De stelling van Antoine van Agtmael: de nieuwe multinationals halen Europese bedrijven in

De wereld is niet plat, de wereld is aan het kantelen, zegt Antoine van Agtmael, een pioneer in investeringen in opkomende markten, tegen Roel Janssen. Het is outsourching upside down.

Europese banken leveren op het ogenblik slag om ABN Amro. Wanneer zal de eerste Chinese bank zich melden om een bank in Europa over te nemen?

„Dat zal nog wel enige tijd duren. Er zijn bepaalde bedrijfstakken waarin bedrijven uit de opkomende landen nummer één zijn. Maar niet in de bankwereld en ook niet in de distributie. Dat duurt nog een jaar of tien.”

In welke sectoren wel?

„Tegenwoordig gaat het om halfgeleiders van Samsung uit Korea, geheugenchips van TSMC uit Taiwan, vliegtuigen van Embraer uit Brazilië. Dat zijn kapitaalintensieve industrieën. In Zuid-Afrika bestaat een bedrijf, Sasol, dat met eigen technologie succesvol olie uit steenkolen maakt, wat de Amerikanen twintig jaar lang niet gelukt is.”

De meeste bedrijven uit opkomende landen produceren toch consumentengoederen die in een container passen en makkelijk geëxporteerd kunnen worden?

„Er zijn ook steeds meer bedrijven die dingen ontwerpen. HTC uit Taiwan heeft bijvoorbeeld de iPaq en smartphones ontworpen. Daar zijn 1.200 onderzoekers dag en nacht mee bezig. De nieuwste I-phone die Apple heeft geïntroduceerd, wordt door Hon Hai in China gemaakt. Dus ze zijn geen namakers meer, hun activiteiten verschuiven naar procestechnologieën en innovatie.”

Als die bedrijven betaalbare goederen produceren die wij graag bezitten, hebben wij er plezier van.

„Het gaat verder. Er is sprake van overnames van westerse bedrijven. Lenovo uit China heeft de laptopdivisie van IBM overgenomen, het Braziliaanse staalbedrijf CBRD heeft Inco, een Canadees nikkelbedrijf, overgenomen, Mittal uit India heeft het Frans-Luxemburgse staalbedrijf Arcelor gekocht en Tata Steel uit India heeft onlangs Corus, het Brits-Nederlandse staalbedrijf, gekocht.”

Ik geloof niet dat in Nederland veel mensen gehoord hadden van Tata. Hooguit als een bedrijf dat nog altijd het naoorlogse model van de Engelse Austin auto’s in India produceerde.

„Het verhaal van de opkomende markten is deels het verhaal van Jane Austens Pride and Prejudice. Tata bestaat al sinds het begin van de 20ste eeuw. Wie ontwerpt tegenwoordig de software voor grote banken? Tata Consulting Services. Ze doen veel meer dan adminstratieve werkzaamheden afhandelen. Indiase softwarebedrijven hebben vestigingen die zo groot zijn als die van Microsoft.”

Is het een bevestiging van de stelling van de Amerikaanse journalist Thomas Friedman: De wereld is plat?

„De kern van de boodschap van Friedman in zijn boek The world is flat is dat China en India belangrijk worden en dat productie naar die landen wordt verplaatst. Ik zie een kanteling in de wereld naar opkomende markten. Niet alleen op het gebied van handel, maar ook wat betreft technologie, mode, ontwerp. Samsung heeft een R&D-budget dat groter is dan dat van de Amerikaanse chipsproducent Intel en heeft meer octrooien dan welk Europees bedrijf ook. Ze beginnen voor te liggen.”

U draait de zaak om en heeft het over de opkomst van bedrijven uit opkomende landen op de wereldmarkt.

„Ik ga een stap verder dan Friedman. Embraer bouwt prachtige vliegtuigen. Dat is geen outsourcing, nee, zíj zijn het middelpunt. Het is outsourcing upside down. Zij staan in het centrum en betrekken hun onderdelen uit Europa en de Verenigde Staten.”

Moeten wij ons ongerust maken als er een Braziliaans, Chinees of Zuid-Afrikaans bedrijf is dat doorbreekt op de wereldmarkt in een bepaald segment?

„De vraag is: beschouw je de wereld als een zero sum game waarbij het marktaandeel van de een ten koste gaat van de ander?”

Of is sprake van een uitbreiding van de wereldmarkt?

„In de komende tien jaar komen er een miljard nieuwe consumenten bij in de wereld en die wonen allemaal in opkomende landen.”

Dus zijn er ook volop mogelijkheden voor nieuwe bedrijven uit opkomende landen.

„Wij – Europa en Amerika en daarna ook Japan – hebben 200 jaar voorop gelopen in de wereld. Maar vóór de Industriële Revolutie waren China en India grotere economieën en waren ze de rijkste landen van de wereld. Het Westen heeft ze verslagen met de Industriële Revolutie. Nu hebben we een nieuwe economische revolutie en beginnen wij achterop te lopen. Er is sprake van een enorme marktverplaatsing. In de opkomende landen zit alle groei van nieuwe consumenten. En als bedrijven in die landen steeds grotere R&D-budgetten hebben beginnen ze goed te worden. Ze zijn vaak slimmer, sneller en energieker dan bedrijven in Europa of de VS.”

De vraag is: moeten we ons daar zorgen over maken?

„Ze kunnen een bedreiging zijn. Er zijn allerlei terreinen waarop bedrijven uit opkomende landen bezig zijn een groter marktaandeel te veroveren.”

Het grootste probleem van de Nederlandse economie is krapte op de arbeidsmarkt. Er is door de vergrijzing en ontgroening een tekort aan werknemers, dus wat is er nou mooier dan delen van de productie naar andere landen verplaatsen?

„Dat is in zekere zin waar. Ik zie de wereld ook niet als een zero sum game. Maar ik zie wel dat je moet proberen voor de golf uit te surfen. We moeten ons aanpassen en nieuwe activiteiten ontwikkelen.”

Waarom moet je voor die golf uit surfen?

„De uitdaging is dat we een deel van de controle over ons economische bestaan gaan verliezen. Die wordt overgedragen aan bedrijven uit het Verre Oosten.”

Dus je verliest autonomie over je eigen economie.

„Dat risico bestaat als het bedrijfsleven volledig gecontroleerd wordt door buitenlandse ondernemingen.”

Nederland is al zo geïnternationaliseerd, die globalisering hebben we allang. Wat maakt het dan uit dat er bedrijven bijkomen waarvan de namen nog niet vertrouwd zijn?

„Het maakt ook niet zo verschrikkelijk veel uit, zolang we maar zorgen dat we voldoende innovatie hebben en nieuwe dingen ontwikkelen. Als we die innovatieslag verliezen, wordt Nederland een soort toeleveringsbedrijf.”

U schrijft in uw boek dat bedrijven uit opkomende landen het product zijn van een darwiniaanse overleving van de sterkste. Verschillen ze daarin van bedrijven waaraan wij gewend zijn?

„Ondernemers, werknemers en overheden zowel in de VS als Europa, hebben het heel lang vrij makkelijk gehad. Mijn stelling is: good times create bad habits, bad times create losers and world class companies. Vrijwel al die bedrijven in opkomende landen zijn door crises gegaan en hebben daarna succes geboekt. De ondernemers hebben die crises aangegrepen om hun bedrijven te versterken.”

Ieder nadeel heeft zijn voordeel, maar je wenst die landen niet nog eens een financiële crisis toe.

„Ik heb twee keer in mijn professionele leven als investeerder in opkomende markten de helft van mijn fonds verloren. We kunnen best weer een inzinking krijgen. Maar die markten zijn stabieler dan vroeger, omdat het economische beleid in deze landen veel gezonder is en omdat ze niet meer gebukt gaan onder schulden. 75 Procent van de valutareserves in de wereld bevindt zich nu in de opkomende landen. Niet alleen China met zijn duizend miljard dollarreserves en het Midden-Oosten met zijn oliereserves, maar ook Thailand, Rusland, Maleisië en Brazilië. Nu hebben de Verenigde Staten en Europa tekorten. Dát is de verschuiving.”

In het regeerakkoord van het nieuwe kabinet worden China, India en het woord globalisering niet één keer genoemd. Hebben we er te weinig oog voor?

„Het heeft iets parochiaals.”

Is dat domheid, arrogantie of psychologie?

„Het is een uitdrukking van het gevoel van ‘pride and prejudice’. Het gaat uit van de gedachte dat wíj toch degenen zijn die dingen uitvinden en dat zíj de spullen zullen maken. Maar dat is aan het veranderen.”