Het kunstwerk als eigentijdse ruïne

John Kleckner, ‘Untitled’, 2006

De eerste zaal is een kerkhof voor kunstwerken. Op de vloer van het Maastrichtse kunstcentrum Marres ligt een zwaar beschadigd schilderij van Toon Laurense. In de linkerbovenhoek van het abstracte doekje gaapt een gat – alsof iemand er met een naaldhak op heeft gestaan. Ernaast staat een gehavend zwart reliëf van Ad Dekkers waarvan de onderzijde is aangetast: wat eerst minimalistisch glad polyester was, ziet er nu gebutst en gerimpeld uit. En dan is er nog de ‘Mies Chair’ van Archizoom, een designklassieker uit de late jaren zestig. Oorspronkelijk was de rubberen bekleding net zo strak als het chromen onderstel, maar in zijn huidige, uitgezakte staat heeft de fauteuil meer weg van een ordinaire strandstoel.

Het is een treurig lot. Ooit waren deze kunstwerken de trots van een museum, nu dienen ze als illustratie bij een tentoonstelling over ‘de ruïne’ in de kunst. Al eeuwenlang laten kunstenaars zich door het romantische idee van de ruïne inspireren, maar dat is niet waar RAW – Among the Ruins over gaat. In Marres draait het om het verval van de kunst zelf. Hier dienen de kunstwerken als eigentijdse ruïnes.

Met tentoonstellingen over de dandy, de verzamelaar en de dilettant liet Marres het afgelopen jaar al zien dat het in meer is geïnteresseerd dan de waan van de dag. ‘De actualiteit bevragen’, heet dat in kunstjargon. En dus werden voor RAW niet alleen jonge en hippe kunstenaars uitgenodigd, maar werden ook historische werken van bijvoorbeeld Robert Breer geleend.

Wat vandaag nog nieuw is, is dat morgen al niet meer. Dat maakt het duo Nick Relph & Oliver Payne pijnlijk duidelijk met hun werk Rosebuddies (2005). Het beeld bestaat uit een kluwen van 167 koptelefoontjes die er met hun zwarte kleur opeens hopeloos gedateerd uitzien – met dank aan de iPod. De kunstenaars hebben nog geprobeerd hun sculptuur op te hippen door hem wit te spuiten – tevergeefs. Ingehaald door de tijd blijft er niet meer over dan een dradenschroothoop.

Sommige werken, zoals de tekeningen die Alessandro Pessoli aquarelleerde met bleekwater, zullen al tijdens de tentoonstelling in verval raken. En ook de berg van woldraadjes en stof die de Franse kunstenaar Vidya Gastaldon op de vloer heeft gestort, lijkt niet voor de eeuwigheid bestemd. De installatie Celebration? Realife Revisited (1972-2000) van Marc Camille Chaimowicz is daarentegen na ruim dertig jaar nog steeds actueel. Het werk, dat de hele bovenverdieping van Marres in beslag neemt, oogt als de resten van een geslaagd feestje. De discobal draait rondjes, kaarsen flikkeren en David Bowie zingt tijdloze liedjes over Ziggy Stardust.

Door die verschillende invalshoeken is RAW een ideale, intelligente thematentoonstelling geworden. Al te letterlijke verbeeldingen van ruïnes zal je er niet aantreffen. Er is geen ruimte voor melancholie of romantiek. In plaats daarvan worden vragen gesteld over het nut van bijvoorbeeld het restaureren van kunst. Soms, zo leert RAW, is het ook mooi om iets te laten vergaan. En dat is een verfrissende gedachte.

RAW – Among the Ruins. T/m 20 mei in Marres, Capucijnenstraat 98, Maastricht. Wo t/m zo 12-17u.