Sleetse idealen in een oude schuur

Manja Topper (Thalassa) in ‘Schuur’ van Dood Paard. Foto Sanne Peper Peper, Sanne

Theater: Schuur van Rob de Graaf door Dood Paard. Gezien: 18/4 Frascati, Amsterdam. Tournee t/m 16/6. Info: 020-4229833 en www.doodpaard.nl.

Ze eten zuurdesembrood en drinken rooibosthee: het stel in de voorstelling Schuur is op de natuurvoedingstoer. Thalassa en Ruprecht zuiveren hun lichaam in de hoop ook hun geest schoon te maken – hun ziel, hun hele leven.

Rob de Graaf schreef voor theatergroep Dood Paard een herkenbare tekst over een koppel in de grote stad dat voor de rust op een Waddeneiland is gaan wonen, maar daar de innerlijke onrust alleen maar ziet groeien. Er is zo weinig afleiding dat de problemen alle ruimte krijgen. En het grootste probleem van Ruprecht en Thalassa is hun verantwoordelijkheid voor de dood van een goede vriendin. Ze voelen zich terecht schuldig en ook al proberen ze zichzelf iets anders wijs te maken, hun comfortloze leven in een tochtige boerenschuur is en blijft een vorm van boetedoening.

Oscar van Woensel speelt de man, een schrijver met een blokkade, veertig al en nog behoorlijk onzelfstandig. Deze jongen met zijn zwartgeverfde kuif zou cynisch zijn als hij daar de kracht voor had. Nu komt Ruprecht niet verder dan gezeur, dat de in slungels gespecialiseerde Van Woensel leuk neuzelend vertolkt.

De dominante partij is Thalassa. Zij dramt, zij verbiedt, zij legt beiden haar groene denkbeelden op. Manja Topper speelt haar met een scheut hysterie, hoog uithalend als ze verontwaardigd is, en dat is dikwijls het geval. Daartussendoor spreekt Topper snel en zacht, te zacht, onverstaanbaar haast. Haar spel heeft iets gemaniëreerds, wat goed bij Thalassa’s geforceerde houding past, maar minder goed bij de realistische tekst.

Die is opgezet als een well made play, met mooie zinnen en een strakke structuur. De Graaf snijdt relevante thema’s aan, zoals dogmatisme en pragmatisme ofwel het verlangen naar een beter leven versus de harde werkelijkheid. Thalassa was eens een ultralinkse kraakster. Samen met de vriendin die nu dood is bestormde zij de hemel, desnoods met geweld. Haar politieke carrière eindigde in de stadsdeelraad, waar de compromismachinerie haar idealen vermaalde. De scène waarin Thalassa de bevlogenheid bij een of ander jeugdcongres memoreert ontroert, want ach, wat is het heerlijk om onvoorwaardelijk in iets te geloven. Toch haalt Schuur het niet bij De Graafs eerder voor Dood Paard geschreven stuk Geslacht. Dat schuurde meer dan Schuur omdat de personages elkaar harder bezeerden. Zij waren meer aan elkaar gewaagd en hadden scherpere oneliners tot hun beschikking.

Dood Paard, dat zonder regisseur werkt, mag nog eigenzinniger en nog kritischer worden. Ook jegens de auteur.