Niets saaier dan zo’n Hollands strepenveld

Altijd als ik mijn vriendin E. opzoek, die in de polder woont, vertelt ze mij wonderlijke verhalen over het plattelandsleven. Zo had ik geen idee dat er hordes mensen zijn die met hun auto door de polder rijden om de tulpenvelden te bekijken. Zelf vind ik niets saaier dan zo’n Hollands strepenveld. Maar die mensen komen er speciaal voor, en rijden stapvoets de hele polder door, zich vergapend aan alweer een streep rood. Een zeer veilig soort safari.

Nadat wij ons vrolijk gemaakt hadden over twee tulpenloerende bejaarden in de auto voor ons, kwam ik met een bekentenis. Ik had onderweg een tulpentuin gezien, waar je zelf tulpen mocht plukken. En hoewel ik natuurlijk diep neerkeek op mensen die een bloem als een toeristische bestemming zagen, leek dit me wel leuk.

Mijn vriendin E. vond het best, al bedacht ik me dat het voor haar helemaal niet bijzonder was, tulpen plukken. Waarschijnlijk had zij alle zomers van haar jeugd voor twee gulden per week in de bollenvelden gewerkt met haar kinderhandjes, en vond ze het belachelijk en decadent om vijf euro neer te leggen om vijftien bloemen te mogen plukken.

Toch raakte zij ook enthousiast, en zo plukten we drie emmers vol. Zij plukte met de doelgerichtheid van een boerendochter, ik met de zeikerige kieskeurigheid van een stadsmens – „Deze is bijzonder. Maar die is iets dieppaarser en past beter bij die antracietkleurige vaas die ik heb. Toch?”

De tulpenboer wist dat hij de boel aan het flessen was – vijftien tulpen voor vijf euro, dat betaal je er in New York voor – en in het kader van waar voor je geld maakte hij een uitgebreide show van het inpakken. Eerst kregen we college over de tulp en zijn bol, daarna een lange uiteenzetting over de behandeling der tulp. We moesten de bloemen thuis ingepakt laten staan, en vaak in de kelder zetten, en als ze gingen hangen, moesten we er een krant omheen binden, en zo zouden ze weken-, zo niet jarenlang, goed blijven.

Tevreden ging ik naar huis. Ik was er een hele middag mee bezig geweest, maar nu had ik ook wat. Echte, noeste tulpen.

De volgende dag hingen ze als dode pieren over de antracietkleurige vaas heen. En ik bedacht me dat ik net zo naïef was als mensen die modderige aardappelen kopen omdat die zo biologisch zijn.