KINDERBOEKEN

Een zacht geïllustreerde leeuw in de bibliotheek

Op een dag loopt er een leeuw de bibliotheek binnen. Baliemedewerker meneer Van Puffelen rent meteen naar het kantoor van de bibliothecaresse om alarm te slaan. Maar Mejuffrouw Slingelandt zegt alleen maar: „Houdt hij zich aan de regels?” „Eh… ja”, zei meneer Van Puffelen. „Eigenlijk wel.” „Laat ’m dan z’n gang gaan.”

Dat het in de bibliotheek met de leeuw veilig is, zie je ook in de brave, zacht gekleurde illustraties (van Kevin Hawkes). Ze zijn realistisch met stripachtige accenten: met het kwastje van zijn staart stoft de leeuw de encyclopedie af, met zijn grote tong likt hij voor mejuffrouw Slingelandt de enveloppen dicht. Iedereen is al snel aan hem gewend – behalve meneer Van Puffelen.

Als de leeuw op een dag zijn hulp komt halen, omdat mejuffrouw Slingelandt nogal ongelukkig van een krukje is gevallen, volgt een dramatische scène: meneer Van Puffelen doet alsof hij de leeuw niet ziet. De leeuw heeft geen keus: hij brult zoals hij nog nooit heeft gebruld. „Je houdt je niet aan de regels!”, briest Van Puffelen tegen de leeuw. „Je mag niet brullen in de bieb”.

En de leeuw – deze majesteitelijke reuzepoes, deze koning der dieren – weet wat hem te doen staat: „Hij boog zijn kop en liep naar de deur”.

Gelukkig kan mejuffrouw Slingelandt op de laatste bladzijde haar armen weer in de manen van de leeuw verstoppen en heeft meneer Van Puffelen intussen geleerd dat er soms goede redenen zijn om regels te overtreden – zelfs in de bibliotheek. (MS)

Michelle Knudsen en Kevin Hawkes: Niet brullen in de bieb. Gottmer, 48 blz., 3+, €12,50

Ook in tweede roman is Marjolijn Hof gevoelig

Met een ogenschijnlijk onbeduidend zinnetje een wereld van gevoel neerzetten – Marjolijn Hof kan dat. Als in Oversteken een elfjarige dochter weer eens moet aanzien dat haar moeder verliefd is en zij de afloop ook deze keer wel raden kan, dan schrijft Hof: ,,Mijn moeder dacht niet aan de vorige keren. Ze dacht alleen aan Bjarni.”

Meta moet met haar moeder en haar IJslandse vriend mee op vakantie naar IJsland. Terwijl haar moeder en Bjarni steeds naargeestiger kibbelen, groeit tussen Meta en de avontuurlijke Bjarni langzaam een band. En terwijl haar moeder steeds meer verlangt naar een campingvakantie in Frankrijk, gaat Meta het desolate, ruige IJslandse landschap steeds meer waarderen.

‘Speels, sereen, maar toch gevoelig’, zo omschreef de jury van de Gouden Uil Hofs stijl in haar debuutroman Een kleine kans. En ook in Oversteken schetst Hof weer op een terloopse manier en met groot gemak een intieme sfeer. Maar Hof verdiende de Vlaamse jeugdliteratuurprijs niet alleen voor de stijl van haar debuutroman. Een Kleine Kanswas ook een interessant opgebouwd verhaal over een meisje in paniek dat met haar magische denkwereld grip probeert te krijgen op de werkelijkheid.

In Overleven ontbreekt zo’n subtiele verhaallijn. De lezer heeft al snel door waar het naartoe gaat en de truc die Hof verzon om als breekijzer tussen Meta en Bjarni te fungeren, werkt niet. Ze laat Bjarni spannende, bloederige saga’s vertellen over Grettir, de sterkste man van IJsland. Tot ergernis van haar moeder („Bjarni, je maakt haar bang. Het is te bloederig”) raakt Meta verslingerd aan deze avonturen. Maar op de lezer missen de verhalen hun uitwerking: ze zijn niet spannend genoeg en houden de ontwikkelingen eerder op. De bijzondere vriendschap tussen Bjarni en Meta kan het zonder saga’s stellen. Oversteken is als een vakantieliefde: meeslepend als je er middenin zit, en weer snel vergeten als het verhaal uit is. (MS)

Marjolijn Hof: Oversteken. Querido, 125 blz., 10+, €12,95

De nieuwe Thea Beckman is misschien wel een man

Met Slavenhaler voegt Rob Ruggenberg een roman toe aan de al enige jaren groeiende stroom jeugdboeken over de slavernij. En ook aan de recente reeks jeugdboeken waarin het Nederlands verleden kritisch tegen het licht wordt gehouden. Ruggenberg rekent af met de Nederlandse slavenhandel in de Gouden Eeuw, zoals Robin Raven in De vloek van Pak deed met de koloniale wandaden in Indonesië.

Ruggenberg debuteerde vorig jaar met Het verraad van Waterdunen, een spannend boek over de Tachtigjarige Oorlog. Waterdunen was een taartpunt uit een bekende geschiedenisepisode, die zijn speciale smaak dankte aan het subthema van de kindslaven van de Spaanse soldaten. Slavenhaler is een breed opgezette avonturenroman.

Die ambitie wordt weerspiegeld in het decor van de roman, die zich afspeelt in Nederland, West-Afrika en Brazilië. En in de vele personages die het boek vullen met hun gedachten en stemmen. De hoofdpersonages zijn de Nederlandse jongen Tyn en het West-Afrikaanse meisje Obaa, die dezelfde, Nederlandse vader hebben.

Tyn reist als scheepsjongen naar Afrika om te zoeken naar zijn halfzus, die in West-Afrika op zoek is naar het geboorteland van haar moeder. Hun wegen kruisen op de slavenboot, waarop Obaa als slavin wordt afgevoerd. In Brazilië gaan de twee samen op zoek naar de vrijheid. In de goed gedocumenteerde beschrijving van deze tochten is Ruggenberg overtuigend. De verstandhouding tussen Tyn en Obaa komt helaas niet zo uit de verf. Ook hanteert Ruggenberg nodeloos veel perspectieven. Dat van prins Maurits bijvoorbeeld, die een stichtelijk boek over de slavernij leest. Duidelijk bedoeld om de medeplichtigheid van kerk en staat te hekelen, en hinderlijk omdat de prins verder geen rol speelt. Maar als geheel is Slavenhaler een meeslepend en onthullend boek, waarmee Ruggenberg een flinke stap vooruit heeft gezet in zijn schrijverschap. Als hij zich zo blijft ontwikkelen zou de nieuwe Thea Beckman wel eens een man kunnen zijn. (KB)

Rob Ruggenberg: ‘Slavenhaler’. Querido; 304 pag. 12+; 14,95

Verder verschenen

De charme van Jorien de Bruijns debuut De volle villa schuilt in de pakkende beschrijving van een asociaal milieu en in de opleiding van blindengeleidehonden door het arme meisje en de rijke jongen. Helaas zijn de typeringen van het nouveau-riche-milieu sleets en zakt het verhaal in. (Nieuw Amsterdam, 9+, €13,50)

De Nederlandse filmmaker Michael Dudok de Wit illustreert alsof hij een camera voert. In het sobere, intens gekleurde prentenboek Vier bevertjes en een kastanje raakt hij losjes de dood aan. (Leopold, €13,50)