Pion van de passie

Bertina Henrichs: De schaakspeelster (La joueuse d’échecs). Uit het Frans vertaald door Truus Boot. De Geus, 158 blz. € 16,90

Het woord Naxos roept bij bewoners van de koude lage landen associaties op met zon, zee, strand en helderwitte dorpjes. Niet met de kamermeisjes die daar, iedere dag weer, de hotelkamers schoonmaken, waarna ze naar huis gaan om man en kinderen van hun natje en hun droogje te voorzien.

De Frans-Duitse schrijfster Bertina Henrichs (1966) stelde zich voor hoe het was om als boerendochter van het eiland op je 15de van school te gaan, een baantje te zoeken en jong te trouwen met een automonteur. Als moeder van een zoon en een dochter, laat zij haar hoofdpersoon Eleni een doodgewoon Grieks leven leiden, in de schaduw van een Apollotempel. Een leven dat bestaat uit koken, moederen, roddelen, slapen en het opruimen van hotelkamers.

Tot het moment waarop Eleni in een van de kamers per ongeluk een pion omgooit die ze niet weet terug te plaatsen. Op dat ogenblik komt de fascinatie haar leven binnen. De vrouw komt in aanraking met een spel dat ze niet kent, een bord waarop andere spelregels, andere wetten gelden dan die waarmee ze in haar dagelijks leven, op het eiland, mee te maken heeft. Ze raakt geboeid. Heel voorzichtig ontkiemt in deze doorsneevrouw het verlangen zich iets nieuws eigen te maken, een wereld te betreden die zich buiten haar gezichtsveld bevindt en die een onweerstaanbare aantrekkingskracht op haar uitoefent.

Met de innerlijke overtuiging die iedere passie kenmerkt, schaft ze een schaakcomputer aan. In het geheim, want de wetten van het eiland zijn haar bekend: wie zich door uitzonderlijk gedrag aan de middelmaat onttrekt, wordt onherroepelijk buitengesloten.

Eleni drinkt de hele bittere beker van haar passie leeg. Ze lijkt alles en iedereen te verliezen. Henrichs voert de lezer mee op het pad van de uitzondering, het pad dat naar definitief buitenstaanderschap leidt. De dwarse moed van haar hoofdpersoon is ontroerend en als lezer ben je een en al sympathie voor de eenzame strijd die er wordt gestreden.

De symboliek ligt er in deze debuutroman wat dik op. Ook zonder de reeks obstakels begrijpen we dat de schrijfster pleit voor het kiezen van de eigen weg, voor oorspronkelijkheid die de gemene deler ontstijgt.

Dat neemt niet weg dat De schaakspeelster een mooie roman is die niet alleen ons clichébeeld van de schaker bijstelt, maar ook onze associaties met Naxos van kleur doet verschieten.