Juul en Sam

Vrienden - je kunt met ze voetballen en springtouwen. Je kunt ze geheimen vertellen en ruzie met ze maken. In deze serie vertellen vrienden waarom ze vrienden zijn.

Juul (7)

Ik ken Sam sinds groep 3. Ik vond het best eng, die eerste dag. Je moet ineens allemaal nieuwe dingen. Aan elkaar schrijven enzo. Ik zag haar meteen. Dat heb je soms, dat je iemand ziet en dat je denkt: die gaat mijn vriendin worden.

Sams poes is een keer zomaar ineens uit het raam gesprongen. Van heel hoog. Maar hij had niks. Dat had ze niet verzonnen. Dat was echt gebeurd. We houden van tekenen en soms spelen we hondje. Sams kleine broertje is dan de babyhond. Ik wil ook graag een hond, maar mama en papa werken de hele week, behalve woensdag. En dan moet ik naar hockey en mijn broer naar voetbal, dus dan hebben we ook geen tijd. Als je er niet voor kunt zorgen, moet je geen hond nemen. Dat is zielig.

Oma krijgt er misschien één, want die heeft meer vrij. We hebben afgesproken dat haar hond dan ook een beetje van mij is. Ze heeft beloofd dat ze ’m meeneemt als ze me van school komt halen en dat ik met ’m naar huis mag lopen.

Sam zat op paardrijden, maar daar is ze af. Nu wil ze misschien ook op hockey. Maar het is natuurlijk niet zo dat je een stick pakt en zo kunt gaan hockeyen. Je moet eerst oefenen.

Als we ruzie hebben gaat het er meestal over dat de één dit wil en de ander dat. Dan gaan we even iets doen, wat het allebei niet is. Dan is het zo over.

Sam (7)

Op de eerste dag van groep 3 zei Juul meteen: zullen wij samen in de rij. Ze had gegokt dat we vrienden zouden worden en ze had goed gegokt. Ze is mijn hartsvriendin.

We houden allebei heel erg van dieren. Mijn poes was een keer uit het raam gesprongen en op de schouder van een meneer terechtgekomen. Ik keek uit het raam en toen zat-ie daar. Die man moest heel hard lachen.

Juul komt wel ’ns bij me logeren als ik bij mijn vader ben, in het weekend of de vakanties. Laatst hebben we in bed paaseitjes gegeten. Van elke kleur één. Over een tijdje komt hij hier in de buurt wonen. Dat vind ik fijn. Dan kan ik naar hem toe als ik wil en dan mag ik twee poezen uitzoeken voor in zijn nieuwe huis. Een vrouwtje en een mannetje.

Mijn oma is zomaar ineens doodgegaan. Ze werd overreden door een tractor. Het was een ongeluk. Mijn opa had bloemen gekregen van de man die het had gedaan. Maar die heeft hij meteen in de prullenbak gegooid. Hij vond het lelijke bloemen.

Als ik verdrietig ben zegt Juul aardige dingen tegen me. Soms hebben we ruzie maar dat is helemaal niet erg. Je mag best af en toe boos zijn. We hoeven het ook nooit goed te maken of zoiets. Ik ga gewoon naar haar toe en zeg: ‘Wil je spelen’. En dat doen we dan.