Veel wheelen en dealen

Anna is de laatste dramaproductie van de IKON. Ook regisseur Eric Oosthoek, die dertig jaar bij de omroep werkte, neemt afscheid van Hilversum.

Jochum ten Haaf (Stijn) en Monic Hendrickx (Anna) in het laatste drama voor de IKON van Eric Oosthoek. Foto IKON IKON

Anna is een telefilm van de IKON over een broer en een zus die hun ouders hebben verloren. Het evenwicht op hun boerderij in Limburg wordt verstoord door een aantal onverwachte gasten. Na zondag, als Anna van Eric Oosthoek wordt uitgezonden, sluit de IKON de afdeling Drama. Oosthoek neemt dan afscheid van de omroep. Na een dienstverband van 30 jaar – de laatste jaren als eindredacteur drama – vestigt hij zich als zelfstandig regisseur en scenarioschrijver.

Het IKON-drama sneuvelde niet alleen door bezuinigingen bij de omroep, maar ook doordat de niet-ledengebonden omroepen Human en IKON zendtijd kwijtraakten. In 2005 verminderde het Commissariaat voor de Media de uitzenduren en het budget van de IKON fors. De veranderde samenstelling van de bevolking zou dat rechtvaardigen. „Dat was de nekslag”, zegt Eric Oosthoek. „Hierdoor moest het relatief dure drama worden geschrapt. Daarmee komt een einde aan een lange traditie.”

Oosthoek studeerde als een van de eersten op de Toneelschool af op televisieregie. Toch maakte hij eerst grotezaalvoorstellingen en politiek vormingstheater. Eind jaren zeventig ging hij bij de IKON te werken. „Ze wilden programma’s maken voor jongeren én hadden aandacht voor de Derde Wereld. Ik had voor beide belangstelling. Ze zeiden dat ik op het goede moment kwam. Ik mocht een plan opstellen.’’ Hij begon er als regisseur en scenarioschrijver. „Elke vijf jaar heb ik de situatie opnieuw gewogen”, zegt Oosthoek. „Telkens kwam ik tot de conclusie dat nergens in Hilversum een plek was waar in zoveel vrijheid en in een prettige existentie drama kon worden gemaakt. Drama is het middel bij uitstek om een ingewikkelde problematiek inzichtelijk te maken, door het te individualiseren. Met minimale budgetten. Dat bracht altijd een hoop geritsel en geregel met zich mee.”

Hij vertelt over een film waarin Ton Lensink een musicus speelde die Auschwitz had overleefd. De film speelde zich grotendeels af in de trein naar Warschau, maar er was geen geld om een eigen trein te huren. „Dat betekende veel wheelen en dealen met de spoorwegen. Uiteindelijk is een wagon achter de reguliere trein gehangen. Er reed een auto mee. Degenen in de auto moesten steeds, vóór aankomst van de trein, de camera opstellen. Ik had die reis eerst drie keer alleen gemaakt, om op basis van de dienstregeling een draaischema te maken.”

In 1988 werd het Stimuleringsfonds voor Culturele Omroepproducties opgericht, maar de niet-ledengebonden omroepen konden daarbij door een fout in de wettekst aanvankelijk geen subsidie aanvragen. „Dat betekende voor ons een budgettair gat”, zegt Oosthoek. Hij maakte van de nood een deugd: „Toen heb ik de serie Oog in oog bedacht. Ik gaf schrijvers, die vaak nooit eerder een scenario hadden geschreven, de opdracht iets te schrijven voor één persoon op één locatie. Van Wolkers tot Brakman, van ’t Hart tot Palmen, iedereen deed mee. En door deelname van de BRT ook Vlaamse schrijvers. Ik heb er 48 gemaakt.”

In de films die Oosthoek maakte, speelde het door de IKON uitgedragen maatschappelijke engagement steeds door. „Saint Amour ging over een priester die in de knoop raakt met zijn celibaatgelofte. Daarin speelde Antonie Kamerling, toen vooral bekend als soapacteur, de priester. Dat betekende een veel grotere groep kijkers dan gebruikelijk.” Toch weigerde Oosthoek een knieval naar het grote publiek te maken, zoals de publieke omroep volgens hem nu vaak doet. „Het ‘moeilijker’ drama verdwijnt ten koste van het luchtiger aanbod. Drama-afdelingen worden opgeheven, of gaan terug naar één dramaturg. Terwijl serieus drama behoort tot de kerntaak van de publieke omroep. Het netmanagement kan wel beweren dat het aandeel dramaproducties stijgt, maar er is een verschuiving van drama dat ergens over gaat naar non-drama. De commerciële omroep kan dat beter maken.” In de strijd om de kijkcijfers wint de publieke omroep het nooit van de commerciëlen, meent Oosthoek. „De publieke omroep moet niet bang zijn te worden gemarginaliseerd. De publieke omroep mag de reclame eruit gooien en terug naar twee netten met alléén kwaliteit.”

Anna, zondag, Ned. 2, 20.30 u.