De praktijk in Smallingerland

Zestig gemeenteraden namen afgelopen maanden moties aan die trouwambtenaren verplichten homohuwelijken te sluiten. De wethouder van de ChristenUnie in Smallingerland trad erom af, hoewel het regeerakkoord van het kabinet Balkenende IV juist bepaalt dat ambtenaren mogen weigeren homo’s te trouwen. De ChristenUnie zit er mee in zijn maag: hoe nu verder met het ethisch reveil?

In de woonkamer van Jan van der Wouden, fractievoorzitter van de ChristenUnie in de gemeenteraad van Smallingerland, ligt een Rembrandt-bijbel op een roodgekleurde houten lessenaar. Opengeslagen bij 2 Corinthiërs 12. Zijn vrouw slaat een bladzijde om en wijst op het schilderij van de Emmaüsgangers, aan wie Christus na Zijn opstanding verschenen zou zijn. Toepasselijk voor de periode van het jaar, tussen Pasen en Pinksteren. Op tafel ligt het christelijke Friesch Dagblad.

Van der Wouden, grijze snor en baardje, bril en spijkerbroek ,zit zo nu en dan op de rugleuning van zijn stoel. Hij formuleert bedachtzaam. „Ja, eigenlijk is het besluit van Jan Rozema om op te stappen wel heel principieel.” Zijn partijgenoot Rozema werd een half jaar geleden benoemd tot buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand, samen met de andere leden van het gemeentebestuur (2 PvdA, 1 CDA en PvdA-burgemeester Bert Middel). Onlangs legde hij zijn functie neer, nog voor hij een huwelijk had voltrokken. De raad verplichtte hem, door het aannemen van een SP-PvdA-motie vorige maand (16 voor, 14 tegen) ook homo’s in de echt te verbinden. Alle vier trouwambtenaren in Smallingerland waren hiertoe al verplicht. Dat beleid werd nog eens bevestigd met de motie. Rozema kon dit niet met zijn geloofsopvatting overeenstemmen. Zijn vertrek vindt Van der Wouden spijtig. Hij had het liefst gezien dat Rozema het erop aan had laten komen en zijn ontslag had afgewacht. „Dan had je een proefproces kunnen houden.” Zelf zou Van der Wouden ook geen homo’s trouwen. „Het huwelijk is er voor man en vrouw. Zo staat het in de bijbel. Niet voor niets symboliseerde Christus de verhouding met de kerkelijke gemeente als die tussen hem als bruidegom en bruid.”

Onlangs noemde de Drachtster kunstenaar Jan Hofstra, die een weg naar het centrum zwembadblauw liet spuiten, zijn woonplaats na zes uur oersaai en verlaten. „Het is alsof je een bijna-dood-ervaring krijgt.” Stille straten en pleinen. Drachten is met 45.000 inwoners de tweede plaats van Friesland en wil graag stadse allure hebben. Maar bruisen wil het er maar niet. PvdA-burgemeester Bert Middel, oud-Eerste en Tweede Kamerlid, wil dat veranderen. Hij is de eerste burgemeester in Drachten in vijftig jaar die niet van ARP- of CDA-huize is. Sinds zijn benoeming in december 2005 wil hij een nieuw elan brengen in het oude veenkoloniale dorp, dat in de jaren zestig groot werd dankzij de Philipsvestiging. In Drachten is de bevolking rood of gereformeerd. De plaats telt 24 kerken en bezat ooit met 10.000 leden de grootste gereformeerde kerk van Nederland. Decennialang was het CDA er de grootste partij. Na de laatste raadsverkiezingen is dat nu de PvdA. Voor de tweede achtereenvolgende keer zit de ChristenUnie in het college. Bij de laatste raadsverkiezingen vorig jaar stemde een op de acht inwoners er op Rozema’s partij. Ook de PvdA boekte winst, ten koste van de lokale partijen.

Dat oppositiepartij SP de motie indiende, daar keek Van der Wouden niet van op. Maar dat coalitiepartij PvdA die steunde, viel hem erg tegen. „Dat is balanceren op het randje van de goede verhoudingen.” Van der Wouden verwijt de PvdA gewetensbezwaarden te discrimineren. „Dit is Smallingerland op zijn smalst.” Maar is er geen scheiding van kerk en staat? Moet een ambtenaar niet gewoon de wet uitvoeren? „Onzin”, vindt Van der Wouden. „Scherpslijperij.” Hij oordeelt dat het doel, het kunnen trouwen van homo’s in elke gemeente, is bereikt. „Je moet niet doorslaan. Er worden zo weinig homohuwelijken in Nederland gesloten, weet hij. „Dan is het idioot dat je geen ruimte laat aan mensen die zo´n huwelijk uit principe niet willen voltrekken.” Hij wil de kwestie laten betijen. Maar toch laat hij uitzoeken of de motie juridisch niet kan worden weerlegd.

Nadat de motie was aangenomen zat het college in een patstelling. Uitvoeren of niet? CDA-wethouder Fred Veenstra vond met Rozema dat er ruimte moest zijn voor gewetensbezwaarde weigerambtenaren. Zijn twee PvdA-collega’s niet. De stand was dus 2-2. PvdA-burgemeester Middel was ziek. Na zijn terugkomst gaf hij de doorslag. Middel zit in zijn overhemd in zijn warme werkkamer („er is airconditioning, maar daar merk je niet veel van”) in het moderne gemeentehuis tegenover theater De Lawei. „Uitvoering van die motie was principieel voor mij. Elke burger wordt in ons land gelijk behandeld. Dat is een grondrecht. Wie dat niet erkent, discrimineert.” Wie trouwambtenaren toestaat homostellen te weigeren, begeeft zich op een hellend vlak, waarschuwt hij. „Straks krijg je dat een trouwambtenaar geen moslims wil trouwen. Godsdienst is een privézaak”, vindt Middel. „Je moet je geloof ondergeschikt maken aan de uitoefening van een ambt.”

CDA-wethouder Veenstra vond een gebod om homokoppels te huwen te ver gaan. Maar zelf had hij geen bezwaar ze in de echt te verbinden. Voor Rozema, lid van de vrijgemaakt gereformeerde kerk, gold dit niet. De wethouder zei, aldus Middel: „Zo op zijn Gronings: ik zie mij dat niet doen. En ik wil het ook niet.” Rozema legde daarop zijn functie neer. Druk werd er op hem niet uitgeoefend, beklemtoont Middel. „Maar het was een moeilijke situatie geworden als hij was blijven zitten.” Rozema zou geen overleg hebben gehad met het landelijk partijbestuur over de kwestie. „Wij lazen zijn vertrek als trouwambtenaar ook in de krant. Dit is een lokale kwestie”, aldus woordvoerder Shahied Badoella van het partijbestuur van de ChristenUnie. Jan Rozema zelf is twee weken met vakantie. Hij wil de media niet te woord staan en volstond onlangs met een summiere persverklaring. Een gemeentewoordvoerder: „Hij wil niet aan het landelijke circus van Bos en Rouvoet meedoen.” Rozema in de verklaring: „Ik respecteer het besluit van de meerderheid van raad en college. Maar als logische consequentie van mijn persoonlijke overtuiging heb ik het besluit genomen mijn functie als buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand neer te leggen.” Dat Rozema vrijwel direct na zijn vertrek als trouwambtenaar twee weken op vakantie ging, was toeval en reeds gepland, aldus Middel.

PvdA-fractievoorzitter André Weitenberg vindt het opstappen van Rozema „heel wijs”. „Iemand die tegen het leger is, zul je niet in het leger vinden. Als elke weigerambtenaar opstapte, was het probleem de wereld uit.” Voor de verhoudingen binnen het college is de kwestie geen ramp, stelt hij. „Dat werkt perfect samen. Politiek is dat je soms moet slikken.” SP-fractievoorzitter Jos van der Horst heeft „diep respect” voor Rozema’s overtuiging. Met de motie wilde zijn partij „een statement” afgeven, toen het regeerakkoord een passage bevatte die ruimte liet voor gewetensbezwaarde trouwambtenaren.

Van der Wouden erkent dat de bewuste passage de positie van trouwambtenaren met gewetensbezwaren niet heeft verbeterd. „Die heeft gewerkt als een rode lap op een stier, terwijl die zo niet was bedoeld.” Middel: „Onbegrijpelijk dat Rouvoet dit niet heeft ingezien.” Van der Wouden heeft echter goede hoop dat er een wettelijke regeling komt voor gewetensbezwaarde trouwambtenaren.

Homoplatform Fryslân, dat uit diverse homobelangenorganisaties bestaat, zou dat een veeg teken vinden. Voorzitter Nettie Groeneveld: „Het raakt me persoonlijk dat christenen homoliefde toetsen aan huwelijkse waardigheid.” Maar op den duur zal het goed komen. voorspelt ze. „Ik vergelijk het wel eens met apartheid. Dat heeft ook jaren geduurd eer die verdwenen was.” Voorzitter Jan Deurholt van COC Fryslân („ik ben zelf ook christen”): „De toelating van vrouwen tot het ambt van predikant duurde ook veertig jaar.” Begrijpen doet hij het bezwaar van weigerambtenaren overigens niet. „Ik zeg altijd: Gods grootste gebod is de liefde. Hoe kun je dan tegen een huwelijk zijn van mensen die van elkaar houden?”