Op de bruiloft: nasi met kip

Het trouwseizoen is begonnen.

Raymond en Sharmila trouwden al eerder, op hindoeïstische wijze.

Een beetje zenuwachtig was Raymond Steur (27) wel, toen hij in februari met Sharmila Raghubardayal (27) op hindoeïstische wijze ging trouwen. Raymond wist nog maar weinig van het hindoeïsme, maar hij vond het huwelijk wel „een heel mooie ervaring”.

Zijn ouders vonden het aanvankelijk moeilijk en vroegen zich af of hij ook hindoeïstisch zou worden. Maar alleen omdat het voor Sharmila veel betekent nam hij deel aan het ritueel. Sharmila is achteraf opgelucht: „Uiteindelijk vonden ze de ceremonie heel bijzonder”.

Op die februaridag had Sharmila al enkele uren gebeden met haar moeder in de hindoeïstische tempel in Amsterdam, voordat Raymond samen met zijn naaste familie arriveerde. Hij legde daar de zeven hindoeïstische trouwgeloften af. „Die verschillen niet van de Nederlandse hoor. Ik beloofde trouw, alles in overleg te doen, haar als gelijke te behandelen, dat soort dingen”, vertelt hij. Vervolgens liepen ze zeven rondjes om het heilige vuur in de tempel. „En toen hoorde ik bij jou”, zegt Sharmila lachend. „Ik ben uit mijn familie.”

Voor de wet trouwt het stel op 11 mei, precies een jaar nadat hij haar ten huwelijk vroeg. De bruiloft in Slot Zeist is „gewoon” Nederlands. Het feest ’s avonds heeft wel een Hindoestaans tintje. Ze eten nasi met kip, „want dat vindt iedereen lekker”. Daarna speelt een Hindoestaanse band reggae, r&b en salsa.

Ze hebben er zin in, want na twee jaar samenzijn willen ze ook wel kinderen. Al twee à drie maanden nadat ze een relatie kregen, gingen ze samenwonen. „Het klikte ook zo goed”, vertelt Sharmila. „Als ze ons samen zagen, dacht iedereen dat we al een jarenlange relatie hadden”, vult Raymond haar aan.

Toen ze ten huwelijk werd gevraagd, twijfelde Sharmila geen moment. Maar het aanzoek was „wel lachen”, zegt ze. Na het werk wilde Raymond haar meenemen uit eten, maar Sharmila had geen zin. Raymond: „Ze wilde patat halen. Ik ben dus naast de eettafel op mijn knieën gegaan. Ze geloofde me eerst niet. Ze dacht dat ik dronken was.”