Waarom honden na het paren aan elkaar vastzitten

Orlanda S.H. Lie (eindred.): Het boek van Sidrac. Een honderdtal vragen uit een middeleeuwse encyclopedie. Verloren, 137 blz. €14,–

****-

De middeleeuwse, anonieme auteur van het encyclopedische Boek van Sidrac heeft nagedacht over hoe hij zijn kennis aan de lezer moet verkopen. Hij heeft de fictiefiguur Sidrac in het leven geroepen, en doet vervolgens (en nogal overtuigend) alsof deze echt heeft bestaan. Een ‘postmoderne’ truc. Sidrac zou de zoon van Japhet zijn, de zoon van Noach, en heeft van God alle vormen van kennis ontvangen over alles wat er gebeurd is vanaf het begin van de wereld tot aan zijn eigen tijd (847 jaar na Noachs dood), maar ook over wat er gaat gebeuren tot aan het einde der dagen.

Waar het titelpersonage in Het boek van Sidrac de antwoorden geeft, stelt koning Bottus de vragen. Bottus is koning van Bactorije, een buurland van India. Hij heeft een probleem. Hij wil India veroveren en is zijn veldtocht begonnen met het bouwen van een grote toren aan de grens. Die toren blijkt elke ochtend weer ingestort. Hoe kan dit? Hij raadpleegt vele wijzen, maar er is er maar één die het antwoord weet. Sidrac dus.

Dan heeft Bottus nog andere vragen. We lezen er in deze moderne editie een honderdtal van. Waar in het lichaam huist de ziel? Overal waar het bloed stroomt, zegt Sidrac, dus niet in je haar, nagels of gebit. Hoe komt het dat sommige mannen kaal zijn en anderen niet? Kwestie van maanstand: ‘Kinderen die worden geboren bij afnemende maan worden het kaalst van allemaal’. Wat voor mensen vind je op eilanden? Mensen van drie turven hoog, met een baard tot op de knieën. Overdag leven ze op het land, ’s nachts in het water. Waarom blijven honden na het paren soms aan elkaar vastzitten? Heeft met de hete hondennatuur te maken, zegt Sidrac. Ze worden één geheel, ‘samengesmeed als twee stukken gloeiend ijzer’.

Het zal duidelijk zijn dat de goddelijke kennis van Sidrac niet meer van onze tijd is, maar daar is het ook goddelijke kennis voor. Vaak is hij echter verrassend accuraat. Waarom kan men op een hoge berg water vinden, vraagt Bottus. Sidrac vertelt dat de aarde ondergrondse aderen heeft, en die lopen (net als in het hoofd van de mens) óók door een berg. Waar de regen vandaan komt? Sidrac: ‘Uit zee, door middel van de wolken. Als deze verzadigd zijn dan regent het.’ En op de vraag of je de mensen bij elke gelegenheid moet groeten zegt Sidrac ‘natuurlijk niet, op die manier kun je wel aan de gang blijven’.

Bijzonder leuk, deze postmoderne vraag-en-antwoord-encyclopedie uit de Middeleeuwen. Zeer verhelderend ook zijn de verklarende teksten (en de fraaie illustraties) van bezorger Lie en diens medewerkers. Op zijn minst één hardnekkig misverstand wordt door de samenstellers definitief uit de weg geruimd: dat de Middeleeuwer zou menen dat de aarde de vorm vertoont van een platte pannenkoek: ‘Al in de Klassieke Oudheid waren de geleerden ervan overtuigd dat de aarde bolvormig is. Vanaf de twaalfde eeuw wordt deze opvatting regelmatig aangetroffen in volkstalige geschriften. Ook Sidrac is deze mening toegedaan – volgens hem is de aarde zo rond als een appel.’ Een mooi beeld. We zijn meteen terug in de door God geïnspireerde Schrift: bij Adam en Eva begon de mens al de aarde op te eten.

Atte Jongstra

Meer weten? Atte Jonstra leest door op www.nrc.nl/boekenblog