Vertrouwen is meer waard dan raketten

Er zijn zeker vier verklaringen te bedenken voor het besluit van de regering-Bush om Polen en Tsjechië te verrijken met een raketverdediging.

De eerste, voor de hand liggende verklaring is dat de president en zijn adviseurs oprecht geloven dat het systeem eens zal functioneren en vijandelijke aanvallen zal kunnen afslaan.

De tweede is dat naar Amerikaanse berekening alleen al het praten over stationering de regering-Poetin zodanig zal intimideren dat zij een verdere opmars van de NAVO aan haar periferie gedwee zal accepteren.

De derde verklaring is dat naar Amerikaanse berekening de plannen afdoende zullen zijn om Europa in zichzelf te verdelen. Sinds het Atlantisch bondgenootschap naar aanleiding van de invasie van Irak uiteenviel in een ‘oud en een nieuw Europa’ (Rumsfeld) is Europa’s eenwording als nastrevenswaardig doel immers van de Amerikaanse politieke agenda afgevoerd.

Er valt nog een verklaring te bedenken. In deze krant verwees J.L. Heldring per implicatie daarnaar (Opiniepagina, 12 april). Argwaan van Europa (voorheen West-Europa) ten aanzien van overeenkomsten tussen Amerika en Rusland (voorheen de Sovjet-Unie) is een klassiek repeterend verschijnsel.

Tijdens de Koude Oorlog waren er nogal wat verdragen tussen Washington en Moskou waarbij Europa buitenspel stond. Veelal ging het om transparantie en beheersing van de arsenalen waarmee beide hoofdsteden elkaar bedreigden. Hoe meer strategische overeenstemming des te groter de Europese vrees dat een eventueel gewapend conflict tussen beide supermogenheden als een ‘relatief kleine oorlog’ in Midden- en West-Europa zou worden uitgevochten, mogelijk met gebruik van kernwapens. (Die vrees joeg in de jaren tachtig de massa’s de straat op om te protesteren tegen een eerder plaatsingsbesluit.)

Ditmaal zou het volgens Heldring kunnen gaan om een akkoord over een gezamenlijke raketverdediging: „Zou zo’n akkoord er komen, dan zou dat over het hoofd van Europa en de NAVO gebeuren en hun verdere devaluatie betekenen. Bij u, over u en zonder u.”

Een paar dagen eerder was in een artikel in de International Herald Tribune een Amerikaans-Russisch samengaan besproken. Konstantin Kosatsjev, voorzitter van de commissie voor buitenlandse betrekkingen van de Doema, schreef: „Rusland heeft een goede reden om geïnteresseerd te zijn in nauwe samenwerking bij het scheppen van een Euraziatisch raketverdedigingssysteem. […] Onze ideeën over de schepping van een gezamenlijk veiligheidssysteem waarbij de EU en Rusland zijn betrokken, blijven van kracht.”

Kosatsjev verwees vervolgens naar een telefoongesprek dat Bush en Poetin op 28 maart over de Amerikaanse stationeringsplannen voerden. Volgens het Kremlin had Bush bij die gelegenheid bereidheid uitgesproken om in het belang van de wederzijdse veiligheid het project te bespreken.

Kosatsjev valt Heldring in zoverre bij dat hij een Amerikaans-Russisch vergelijk over een raketverdediging voor mogelijk houdt. Maar daarbij sluit hij, anders dan Heldring verwacht, Europa niet uit. De Rus spreekt van een Euraziatisch raketverdedigingssysteem en noemt vervolgens de EU bij naam als een instituut dat bij een gezamenlijk veiligheidssysteem zou worden betrokken. De NAVO, een instelling die volgens Heldring eveneens buitenspel zou komen te staan, is in Kosatsjevs analyse eerder een spelbreker.

De Rus citeert de Duitse kanselier Merkel die naar aanleiding van de Amerikaanse plaatsingsplannen zei dat de Alliantie „de beste plaats is voor een discussie over dit thema”. De NAVO presteerde volgens haar weliswaar nog ondermaats, maar zonder het bondgenootschap zouden de zaken er slechter voorstaan. In de Russische wijze van zien daarentegen heeft de organisatie zichzelf deel van het probleem gemaakt. De NAVO is volgens Kosatsjev als de olifant in de porseleinkast: zij functioneert nog steeds als een militair blok uit de voorbije eeuw.

Maar de alliantie staat wat Rusland betreft niet buitenspel. Weliswaar „heeft zij ons beetgenomen” en zich met haar expansie in oostelijke richting niet gehouden aan de afspraken, maar dat betekent volgens Kosatsjev niet dat „we geen dialoog willen”. Het belangrijkste verschil tussen het heden en de tijd van de Koude Oorlog is volgens hem dat Rusland zichzelf niet ziet als een opponent van de VS, nog minder als zijn vijand. Niemand kan anti-Amerikaanse gevoelens sterker aanwakkeren dan Washington vandaag de dag zelf doet, ook Bin Laden niet, meent Kosatsjev. Poetin zelf sprak in zijn veel gewraakte rede in München overigens eveneens van „onze Amerikaanse vrienden”.

Opvallend is intussen dat rondom de voorgenomen plaatsing van het Amerikaanse raketverdedigingssysteem al bij voorbaat allerlei geopolitieke overwegingen een rol zijn gaan spelen terwijl er grote twijfels blijven bestaan over levensvatbaarheid, nut en noodzaak ervan. Er dreigen kapitalen te worden verspild aan een project dat naar alle waarschijnlijkheid niet aan de verwachtingen zal kunnen voldoen. De Franse Maginotlinie komt in de herinnering, evenals de Atlantik Wall en de Hollandse Waterlinie. Maar belangrijker is dat de plannen door de onzekerheid die zij scheppen zelf de gezamenlijke veiligheid ondermijnen.

Alleen al daarom zou het goed zijn alle partijen rondom de tafel bijeen te brengen, niet om hen met voldongen feiten te confronteren, maar om het onderlinge vertrouwen te herstellen dat na de val van de Muur even de kop opstak. Dat vertrouwen is meer waard dan alle wapensystemen bij elkaar. Vrienden zouden dat moeten beseffen.

J.H. Sampiemon is medewerker van NRC Handelsblad.

De column van J.L. Heldring is na te lezen op www.nrc.nl/opinie