Afscheid

Mevrouw Boogerd heeft in een Belgisch gehucht een winkel geopend: Scandals. Ze verkoopt schoenen, handtassen en accessoires voor dames. Alles uit Italië: Pollini, Baldinini, Sergio Rossi. Hogere prijsklasse. In de krant glunderde Nerena dat Michael helemaal achter haar staat. Hij zou zich wel laten zien. „Of je voor schoenen, tassen of voor Michael komt, iedereen is welkom.”

Een wielrenner in een handtassenzaak voor dames: dan is het over. En jawel, Michael Boogerd kondigde deze week op de Cauberg zijn afscheid aan als profwielrenner.

Het was toch nog een klap. Niet de aankondiging zelf, daar had de kampioen een spiekbriefje voor waarop zijn vrouw wat dingetjes had geschreven. Over aanvallen, winnen en verliezen, over een groot hart. En dat hij vaak tweede was geworden. Heel veel retoriek zat er niet in, maar ontroerend was het wel. Het was nog net een beetje Witte Dameachtig, op zijn Hollands dan. Voilekunst uit de polder. Op papier.

Michael zei dat hij zondag op de Cauberg zou genieten. „Ik denk dat ik de mooiste Amstel Goldrace van mijn leven ga rijden.” Zou goed kunnen. De Amstel Goldrace is dé wedstrijd van Michael Boogerd. Elk jaar in de kopgroep aanwezig, meestal iets te duidelijk. Maar hopeloos uit het wiel gereden werd hij niet, in zíjn koers. Sterven per fietslengte, zoiets.

Van deze Amstel Goldrace zal weinig romantiek blijven hangen. Ook als Boogerd zou winnen. De komende dagen wordt Nederland een kolonie van herinneringen rond de jarige Johan Cruijff. Even wordt de democratie afgehuurd voor een éénpersoonsstaat. De pedaalslag van Boogerd, bal in de kruising van Wesley Sneijder, hockey, pingpong, wat al voor weekendsensaties meer, niets betstaat nog. Het hele land is stilgelegd door een gerimpeld vogelkopje.

Daarom kan Boogerd beter Luik-Bastenaken-Luik winnen dan de Amstel Goldrace. Zijn we een week verder, en is de Vaticaanse dwang uit Barcelona van eren en vereerd worden weer wat verdampt. Of toch minder persoonsgebonden. Het zou onvergeeflijk zijn als Michael Boogerd in de laatste klassiekers van zijn leven (met aftrek van de Ronde van Lombardije) niet de aandacht zou krijgen die hij verdient. Weinig topsporters zijn zo landschappelijk verbonden met Nederland als deze renner. Wie Michael ziet denkt aan melk, aan schrale wind, aan kaalslag. Ontvleesd bijna, zoals alleen Hollanders kunnen zijn. Elke slungel kan zo door dat frêle lijf van hem heenwaaien. Toch gelukkig, zij het bij vlagen.

Die avond in Athene, na de olympische wegkoers, liepen we elkaar tegen het lijf. Ik leerde de twijfel in Michael Boogerd kennen. Hij vroeg zich af of hij wel genoeg uit zijn carrière had gehaald. Misschien moest hij voor de laatste jaren maar eens naar een buitenlandse ploeg. Als Raborenner kon hij nog weinigen verrassen, ook zichzelf niet. Hij voelde zich lichtjes versteend in het shirt van de bank. Ik moedigde hem aan: op naar Italië, leve Toscane! In het prachtige shirt van Lampre zou hij zeker overvallen worden door het gevoel in een ander lichaam te rijden. Hij, uitgetredene van het Raboklooster, het leek mij geweldig.

Hij vond het een goed idee. Maar niet langer dan een halve minuut. Opeens mompelde hij: „Italië is prima, maar hoe moet dat dan aan tafel? Mijn Italiaans is niet zo best.” Ik zei dat je met humor overal terecht kunt en dat renners het alleen over vrouwen en auto’s hebben, maar het kwaad was geschied: Holland bleef hét crematorium. Weg Lampre.

Boogerd is de meest strijdbare Nederlandse renner van de laatste tien jaar. Soms overdreef hij in het beulswerk, maar het was wel mooi om naar te kijken. Er lag iets komisch in zijn heroïek. Alsof het niet helemaal echt was. Een renner met zoveel temperament moest natuurlijk allang vereeuwigd zijn in boeken en gedichten, in gedenkplaten en straatnamen. Zeker in Den Haag, waar nog weinig glorie te rapen valt. Maar kennelijk staat iets collectieve lyriek in de weg. De bijtende kuiten van Michael zijn mooi, maar de substantie van esthetiek ontbreekt. Het blijven kuiten.

Sport is een eeuwig misverstand. Wielrennen is een hoogmis van misverstanden. Alles kantelt naar de waan van de dag. Naar de perceptie van misère of geluk, achter de dranghekken. Wielrennen is feminien: maandstonden zijn de glorie, al dan niet uitgestelde glorie. Dat leert Michael nog, in de schoenwinkel van Nerena.