae Islam droegen zijn kist naar de begraafplaats.

Voor mensen die zijn omgekomen door een kogel bestaan er speciale dodenakkers. Kurram Agency heeft zelfs een exclusieve laatste rustplaats voor Afghaanse jihadi’s. In Mohmand vlak bij het gehucht Ekka Ghund, laat ingenieur Abdullah een uitgestrekte vlakte zien, met talloze asymmetrische grafstenen. Dieven, jihadi’s, overspelige mannen en vrouwen; allemaal mensen die door een AK-47 of revolver zijn omgebracht, liggen daar begraven.

Ekka Ghund is ook een pleisterplaats voor Pashtuns uit Mohmand en Afghanistan, die op zoek zijn naar automatische wapens. Het ligt aan een Afghaans-Pakistaanse smokkelroute. In de talloze wapenwinkels van Ekka Ghund zijn voor een habbekrats nagemaakte kalashnikovs te krijgen. In kamertjes van drie bij vier prijzen mannen met doorleefde gezichten en imposante baarden hun waar aan. Rijen gloednieuwe wapens hangen aan de muur.

In Peshawar, de hoofdstad van NWFP, op een half uur rijden van de grens met Afghanistan, legt advocaat Karim Mahsood uit waarom de lokale Talibaan zo in opkomst zijn in de regio. Eind vorig jaar bombardeerde de Pakistaanse luchtmacht bijvoorbeeld nog een koranschool plat in Bajaur, omdat er militanten zouden zitten. Maar volgens de inwoners van Bajaur waren de tachtig doden gewone, lokale, onschuldige scholieren, tieners. „Zo jaag je lokale mensen in de handen van radicalen”, zegt Mahsood, terwijl hij begint te kauwen op een stukje naswar, een combinatie van fijngestampte tabak, indigo en limoen.

Pakistan verwaarloost bovendien de tribale regio’s, gaat Mahsood verder. Geen cent heeft de overheid, volgens Mahsood, er geïnvesteerd. Niet in onderwijs, niet in werkgelegenheid, niet in gezondheidszorg. Ondanks al die miljarden dollars steun van de Verenigde Staten aan Pakistan sinds 2001. „Daarmee geef je militanten een voorsprong.”

Maar waarom doet de Pakistaanse overheid dan niets? Als deze vraag wordt gesteld aan een Pashtun vliegen de complottheorieën je al snel om de oren. President Musharraf speelt dubbelspel, is een van de verklaringen. Hij heeft er baat bij als het onrustig blijft. Dan kan hij tegen de VS zeggen: er is nog steeds extremisme in Pakistan en alleen een militaire leider kan daar iets aan doen. Mahsood zegt: „Musharraf wil gewoon de komende jaren aan de macht blijven, maar dankzij hem is het radicalisme alleen maar toegenomen. Voor 2001 had je hier geen plegers van zelfmoordaanslagen.”

Een andere theorie is dat de Pakistaanse overheid wil voorkomen dat de Pashtun in Pakistan zich aansluiten bij hun etnische broeders in Afghanistan, of streven naar een zelfstandige staat. Maar zolang de onrust en de wetteloosheid aanhouden, ook in Afghanistan, zal het daar niet zo snel van komen.

Zuid-Waziristan, de regio waar advocaat Mahsood vandaan komt, is misschien wel de meest gewelddadige en bandeloze. Het gebied staat bekend als een vrijplaats voor buitenlandse jihadi’s. Oezbeken, Arabieren en Tsjetsjenen, die werden weggejaagd uit Afghanistan na de val van de Talibaan, vonden onderdak bij de gastvrije stammen in Waziristan. Mahsood: „Ik kom uit het plaatsje Makin en in de omgeving daarvan barst het van de trainingskampen voor jihadi’s. Dat weet iedereen. Niemand durft het te zeggen, uit vrees voor represailles van militanten of van de Pakistaanse inlichtingendienst.”

De meeste trainingskampen bevinden zich in Noord- en Zuid-Waziristan, maar ook in Bajaur Agency, het district dat naast Mohmand ligt. Bajaur grenst ook aan de onrustige Afghaanse provincie Kunar, waar de radicale krijgsheer Gulbuddin Hekmatyar, een tegenstander van de Afghaanse president Karzai, zich zou ophouden.

Met zware militaire operaties heeft het Pakistaanse leger de afgelopen jaren geprobeerd de buitenlandse jihadi’s te verdrijven. Veel haalde het niet uit. Een trotse Pashtun sterft liever dan dat hij zijn gast uitlevert aan de Pakistaanse regering. Dus vochten de lokale stammen aan de zijde van hun gasten tegen het Pakistaanse leger. Meer dan zevenhonderd soldaten verloren uiteindelijk het leven tijdens acties in de onherbergzame, tribale gebieden. Met de staart tussen de benen heeft het Pakistaanse leger daarop enkele controversiële vredesverdragen gesloten in een aantal districten. Ze gooiden het op een akkoordje met de leiders van stammen en met commandanten van de lokale Talibaan.

Maar nu zijn er opnieuw gevechten, in Zuid-Waziristan. Dit keer tussen de stammen en Oezbeken, afkomstig van de Islamitische Beweging van Oezbekistan. De stammen willen af van deze strijders, een bende losgeslagen jihadi’s die zich voor geld verhuren aan terreurgroepen. De Oezbeken zouden verantwoordelijk zijn voor de dood van een Arabier en het kidnappen van jongetjes voor seks. Al weken zijn de gevechten gaande.

„De overheid heeft de situatie in de tribale districten, en vooral in Waziristan een beetje laten doorsudderen”, zegt Mahmood Shah, een zojuist gepensioneerde brigadier-generaal en de voormalige secretaris veiligheidszaken van FATA, de Federally Administered Tribal Areas in NWFP. „De plaatselijke Talibaan is nu goed georganiseerd. Ze zijn verantwoordelijk voor aanslagen in Pakistan. En het zou best kunnen dat er trainingskampen zijn. Er zijn zoveel radicale groepen actief, de overheid heeft er geen greep meer op.”

Frustratie

De bijna vier honderd jaar oude Mahabat Khan-moskee ligt verstopt achter een van de drukke, nauwe straatjes van Ander Shahar, de juweliersbazaar in de oude stad van Peshawar. Een stenen trappetje leidt naar de moskee waar zich op vrijdagen meer dan 10.000 mannen verzamelen voor het gebed.

Het gebedshuis is het domein van Mohammad Yousaf Qureshi, de voorganger van de moskee en een van de geestelijke inspiratoren van de Pakistaanse Talibaanbeweging. Hij is eveneens de directeur van de beruchte Ashrafia madrassa. Op deze koranschool zijn in het verleden veel Afghaanse Talibaanleiders opgeleid en wordt de islam volgens de oerconservatieve Deobandschool onderwezen.

Controversiële uitspraken, ophitsende speeches, oproepen tot jihad – Qureshi doet het allemaal, bij voorkeur in zijn preken, als er duizenden mensen luisteren. Desondanks heeft hij ook een goede band met president Musharraf. Toen Qureshi’s zoons in 2001 in de Verenigde Staten om onduidelijke redenen waren gearresteerd, heeft Musharraf er persoonlijk voor gezorgd dat ze weer werden vrijgelaten.

Op een dik tapijt in een kleine kamer op het terrein van de moskee zit Qureshi, met het uiterlijk van een Boeddha met lange baard, achter een laag bureau met een glazen plaat. Onder het glas talloze visitekaartjes van belangrijke mensen. Achter hem een spiegel met een tekst in het Arabisch. Vrij vertaald staat er: ‘Begrijp, er is niemand, behalve God’.

„De talibanisering in NWFP”, zo zegt Qureshi, „is een logische reactie van boze Pashtuns die genoeg hebben van onze regering, die zijn eigen bevolking bombardeert in de tribale gebieden en samenwerkt met de vijand van de islam, de Verenigde Staten.”

Zelfmoordaanslagen zijn volgens de islam niet toegestaan, zegt Qureshi, terwijl hij met een pen in zijn linkeroor pulkt. „Maar de woede en frustratie zijn groot onder de mensen. Wat kun je anders van ze verwachten. Ik hoor van veel jongeren dat ze jihadi willen worden. Musharraf heeft ons land verziekt.” En hij voorspelt: „Pas als de VS weggaan uit Afghanistan en Irak zullen de zelfmoordaanslagen ophouden.”

Journalist Rahmanullah Mohmand is het daar mee eens. Hij zegt: ,,Hier leeft het idee dat de VS bezig zijn met een oorlog tegen de islam. Pashtuns zijn bereid ver te gaan om hun religie te beschermen.” Toen zijn neef Shaheed Khan de dood vond in Ghazni in Afghanistan, zo vertelt Mohmand, was zijn familie verdrietig, maar vooral ook trots. Waarom? Omdat de dode neef zijn geloof had verdedigd.