Nou ja, dan maar stemmen op ‘de minst ergste’

De Franse kiezers zijn teleurgesteld in de politiek.

En ze geloven niet dat de opvolger van Chirac het beter zal doen. Het wordt kiezen tussen kwaden, zondag.

,,Ils s’en foutent de nous”, wij interesseren hen niet. In Champlitte, een dorpje in het noordoosten van Frankrijk, hoeft Maxime Aussel (18) niet lang na te denken bij de verkiezingsposters van de kandidaten voor de Franse presidentsverkiezingen. Hij gelooft in geen van hen.

Neem de rechtse kandidaat, Nicolas Sarkozy. Maxime Aussel: „Die geeft alleen om zichzelf.” Of de linkse, Ségolène Royal. „Zij praat niet met haar eigen woorden. Ze is een marionet van mensen op de achtergrond.”

En zo gaat het verder, tot we bijna alle twaalf kandidaten gehad hebben. Aussel gaat stemmen op François Bayrou, een centrumkandidaat. „De minst ergste”, zegt hij. Het is een gevleugelde uitdrukking van veel Franse kiezers dezer dagen. Ze zeggen niet eens de minst erge. Ze zeggen: de minst ergste. Le moins pire.

Noem het een paradox. De president die de Fransen de komende weken kiezen, in twee ronden op aanstaande zondag en op 6 mei, komt aan het hoofd van één van de grootste landen in Europa, de tweede economie van de Eurolanden, die óók nog altijd (een beetje) telt in de wereldpolitiek. De nieuwe president staat dit keer ook voor een nieuw begin, na twaalf jaar Chirac. Jaren die een gevoel van teleurstelling en achteruitgang hebben nagelaten.

Maar de kiezers geloven op voorhand al niet dat het met zijn opvolger beter wordt. Wat is er aan de hand?

Champlitte is een dorp van 1.200 inwoners, vijftig kilometer ten noordoosten van Dijon. Vijf jaar geleden was het dorp al in verzet. De extreem-rechtse kandidaat Jean-Marie Le Pen eindigde hier toen als eerste, in de eerste ronde van de presidentsverkiezingen. Hij kreeg 26 procent van de stemmen, ruim voor Chirac. Dat was een omslag van formaat. Traditioneel lag de machtsbasis van Le Pen vooral in het zuiden van Frankrijk.

De opkomst van Le Pen ging samen met de neergang van het departement, de Haute Saône. Er zijn 100.000 inwoners en tal van bedrijven weggegaan uit deze provincie, die vroeger de derde industriële regio in Frankrijk was, vertelt Jean-Christophe Demard (67) in zijn werkkamer in het hart van het dorp.Demard is priester en werkte als historicus aan de universiteit van Besançon. Hij heeft een boek geschreven over de geschiedenis van Champlitte, zijn geboortedorp. De bloeitijd van de streek dateert Demard in de zestiende eeuw. Toen hoorde Champlitte, net als Nederland, bij het Bourgondische rijk. De stad Champlitte was een handelsknooppunt.

Nu is het zo’n Frans „dorpje dat sterft”. Winkels en bedrijven gaan weg, jongeren zoeken hun heil elders. De mensen geloven er niet meer in dat Champlitte nog toekomst heeft. Ten onrechte, denkt Demard. „Er zijn hier genoeg mogelijkheden. Maar er is behoefte aan een nieuw elan, aan leiders die dynamiek brengen.” De Franse verkiezingen zouden moeten gaan over sociale samenhang, zegt hij, maar dat is niet zo. „De mensen hebben behoefte aan politici met een visie op hoe we samenleven, ook op het platteland.”

Soms denk je wel samenhang te zien in Champlitte. Vandaag is het markt, een grote gebeurtenis. Want het is voor het eerst in 55 jaar dat er kraampjes staan op het plein naast het kasteel, badend in de zon. Gezellig, maar uit nood geboren. Sinds begin dit jaar is de groentewinkel in Champlitte dicht. De markt is een poging groente, fruit én wat leven terug te brengen.

Maar wel tegen hoge prijzen, zucht Véronique Barthélémy, als ze met haar dochters Mélodie (19) en Anaïs (14) van de markt wegloopt. Sinds de euro is het leven onbetaalbaar geworden, zegt ze. Ze doet de meeste boodschappen meestal in goedkope supermarkten in Gray of Dijon, een uur rijden. Maar niet met plezier.

„Het is daar onveilig, je kunt er niet alleen heen.” Dat komt door de immigranten, zegt ze, die bevoordeeld worden door de staat. „Voor hen wordt veel meer gedaan dan voor ons.”

Véronique Barthélémy stemt zondag extreem-rechts. Ze wil Jean-Marie Le Pen als president. Dochter Mélodie twijfelt nog. Sarkozy maakt ook wel een ferme indruk, vindt ze. Mélodie is opgeleid als verkoopster, maar in Champlitte is niets om te verkopen. Ze is dus werkloos. Maar ze wil niet verhuizen naar de stad. ,,Hier is het lekker rustig.”

Rust is niet het toverwoord voor Marcel Grognu (74). Als er iemand heeft gestreefd naar meer dynamiek in Champlitte, dan hij. Jarenlang had hij een gereedschapsfabriek, waar veertig dorpelingen werkten. Hij leeft voor het dorp. Doet alle boodschappen ter plaatse, het liefst biologisch. Hij leidt de tennisvereniging. Zorgde altijd voor orde en respect in zijn bedrijf.

En als hij naar klanten toeging, droeg hij altijd zijn speldje van het Front National, de partij van Le Pen. Grognu: „Uitkomen voor je mening, dat dwingt ontzag af.”

Hij werd in 1991 lid van het FN. „Ik ben er eens gaan kijken toen ik doorkreeg dat alle andere partijen in Parijs met z’n allen tegen het FN waren. Ik begreep meteen dat ze jaren tegen ons gelogen hadden. Ik zag er zwarten lopen, die niet eens in elkaar geslagen werden.”

Vorig jaar heeft Marcel Grognu zijn bedrijf verkocht. Hij moppert over de nieuwe eigenaar, die zich niet aan zijn belofte heeft gehouden in het dorp te blijven. Nu zijn er weer veertig arbeidsplaatsen weg in Champlitte. Grognu is ervan overtuigd dat Le Pen weer zal winnen hier. „De mensen hebben door dat er door alle anderen tegen ze gelogen wordt.”

Maxime Aussel zou ook niet verrast zijn als Le Pen in Champlitte weer als eerste eindigt. „Zo zijn de mensen hier. Ze kijken tv, zien rellen in Parijs en andere steden, en denken dat het door de buitenlanders komt. Ze zijn bang.”

Marcel Grognu is Maxime’s grootvader. In Besançon, waar hij studeert en Grognu als regionaal parlementslid actief is, verbergt Aussel dat. In Champlitte kan dat niet, „maar ze weten hoe ik erover denk”. Met zijn grootvader spreekt hij niet over politiek. „Dan krijgen we meteen ruzie. Ik kan mijn opa niet veranderen, hij denkt zo omdat hij oud is.”

Maxime Aussel ergert zich het meest aan de extreem-rechtse jeugd, die volgens hem in Champlitte in de meerderheid is en vaak het gevecht zoekt – vooral met de kinderen uit de enige Noord-Afrikaanse familie in het dorp. Maxime wil naar Zuid-Frankrijk, het leger in. Weg van Champlitte, met zijn idyllische heuvels, bossen, bloeiende koolzaadvelden en inwoners die niet meer meetellen.