Plasterks voorstel is zo gek nog niet

Het onderwijs schept zijn eigen stress. Door de vele vakanties moet het werk steeds opnieuw opgestart en afgesloten worden. Daarom heeft minister Plasterk van Onderwijs een punt met zijn voorstel de werkdruk het hoofd te bieden door wat uren te verplaatsen naar de schoolvakanties (NRC Handelsblad, 13 april). Neem de periode vanaf de kerstvakantie, ruwweg het tweede half jaar: hoe vaak wordt die onderbroken door vakanties en vrije dagen? Dat is behoorlijk vermoeiend. Door een deel van het werk te verschuiven naar de vakanties, neemt het druktegevoel af.

In het artikel van 13 april gaven de geïnterviewde personen daar al blijk van: de classicus gebruikt twee weken van zijn vakantie om nieuwe stof voor te bereiden. De kunstdocente gebruikt vier weken om de begeleiding van haar leerlingen af te ronden en de ontvangst van een nieuwe groep voor te bereiden. Overigens vind ik deze getallen ongeloofwaardig: halvering daarvan is realistischer.

Zo durf ik ook de stelling aan dat driekwart van de leerkrachten niet de 1.659 uren maakt, gewoon omdat dat fysiek onmogelijk is. Reken maar na: 5 lesuren van 50 minuten op een dag, betekent dat de leerkracht ruim 4 uren van 60 minuten (klokuren) gemaakt heeft. Als hij/zij dan aan minimaal achtenhalf moet komen om de 43 klokuren per week te maken, houdt dat in dat hij thuis nog minstens 4,5 klokuren moet werken. Iedereen snapt, dat dat niet gaat lukken. Zo haalt ook niemand de 100 klokuren deskundigheidsbevordering. Wat is er dan realistischer die 100 uren te boeken in vakanties?

De regel van 1.040 uren onderwijstijd is enerzijds terecht en anderzijds onzinnig. Terecht, omdat te veel scholen in het voortgezet onderwijs veel te vroeg met het cursusjaar stopten. Dat daar correctie op komt, is niet meer dan billijk. Echter, 1.040 klokuren is doorslaan naar de andere kant. Alleen door het toepassen van onzinnige kunstgrepen komt men bij benadering aan die mallotige eis: bijvoorbeeld het meetellen van de tijd dat een docent met zijn klas eet (in het voortgezet onderwijs bijvoorbeeld). Dat levert de fantastische winst van 10 minuten per dag op: ja, daar word je warm van.

M. Sinke, oud-docent, is adjunct-directeur in het voortgezet onderwijs.