De Welshman wil weer knokken voor zijn taal

Welsh is hip, ook al is nog maar een op de vijf inwoners van Wales de taal machtig. De taalkwestie is inzet van de verkiezingen van 3 mei voor het regionale parlement in Cardiff.

Terwijl meeuwen krijsend langs scheren, wijst Trystan Evans misprijzend op een reclamebord voor een café in het centrum van Caernarfon, een oud kustplaatsje in Noord-Wales. „Alles weer in het Engels”, klaagt de 36-jarige Welshman, die samen met zijn vrouw de hond uitlaat. „Waarom adverteert dat café niet ook in het Welsh? Dat is hier toch de taal van de meeste mensen.”

De Engelse invloed is hier al sinds de Middeleeuwen sterk. Getuige daarvan is het reusachtige veertiende-eeuwse kasteel dat boven de huizen van Caernarfon uittorent. Dit diende niet alleen om de lokale bewoners onder de duim te houden maar in meer recente tijden ook voor de formele inhuldiging van de Britse troonopvolger als Prins van Wales.

Desondanks is Caernarfon tot op de dag van vandaag een bolwerk gebleven van het Welsh of Cymraeg (spreek uit: Kumraigh), zoals de bewoners hun Keltische taal zelf noemen. Het is een van de weinige streken in Wales waar een ruime meerderheid van de bevolking het nog als moedertaal heeft.

Zak echter af naar de hoofdplaats Cardiff aan de zuidkust en overal hoor je nog bijna uitsluitend Engels. Ook in het noorden is niet iedereen van het Welsh gediend. „Ik kom van hier maar ik spreek geen woord en ik heb het nooit gemist”, zegt een man van middelbare leeftijd in een pub in de stad Bangor.

Eeuwenlang zagen de bewoners van Wales de neergang van hun taal betrekkelijk lijdzaam aan, maar de laatste jaren is er sprake van een kentering. „Er heeft echt een ongelofelijke verandering plaatsgevonden”, meent Sharon Morgan, een actrice die af en toe ook toneelstukken in het Welsh schrijft. „Het gevoel leeft niet langer dat het Welsh een inferieure taal is. Mijn Engelse buurvrouw hier in Cardiff wil nu ook dat haar kinderen Welsh op school krijgen. We zijn de tijd voorbij dat de mensen hier alleen maar trots waren op het rugbyteam en onze oude harpen.”

Vooral in het zuiden van Wales is een levendige eigen pop- en rockcultuur ontstaan. Jongeren vinden het ‘cool’ om Welsh te zijn. In het noorden speelt de toneelgroep Theatr Bara Caws altijd in het Welsh, meestal voor volle zalen in dorpen en steden.

Ook internationaal wordt het Welsh serieuzer genomen. „Vorig jaar maakte Microsoft zelfs zijn nieuwe softwareprogramma in het Welsh beschikbaar”, zegt Debbie Williams, taalmedewerkster van de gemeente Gwynedd, waartoe Caernarfon behoort. „Het Welsh kent nu een eigen woord voor laptop, gliniadur”, lacht ze.

Maar de positie van de taal blijft precair. Al met al is een op de vijf inwoners van Wales het Welsh machtig, een groep van amper 600.000 mensen. Het aantal plaatsen waar het de voertaal is, brokkelt verder af, doordat buitenstaanders zich in het gebied vestigen, terwijl veel lokale mensen juist naar elders vertrekken. „Ook hier hoor je steeds meer kinderen op het schoolplein in het Engels met elkaar praten”, zegt Beca Prychan (38), Trystans vrouw die zelf lerares geschiedenis is.

Dankzij een wet uit 1993, die het Welsh bij overheidsinstanties gelijkwaardig met het Engels maakte, is de positie van de taal versterkt. Ook op veel scholen wordt nu Welsh onderwezen, al blijft Engels meestal de voertaal. De inspanningen bleven niet zonder resultaat. Voor het eerst in jaren, bleek bij de volkstelling van 2001, was het aantal Welsh-sprekers, dat wil zeggen mensen die de taal beheersen, licht gestegen, tot 21 procent van de bevolking.

Het gaat allemaal niet ver genoeg naar de smaak van Aran Jones, leider van Cymuned, een nationalistische pressiegroep die campagne voert om het Welsh en de eigen cultuur te beschermen. „In een district als Conwy is tegenwoordig de helft van de bewoners buiten Wales geboren”, zegt Jones in zijn huisje in het dorp Llithfaen, dat uitkijkt op een schapenweide en een fraaie blauwgroene inham van de zee in de verte. „Dat vergroot echt de noodzaak om de lokale gemeenschap een voorkeursbehandeling te geven bij de toewijzing van woningen. Anders verwatert de lokale gemeenschap en is het op den duur gedaan met het Welsh en de eigen identiteit.”

Jones, die zelf overigens pas na zijn dertigste Welsh leerde, verwijst onder meer naar het Engelse Lake District, waar ook al beperkingen van kracht zijn op buitenstaanders die er zomerhuizen willen kopen. Hij hoopt dat dit standpunt ook terrein wint bij de aanloop naar de verkiezingen van 3 mei voor het eigen regionale parlement in Cardiff, waarmee de regering van premier Tony Blair Wales in 1999 bedeelde.

Erg veel animo lijkt er echter niet voor zulke drastische stappen te bestaan. Zelfs de gemeente Gwynedd, waar de dienst wordt uitgemaakt door de nationalistische partij Plaid Cymru, loopt er niet warm voor. Ze wil niet als xenofoob en racistisch worden afgeschilderd. Toeristen en bedrijven zouden erdoor kunnen worden afgeschrikt en dat kan dit betrekkelijk arme deel van Wales zich niet veroorloven.

Taalkundigen hanteren de vuistregel dat een minderheidstaal die door minder dan 70 procent van de bevolking wordt gesproken op den duur is voorbestemd tot uitsterven. In dat licht ziet het er somber uit voor het Welsh. Het aantal districten waar dat percentage wordt gehaald blijft dalen. In de stad stijgt het aantal Welsh-sprekers door de onderwijshervormingen weliswaar licht maar in de kerngebieden op het platteland is er een dalende trend.

Toch blijven veel Welsh-sprekers optimistisch. „Het hangt uiteindelijk van onszelf af”, zegt Sharon Morgan. „Makkelijk zal het niet worden want we zijn maar een klein taalgebied. Maar als onze kinderen voldoende doordrongen zijn van het feit dat ze er hard voor moeten knokken, kan het Welsh volgens mij best overleven.”