Spelen voor Beethoven zelf

Pianist Severin von Eckardstein won in 2003 het Elisabeth Concours in Brussel. Zondag geeft hij in Amsterdam zijn tweede recital in de serie Meesterpianisten.

Severin von Eckardstein foto Studio Marc Pluim Arnhem, 23 maart 2007. Pianist Severin von Eckardstein aan de vleugel in Musis Sacrum Foto: Marc Pluim Pluim, Marc

In de Brusselse namiddagzon zit een zwerver op de stoep van het huis van pianist Severin von Eckardstein. Pianoklanken dwarrelen er de straat op. Von Eckardstein (28), op sleetse Birkenstocks, woont er pas net, vertelt hij. Zijn appartement telt twee kamers. Een voor de Steinway, een voor een beslapen twijfelaar. „Na negen jaar in Berlijn had ik behoefte aan verandering. Een andere cultuur, niet te ver van Duitsland. Maar er was geen stad waar ik van droomde en ik neem sowieso niet graag beslissingen. Tot nu toe hielpen mijn ouders me daar altijd bij, maar dat wilde ik nu liever niet meer. Brussel is praktisch. Ik kende hier al wat mensen, en de ligging is gunstig.”

Door de stroom aan jonge, communicatief begaafde klassieke musici als onder meer pianist Lang Lang, violiste Janine Jansen en de nieuwe Rotterdamse chef-dirigent Yannick Nezet-Seguin, zou je bijna denken dat succes voor jonge musici synoniem is aan flair. Von Eckardstein is anders. Hij oogt breekbaar en schichtig, hij mompelt en wat hij zegt is vaak kinderlijk eerlijk („Wat schrijf je veel op! Ik ook, elke dag. In mijn dagboek. Over van alles. Maar het zijn niet allemaal grote gedachten, hoor.”)

Von Eckardstein (Düsseldorf, 1978 – baron van geboorte) komt niet uit een muzikale familie. Zijn vader werkt in een staalbedrijf, zijn moeder was vertaalster. Severin von Eckardstein ontdekte de piano bij toeval, in het huis van de buurkinderen. Het instrument fascineerde hem zodanig, dat zijn ouders hem voor zijn zesde verjaardag een oude piano cadeau deden. „Ah, dat verhaal ken je al”, reageert hij gelaten. „Het is waar: mijn familie is niet artistiek. Ik heb een oom die acteur is, maar die zie ik alleen soms, op een VonEckardstein familieweekend. Natuurlijk vragen mijn familieleden dan wel eens of ik wat speel. Als de sfeer er naar is, laat ik me overhalen. In principe is er niets mooiers dan huisconcerten. Muziek maken voor een klein, aandachtig publiek.”

De in zichzelf gekeerdheid

die Von Eckardstein uitstraalt, behoudt hij achter de piano. Alleen maakt zijn verlegenheid dan plaats voor zekerheid. Wie een van zijn al talrijke recitals en concerten in Nederland bijwoonde of een van zijn nog schaarse cd-opnamen (verschenen bij het kleine label Dabringhaus und Grimm) beluistert, hoort technische verfijning en temperament. Zelden waren publiek en jury het ook zo eens als bij het Koningin Elisabeth Concours van 2003; Von Eckardstein – toen 25 – won. In 2004 debuteerde hij met groot succes in de serie Meesterpianisten, in deze krant geprezen om zijn ‘introverte en diepzinnige muzikaliteit’. Verder schreef de recensent: ‘Hoe abstracter de noten, hoe meer de introverte Von Eckardstein zijn gevoelens durft te tonen.’ Ook in een concert met het Rotterdams Philharmonisch Orkest onder leiding van Valery Gergjev hield Severin von Eckardstein deze zomer ‘een soort afstandelijkheid en bevangenheid, hij lijkt meer te spelen voor Beethoven daarboven dan voor het publiek beneden in de zaal.’

Von Eckardstein was als kind al schuw, zegt hij. „Ik heb geboft met mijn eerste leraressen – een Hongaarse en later de Poolse Barbara Szczepanska. Beide dames lieten me heel vrij, terwijl ik soms heel onaardig tegen ze was. Uit verlegenheid. Ik deed onaardig omdat ik ze aardig vond.”

Al snel kwam Von Eckardstein onder de hoede van pedagoog Karl-Heinz Kämmerling aan het conservatorium in Hannover. „Hij was vaderlijk, warmhartig en praktisch. Ik speelde de hele dag. Zomaar, voor me uit – improvisaties. Maar studeren, daar houd ik niet van. Hij had daar praktische tips voor en liet me ook droog oefenen – zonder piano.”

Von Eckardstein is in Nederland beroemd. Hij treedt volgende week voor de tweede keer op in de serie Meesterpianisten en maakt eind september zijn debuut als solist bij het Koninklijk Concertgebouworkest, in het Pianoconcert nr. 5 van Beethoven. Maar net als voor zijn collega Igor Roma dreigt er voor Von Eckardstein – wiens manager Marco Riaskoff in Amsterdam is gevestigd – een merkwaardige vorm van wereldfaam in Nederland. In Duitsland geeft hij maar zo’n drie concerten per jaar, en is hij veel minder bekend dan bijvoorbeeld zijn generatiegenoot Martin Stadtfeld. („Soms denk ik wel eens: weer hij.”) Elders – in de Verenigde Staten, Japan en de rest van Europa – treedt Von Eckardsteins eveneens sporadisch op, al waren zijn concerten in Washington en New York vorig jaar zeer succesvol. „Riaskoff en ik moeten meer samen gaan werken met lokale managers in andere landen”, erkent Von Eckardstein. „Maar het is moeilijk; er zijn zo véél pianisten. Ik speel nu veertig concerten per jaar, waarvan driekwart in Nederland. Dat is genoeg, al zou meer niet erg zijn. Maar in dit vak gaat het er ook om hoe je bent, niet alleen om hoe je speelt. Iemand als de Chinees Lang Lang zuigt de aandacht naar zich toe; hij is voor het podium gemaakt en wekt met zijn ontembare energie de indruk dat hij elke dag opnieuw wordt geboren. Ik kan hem daar om benijden. Ik zou me graag vrijer voelen. Me, als Lang, op het podium net zo ongedwongen kunnen voelen als thuis. Maar ik ben wie ik ben. Het beste is maar te proberen het publiek helemaal te vergeten.”

Voor zijn tweede recital in de serie Meesterpianisten heeft Von Eckardstein stukken gekozen die hij goed kent. Wat Lieder ohne Worte van Mendelssohn, wiens „zangerige, introverte intimiteit” Von Eckardstein als ‘belangrijk voor zijn welzijn’ omschrijft. En een première van de totaal onbekende componist Herchenröder. „Een vriend van mijn vader uit de Rotary Club”, biecht hij op. „Het is leuk om eens muziek te spelen die alleen voor mij is geschreven.”

Het zwaartepunt van het recital vormt de Sonate in b van Liszt. „Een overbekend stuk, maar dat schrikt me niet af. Wat maakt het uit dat er andere interpretaties denkbaar zijn naast de mijne? Ivo Pogorelich vond ik vijftien jaar geleden fantastisch in dit stuk. Helaas speelt hij het nu als een waanzinnige, met een nadruk op elke afzonderlijke noot die de structuur totaal vernietigt. Mijn doel is de muziek zo natuurlijk mogelijk te laten klinken.”

Voor Von Eckardstein is

het programma relatief behoudend; een voorkeur voor twintigste-eeuwse muziek is een van zijn onderscheidende kenmerken. „Ik kan ook wel Bach spelen, maar ik vind dat moeilijk. Speel je Bach te star, dan wordt het een etude. Laat je je gaan, dan wordt het al snel onaanvaardbaar romantisch. Ik kies dan liever Prokofjev – om maar een voorbeeld te noemen. Bij Prokofjev hebben alle noten belang, maar achter die abstractie ligt ook een verhaal. Het is geen muziek die wil behagen, maar muziek die iets zegt over de positieve en negatieve aspecten van het leven. Die sombert, maar met humor. De vrucht van een actieve geest.”

Von Eckardstein neemt de tijd voor het instuderen van zijn programma’s. Drie maanden voor nieuw repertoire, twee weken voor oud. „Maar hoe ik speel tijdens een concert hangt van het moment af. De expressie moet spontaan zijn, al is het belangrijk er met iemand over te praten en te toetsen of ingevingen ook werken. Nu ik niet meer studeer, mis ik de vanzelfsprekende dialoog met een leraar. Ik wil een pianist zijn met een eigen geluid – dat is de essentie. Om me heen hoor ik de persoonlijke karakteristieken onder pianisten vervlakken. Je doet mee aan concoursen, voelt de druk om carrière te maken en studeert zo hard dat er nog maar weinig tijd is om na te denken over wat je nu echt wilt zeggen. En veel luisteraars werken dat in de hand; die worden meer bekoord door snelle vingers dan door iemand die risico’s neemt omdat hij iets eigens wil zeggen. Je wilt toch geen namen horen? Ik kan alleen zeggen wat me raakt. En dat gebeurt niet zo vaak.”

Serie Meesterpianisten met Severin von Eckardstein op 22/4 Concertgebouw, Amsterdam. Aanvang; 20.15 uur. Res.: (020) 6718345