Alleen Wilders lid PVV

Je mag de PVV sponsoren, je mag vrijwilliger zijn en je mag er op stemmen. Maar lid worden mag niet. „Gewoon dictatuur dus.”

‘Paul’ begrijpt er niets van. Is er een partij die zegt waar het op staat, mag hij niet meedoen. Op het internetforum Forza Nederland zegt hij: „Volgens mij kun je geen lid worden van de PVV, wat natuurlijk belachelijk is.”

Op Elsevier.nl is ‘Nemesis’ boos: „Waar kan iemand zich aanmelden als lid van de partij van Wilders? Nergens dus. Een partij waar je als lid geen invloed kunt uitoefenen is geen democratische partij. Gewoon dictatuur dus.”

Geert Wilders vernieuwt de politiek. Het is de eerste keer in de parlementaire geschiedenis dat een politieke partij in de Tweede Kamer zit die geen leden heeft.

De internetsite van Wilders’ Partij voor de Vrijheid (PVV) roept wel op om donateur te worden. Wie vrijwilliger wil zijn, is ook welkom, net als alle kiezers. Maar lid worden, dat mag niet.

In 2005 meldde Wilders op zijn website in zijn „Brief van Geert” bezig te zijn met het „uitbouwen van de Groep Wilders tot brede volksbeweging”. Het zou een „beweging van burgers” worden. Kan dat, een brede volksbeweging zonder leden? En: hoe zit de partij eigenlijk in elkaar?

In november 2004 stapte Wilders het kantoor van notaris Margot Dussel in Rotterdam binnen om de Stichting Groep Wilders op te richten. De stichting beoogt volgens de statuten „het bevorderen van het uitdragen van de politieke en maatschappelijke standpunten, zoals deze door de heer Geert Wilders voornoemd, zijn uitgedragen en in de toekomst zullen worden uitgedragen.”

Geert Wilders is de enige bestuurder. De statuten geven hem het recht opvolgende bestuursleden te benoemen, voor het moment dat hij zou aftreden.

[Vervolg PVV: pagina 2]

‘Geert Wilders wil alles zelf in de hand houden’

De benoemingen kan hij zonder opgaaf van redenen altijd herroepen.

Meedoen aan de verkiezingen voor de Tweede Kamer eind vorig jaar kon de stichting niet. De Kieswet schrijft voor dat alleen verenigingen zich als partij kunnen registreren. De wetgever veronderstelt dat verenigingen, omdat ze leden hebben, geworteld zijn in de samenleving.

Dat is de reden waarom Geert Wilders en de Stichting Groep Wilders in maart 2005 samen de Vereniging Groep Wilders oprichtten. De vereniging ijvert voor „een vrij, welvarend en onafhankelijk Nederland.” Enig bestuurslid is, net als bij de stichting, Geert Wilders. Het is deze vereniging die onder de naam Partij voor de Vrijheid negen zetels haalde.

In de statuten staat dat de vereniging „leden” kent. In werkelijkheid worden die echter niet geaccepteerd. De PVV is dus een éénmanspartij met negen zetels.

„De PVV is van Wilders. Hij is gewoon de baas”, concludeert de Groningse hoogleraar staatsrecht D.J. Elzinga. „De kwalificaties autoritair en niet-democratisch kun je van toepassing verklaren, maar juridisch gezien is er geen probleem. Een vereniging moet twee oprichters hebben en minimaal één lid. Daar voldoet hij aan.”

Waarom wil Wilders geen leden? Bart Jan Spruyt, oprichter van de conservatieve denktank Edmund Burke Stichting, was actief voor de partij, maar stapte op uit onvrede met het beleid en de inhoud. Spruyt: „Wilders wil geen toestroom van mensen die lid kunnen worden van de vereniging uit angst voor taferelen zoals bij de LPF.” Martin Bosma, PVV-Kamerlid, zei eerder tegen Trouw: „Wij richten ons liever op die tien miljoen mensen die gaan stemmen, dan op een handjevol leden.”

Professor R. Andeweg, hoogleraar empirische politicologie aan de Universiteit Leiden, ontwaart „een autocratisch geleide partij onder het mom van een vereniging”. Wilders moet zich volgens Andeweg in bochten wringen om aan de verenigingseis te voldoen.

„Maar die eis is ook niet meer van deze tijd”, vindt Andeweg. „Politieke partijen als grote verenigingen zijn op hun retour. Er is niets dat zo gewantrouwd wordt door burgers als het verschijnsel politieke partij. En een gewoon lid heeft ook bij verenigingen niet altijd invloed. De overheid moet die organisatie-eis loslaten. Dan kunnen creatieve, nieuwe vormen ontstaan die beter bij deze tijd passen. Waarom mogen geen stichtingen, BV’s of natuurlijke personen meedoen?”

Andeweg: „Uiteindelijk is het aan de kiezers en niet aan de wetgever om te bepalen op wat voor soort partij men wil stemmen. Ik zou zelf niet voor zo’n organisatie kiezen. Maar waarom moeten wij mensen die wel op een autocratisch geleide partij willen stemmen daar vanaf houden?”

Ondertussen houdt de overheid vast aan de verenigingseis en beloont dat. Een partij met meer dan duizend leden krijgt subsidie. De PVV heeft geen aanvraag ingediend, meldt het ministerie van Binnenlandse Zaken. Had de PVV voldoende leden, dan ontving de partij dit jaar 637.533 euro. Dat bedrag is exclusief de subsidie voor een wetenschappelijke bureau en een jongerenorganisatie. „Geen subsidie, dat is de prijs die Wilders moet betalen”, zegt professor Elzinga.

De fractie van Wilders krijgt wel geld van de Tweede Kamer. Dit jaar is dat 1.152.000 euro, bestemd voor medewerkers en andere kosten. Het bedrag gaat naar de Stichting Ondersteuning Tweede Kamerfractie Partij voor de Vrijheid. Deze stichting is het enige orgaan waarin Wilders macht deelt. Hij is voorzitter; de Kamerleden Hero Brinkman en Raymond de Roon zijn secretaris en penningmeester.

Zonder subsidie was Wilders vóór de verkiezingen aangewezen op giften van particulieren en bedrijven. Wie dat zijn, heeft hij nooit bekend gemaakt.

Hoogleraar Andeweg vindt dat Wilders opening van zaken moet geven. „De samenleving mag transparantie van financiering en organisatie eisen. Politieke partijen zouden in aanloop naar verkiezingen actief kenbaar moeten maken hoe ze aan hun geld komen en hoe hun partij in elkaar steekt.”

Het geld stroomde in 2005 binnen, weet Bart Jan Spruyt. „Wilders gaf een lezing voor een Rotterdamse businessclub. De zaal zat vol en Wilders werd toegejuicht. Hij haalde ruim een ton op. Een jaar later vroeg dezelfde club hem nogmaals. Toen waren er veel minder mensen, die bovendien kritisch waren. Ze vonden het maar niks dat Wilders het alleen over de islam had, en ze vonden het niks dat hij niet met Marco Pastors en Joost Eerdmans wilde samenwerken. Die avond kreeg hij niet meer dan pakweg drieduizend euro.”

Een van de redenen van Spruyt om met Wilders te breken was dat Wilders „een one man, one issue partij” wilde. Spruyt had gehoopt op „een fatsoenlijke, brede conservatieve partij.”

Bart Jan Spruyt: „Wilders wil alles zelf in de hand houden. Zijn verzet tegen inhoudelijke verbreding gaat gelijk op met zijn verzet tegen personele verbreding. Hij wil geen concurrenten, maar omringt zich met mensen die loyaal zijn aan zijn partij Ik Geert Wilders. Hij vond het aanvankelijk ook niks om de naam Groep Wilders te veranderen in Partij voor de Vrijheid. Dat hij niet meedeed aan de Statenverkiezingen past bij zijn vrees de regie kwijt te raken. Voor zijn besluit om geen echte vereniging op te richten, niet te kiezen voor subsidie en geen wetenschappelijk bureau te willen, geldt hetzelfde. Dat zou een kantoortje zijn geworden waar hij geen totale greep op heeft. Het heeft allemaal met elkaar te maken.”

(Geert Wilders weigerde medewerking aan dit artikel, ondanks herhaalde verzoeken.)