Veel wheelen en dealen

Anna is de laatste dramaproductie van de IKON.

Ook regisseur Eric Oosthoek, die dertig jaar bij de omroep werkte, neemt afscheid van Hilversum.

Anna is een Telefilm van de IKON over een broer en een zus die hun ouders hebben verloren. Het evenwicht op hun boerderij in Limburg wordt verstoord door een aantal onverwachte gasten. Na zondag, als Anna van Eric Oosthoek wordt uitgezonden, gaan de deuren bij de afdeling Drama van de IKON definitief dicht.

En dan neemt Oosthoek zelf afscheid van de IKON. Na een dienstverband van 30 jaar – de laatste jaren in de functie van eindredacteur Drama – vestigt hij zich als zelfstandig regisseur en scenarioschrijver.

Behalve door bezuinigingen bij de omroep sneuvelde het IKON-drama doordat de niet-ledengebonden omroepen Human en IKON zendtijd moesten inleveren. In 2005 verminderde het Commissariaat van de Media de zendtijd en het budget van de IKON met 27 procent.

„Dat was de nekslag”, zegt Eric Oosthoek. „Hierdoor moest het relatief dure drama worden geschrapt. Daarmee komt een einde aan een lange traditie bij de IKON. Denk aan series als Sanne, Weekend, De rivier waarin ik zwom, Oog in oog en Over de Liefde”

Oosthoek studeerde als een van de eersten op de Toneelschool af op televisieregie. Toch maakte hij eerst grote-zaalvoorstellingen (ondermeer Suiker van Hugo Claus) en politiek vormingstheater, om eind jaren zeventig bij de IKON te gaan werken.

Hij begon er als regisseur en scenarioschrijver. „Elke vijf jaar heb ik de situatie opnieuw gewogen’’, zegt Oosthoek. „Maar telkens kwam ik tot de conclusie dat er nergens in Hilversum een plek was waar in zoveel vrijheid en in een prettige existentie drama kon worden gemaakt. Weliswaar moest dat met minimale budgetten. Dat bracht altijd een hoop geritsel en geregel met zich mee.’’

Hij wijst naar een foto aan de wand van zijn werkkamer, waarop de hoofdpersoon van Sanne de Westertoren in Amsterdam beklimt. „Dat deed hij om te protesteren tegen kernwapens. Wil je zo’n scène goed en veilig draaien, dan komt daar enorm veel bij kijken. Zowel op de grond als bij die beklimming moet alles onder controle zijn. Als er weinig geld is moet je inventief zijn. We gebruikten soms maffia-achtige technieken om toch onze hoge doelstelling te halen. En altijd met een kleine ploeg, waar een regisseur als Polanski met 140 zou werken.’’

Hij vertelt over een film waarin Ton Lensink een musicus speelde die Auschwitz had overleefd. De film speelde zich grotendeels in de trein naar Warschau af, maar er was geen geld om een eigen trein te huren. „Dat betekende veel wheelen en dealen met de spoorwegen. Uiteindelijk is een speciale wagon achter de reguliere trein gehangen. Er reed met de trein een auto mee. Degenen in de auto moesten steeds, vóór aankomst van de trein, de camera opstellen. Ik had die reis eerst drie keer alleen gemaakt, om op basis van de dienstregeling een draaischema te maken.’’

In 1988 werd het Stimuleringsfonds voor Culturele Omroepproducties opgericht, maar de niet-ledengebonden omroepen konden door een fout in de wettekst daar aanvankelijk geen subsidie aanvragen. „Dat betekende voor ons een budgettair gat’’, zegt Oosthoek. Hij maakte van de nood een deugd: „Toen heb ik de serie Oog in oog bedacht. Ik gaf schrijvers, die vaak nooit eerder een scenario hadden geschreven, de opdracht iets te schrijven voor één persoon op één locatie. Van Wolkers tot Brakman, van ’t Hart tot Palmen, iedereen deed mee. En door deelname van de BRT ook schrijvers uit Vlaanderen: Hemmerechts, Ruyslinck, Brouwers. Ik heb er 48 van gemaakt.’’

In de Telefilms die Oosthoek de afgelopen jaren maakte, speelde het door de IKON uitgedragen maatschappelijke engagement nog steeds door: „Saint Amour ging over een priester die in de knoop raakt met zijn celibaatgelofte. Daarin speelde Antonie Kamerling, toen vooral bekend als soapacteur, de priester. Dat betekende een veel grotere groep kijkers dan gebruikelijk.’’

Toch weigerde Oosthoek een knieval naar het grote publiek te maken, zoals de publieke omroep volgens hem steeds steeds vaker doet. „Je ziet dat het ‘moeilijker’ drama verdwijnt ten koste van het luchtiger aanbod. Drama-afdelingen worden opgeheven, of gaan terug naar één dramaturg. Terwijl serieus drama behoort tot de kerntaak van de publieke omroep. Het netmanagement kan wel beweren dat het aandeel dramaproducties omhoog gaat, maar er is een verschuiving van drama dat ergens over gaat naar non-drama. De commerciële omroep kan dat genre beter maken.’’

In de strijd om de kijkcijfers zal de publieke omroep het toch nooit winnen van de commerciëlen, meent Oosthoek: „De publieke omroep moet niet bang zijn te worden gemarginaliseerd. Van mij mag de publieke omroep de reclame eruit flikkeren en terug naar twee netten met alléén kwaliteit.’’

Anna, zondag, Ned. 2, 20.30 u.