Olivier B. Bach

Ollie B. Bommel Olivier B. Bommel illustratie Marten Toonder Toonder, Marten

Ome Keesje is de naam van de tachtigjarige Nederlandse voorloper van James Bond. Zijn belevenissen zijn tot een radiohoorspel verwerkt, de Avonturen van Ome Keesje, „voor kinderen van acht tot tachtig jaar en ouder”, zei de omroeper. Het werd iedere zondagavond door de Vara uitgezonden, voor de oorlog. Het gezin groepte om de radio, moeder schonk nog een kopje thee in, met een mariakaakje van Verkade of een flikje en dan begon het. Zo had bijvoorbeeld de Chinese gangster Ito de robijnenkroon gestolen. Ome Keesje kwam Ito op het spoor, vroeg hem op de man af waar hij deze kostbaarheid had verstopt. De Chinees begon schamper te lachen en zei: „Ito zeer slim zijn!” Ome Keesje zei met hetzelfde accent: „Maar Ome Keesje nog slimmer zijn!” Hij ontdekte, met assistentie van Ome Daan, zijn Dr. Watson, de robijnenkroon en bezorgde die bij de rechtmatige eigenaar. Dan gingen Keesje en Daan terug naar juffrouw Betje, bij wie ze onderdak hadden. Ze staken een sigaar op. Juffrouw Betje protesteerde. De gordijnen werden geel. Daan en Keesje dampten rustig verder. En de week daarop begon een nieuw avontuur.

Na de oorlog kregen we de Britse speurneus Paul Vlaanderen, een schepping van Francis Durbridge. Paul werd geholpen door zijn vrouw Ina. Vaak begon zo’n avontuur met een sensationeel incident. De ene boef achtervolgde de andere boef in de auto. Dan reed de achtervolgde met een oorverdovende klap tegen een boom, terwijl drie bomen verder Paul en Ina zaten te picknicken. Ina: „Hoor ik daar iets?” Paul erop af. De zwaar gewonde boef stamelde een waardevolle inlichting waarmee de intrige was begonnen.

Toen kwam de televisie en daarmee leek het hoorspel aan zijn einde te zijn gekomen. Nico Scheepmaker heeft het scherp weergegeven. Hij citeert een klein kind dat aan zijn moeder vraagt: „Als jullie naar de radio luisterden, waar keken jullie dan naar?” Ja, waar keek je naar terwijl je naar een hoorspel luisterde of naar een of andere wereldleider die met oorlog dreigde, of naar Hendrik Colijn die verzekerde dat Nederland neutraal zou blijven? Ik heb een paar steekproeven gedaan. Niemand wist het. Dit is weer zo’n vraag waarop niemand het antwoord weet.

Vorige week kwam ik terug in Nederland, zette ’s avonds Radio 4 aan, de klassieke zender, hopend op mooie muziek van wie dan ook en vrezend dat er weer iets veranderd zou zijn. Je weet het nooit. Na een paar stukjes onberispelijke muziek, van Vivaldi en Chopin (Ssjjjóópin heet hij tegenwoordig in onze ether), hoorde ik het geluid van een auto en toet-toet, waarna een hoorspelstem zei: „Heer Bommel, als ik u was, als heer van stand...” En daarop een andere hoorspelstem: „Jonge vriend, mijn oude schicht...” De Avonturen van Heer Bommel, bewerkt tot hoorspel.

Ik was er door een welingelicht persoon al op voorbereid, maar ik had het niet kunnen geloven. De klassieken opnieuw opgevrolijkt, nu door Olivier B. Bommel. Hij is een van de striphelden voor wie ik een zwak heb, of die zelfs bewonder als hij zijn roversvriend Zwelg de Zwelbast niet in de steek laat. Maar Bommel is iemand anders dan Boccherini of Brahms en je hebt de componist niet nodig om plezier te hebben in de avonturen van Marten Toonders schepping en andersom evenmin. Het is de kennelijk ongeneselijke kwaal van het moderne Hilversum: dat de klassieke muziek moet worden gepimpt omdat er anders geen hond naar wil luisteren. Ik kan wel begrijpen dat je een groter publiek naar de klassieken wilt lokken. Maar dat lukt nooit als je er een avontuur van Bommel tussendoor gooit. Weer een nieuwe gedaante van het oude misverstand.