A la guerre! Tegen de afstompende clips

Voorkom dat op videosites op internet de platte domheid overheerst. Bied tegengif met een grootscheeps en legaal aanbod van actualiteiten, fictie en documentaires.

Emmanuel Hoog

Algemeen directeur van de ‘eerste wereldbank van digitale archieven’ het Franse Institut Nationale de l’Audovisuel (INA).

Amateurvideo’s, en daarmee een stoet van smerige, obscene beelden, maken de dienst uit op internet. Niets is ons het afgelopen jaar bespaard gebleven: een stel daklozen die in elkaar werden geslagen en een groepsverkrachting door een stel jongeren, om maar te zwijgen van de talloze gevallen van ‘happy slapping’, dat echt een hype geworden is. Het toppunt van de elkaar overbiedende verschrikkingen was de clandestiene mobiele-telefoonopname van de executie van Saddam Hussein, die op het net werd gezet en die op schokkende, schandalige wijze de laatste ogenblikken van de onttroonde dictator toonde.

De domheid en barbaarsheid van de mens zijn natuurlijk niets nieuws. Nieuw is wel dat de uitingen ervan zich dankzij een vorm van voyeurisme kunnen verbreiden en vermenigvuldigen, en zo een publiek bereiken dat voor een rechtszitting of een proces-verbaal op het politiebureau nooit zal zijn weggelegd. Het misdrijf gaat hier gepaard met een ‘cybermisdrijf’ – nagenoeg legaal in de ogen van de internetgebruiker, die zijn eigen gewelddaden, delicten of perversiteiten uitzendt. „Iedereen heeft recht op een kwartier roem’’, heeft Andy Warhol gezegd. Dat kan nu op internet, mits je met je ‘echte’ beelden maar steeds verder gaat.

Uit naam van de persoonlijke vrijheid, van het recht op informatie, van de gratis toegang tot het gebodene, maar ook van wantrouwen jegens de instanties of de media wordt de verbreiding van de grofste, slechtst gedocumenteerde, minst geanalyseerde inhoud gestimuleerd, onder het mom van ‘waarheid’ of ‘realiteit’, die de boosdoeners en hun handlangers – de boeven dus die wij geworden zijn – vrijpleiten.

Er is sprake van een allengs toenemende discrepantie tussen de algemene verbreiding van breedband, waarmee het gebruik van internet een kleinigheid is, en de karigheid van het gebodene, dat minder zinnig wordt naarmate het gebruik toeneemt.

Toch staat de verschijning van het beeld op internet nog maar in de kinderschoenen; het web bestaat thans voor 95 procent uit tekst met hyperlinks. Schamel beeldaanbod – het beeld is nog het ondergeschoven kind van dit medium. De combinatie van beide staat niet onder een gelukkig gesternte. Maar morgen? Kan het beeld online zijn vermogen tot beschouwing, tot het doen van voorstellen, tot het stellen van vragen behouden? Kan het zich staande houden als werktuig, als centrum van intellectuele creativiteit, uitwisseling van kennis en begrip van de wereld?

Na het geluid en de muziek, die door het web zo zijn overvallen dat de cd-industrie voor lange tijd is verzwakt en ontwricht, roept de schoorvoetende opkomst van het bewegende beeld de nodige bedenkingen op. Maar juist die bedenkingen werpen de vraag op: moeten wij genoegen nemen met een eindeloze herhaling van afstompende clips?

Bij het scheppen van waarde op internet heeft men zich tot dusverre geconcentreerd op de toegang (providers, webhosting ) en de zoekmachines (Google, Yahoo), en de vervaardiging van een passende, oorspronkelijke inhoud veronachtzaamd. Op dit moment consumeert de internetgebruiker op beeldgebied wat hem wordt voorgeschoteld, dus niet veel zaaks. Voor die schaarste is geen alternatief.

Willen wij voorkomen dat het videoweb de hitparade van de platte domheid wordt, dan moet er spoedig een grootscheeps en legaal aanbod van bewegende beelden – actualiteiten, fictie, documentaires – komen. Alles wat er sinds het ontstaan van het genre op audiovisueel gebied is geproduceerd, moet online komen. Gratis te bekijken.

Stel tegenover de scholier die zijn leraar een oorvijg geeft de voornaamste data van de totstandkoming van de Europese Unie; tegenover gestolen programma’s de geschiedenis van het filmfestival in Cannes; tegenover de sites van de Holocaustontkenners de berichten van mensen die aan de shoah zijn ontkomen; tegenover de amateurfilmer die van zijn skateboard valt de hoogtepunten van de Olympische Spelen.

Het is geen kwestie van zwelgen in nostalgie. Het gaat erom de burger toegang te bieden tot beelden met pedagogische, informatieve of culturele kwaliteiten. Dat is nogal wat, en het Institut national de l’audiovisuel doet met www.ina.fr het nodige om aan die verwachtingen tegemoet te komen. Zijn succes zegt veel over de bestaande behoefte.

Sedert de oprichting in april 2006 hebben meer dan zeven miljoen internetgebruikers een bezoek gebracht aan deze site, die met zijn gratis toegankelijke, gecatalogiseerde en van bronvermeldingen voorziene aanbod uniek is in de wereld. Ziedaar een alternatief voor de video on demand – waar de blockbusterhandel een aanzienlijke rol speelt – en de tv-zenders die uitzendingen herhalen.

Op dit moment maken het web en de wereld van het beeld een tumultueuze ontwikkeling door, waar de campagne voor de presidentsverkiezingen het hare toe bijdraagt. Om rust te brengen in die relatie wordt het tijd dat internet weer zinnig wordt, zijn eigen bakens vaststelt en een houvast zoekt. Op het gebied van de tekst heeft het de volwassenheid bereikt, maar op dat van het beeld is het in de puberteit blijven steken. Dus moeten wij de helpende hand toesteken.