Tolkien & zoon over Húrin & zoon

J.R.R. Tolkien: De kinderen van Húrin. Onder redactie van Christopher R. Tolkien, vertaald door Peter Cuijpers, illustraties Alan Lee, Mynx, 315 blz., € 22,50

‘Tolkien was eigenlijk helemaal geen schrijver’. Met deze boude opmerking haalde de Britse auteur, Jezusbiograaf en columnist A.N. Wilson zich in 2001, toen deel een van The Lord of the Rings-filmtrilogie uitkwam, de woede van Tolkienfans op de hals. Toch heeft Wilson geen ongelijk, getuige de vandaag in Nederland verschenen ‘nieuwe Tolkien’, De kinderen van Húrin. Een diep tragisch verhaal dat door zoon Christopher bewonderenswaardig nauwgezet is samengesteld uit een immense berg, deels ongepubliceerde, fragmenten en manuscripten uit Tolkiens nalatenschap en voorzien van uitgebreide achtergrondinformatie en suggestieve illustraties van Alan Lee.

De sage over Húrin, die Morgoth alias Melkor, ‘het begin van het kwaad’, recht in de ogen kijkt en daarmee onheil over zijn zoon Túrin en dochter Niënor afroept, is geschreven in een archaïsch aandoende taal, passend bij de suggestie van een oude overlevering. Met de wetenschap dat sagen op een mondelinge traditie rusten, zou het kunnen zijn dat het verhaal, wanneer in het Engels voorgelezen, tot zijn recht komt. Zoals dat volgens auteur Ursula K. Le Guin ook geldt voor The Lord of the Rings, (‘it wants the living voice to speak it’), dat ze tot drie keer toe voorlas aan haar kinderen. Maar als leesverhaal vordert De kinderen van Húrin moeizaam en mis je een oorspronkelijke schrijversstem. Het genealogisch opgezette begin en overgangszinnen als ‘hier keert het verhaal terug naar Túrin’, getuigen van een matige schrijfstijl en scheppen afstand. Deze surrogaat-epische-stijl, die vertaler Peter Cuijpers minder goed heeft aangevoeld dan zijn geprezen voorganger Max Schuchart, paste echter bij Tolkiens levensdoel: het scheppen van een nieuwe oude mythologie, een compleet corpus van onderling verweven sagen.

J.R.R. Tolkien (1892-1973), hoogleraar Angelsaksisch in Oxford, was zijn leven lang gefascineerd door Noord-Europese mythologie en linguïstiek. Het Oudengelse heldendicht Beowulf en het Middelengelse Sir Gawain and the Green Knight waren zijn studieonderwerpen. En in de noordse sagen en middeleeuwse volksepen uit IJsland (Edda en Volsünga Saga) en Finland (Kalevala) zocht hij onophoudelijk een antwoord op het ‘waarom’ van het menselijke bestaan. Een zoektocht die vorm kreeg in zijn creatie van Midden Aarde: Een prehistorische, lang vergeten fantasiewereld waarin de aloude strijd tussen Goed en Kwaad in alle hevigheid woedt.

Hopend op het vinden van wat de betekenis van het menselijke bestaan zou kunnen zijn, verzon Tolkien een prachtig scheppingsverhaal, complete kunsttalen met bijbehorende etymologieën, plattegronden, genealogieën én nieuwe soorten als Elfen (de bijna onsterfelijke eerstgeborenen) en Orks (gevallen Elfen die het Kwaad dienen).

Tot zijn dood werkte Tolkien onophoudelijk aan deze omvangrijke imitatiemythologie. Zijn levenswerk wist hij echter niet naar tevredenheid te voltooien, ook al doordat hij werd afgeleid door het succes van de aanvankelijk onbedoelde publicatie van The Hobbit (1937) en The Lord of the Rings (1954-55). Een drietal grote sagen uit de Oudste Tijden (de Eerste Era), van lang voor The Lord of the Rings, (verkort terug te vinden in Tolkiens postuum verschenen ‘kosmologie’ van Midden-aarde, The Silmarillion), heeft hij aldus nooit volledig uitgeschreven. Een daarvan is De kinderen van Húrin, daterend uit 1918.

Die datum verklaart de ‘einde-der-tijden-sfeer’ in de sage, waarin de tragische antiheld Túrin Turambar (meester van het lot) gevangen is door ‘duisternis’. Wanneer zijn vader Húrin door Morgoth wordt gegijzeld, stuurt moeder Morwen Túrin wegens veiligheid naar koning Thingol van Doriath. Daar veroorzaakt hij als jongeman onopzettelijk de dood van een raadsman van de koning. Túrin vlucht, waarna vele, zware beproevingen volgen. Weliswaar dood hij de draak Glaurung. Maar onbedoeld wordt hij de moordenaar van zijn beste vriend, dief van andermans liefde, echtgenoot van zijn zuster Niënor en vader van haar ongeboren kind. De afloop ligt verscholen in het lot van het menselijke bestaan. ‘De doem ligt in jezelf, niet in je naam’, weet Túrin. Zelfmoord rest voor broer en zus.

De kinderen van Húrin is zware kost vergeleken bij The Lord of the Rings, maar opent voor alle fans van de trilogie een belangrijke deur naar Midden-aarde. Binnengetreden zie je Tolkien: niet als (roman)schrijver, maar als begenadigd knappe verhalenschepper, die met zijn ongebreidelde fantasie een wonderbaarlijke, ongrijpbare, onnavolgbare wereld naliet.