Het huis-tuin-en-keukenkiekje wordt zeldzaam

Het huis-tuin-en-keukenkiekje wordt zeldzaam uit: Michel Frizot en Cédric de Veigy: Photo Trouvée. Phaidon, 320 blz. € 40,–

Michel Frizot en Cédric de Veigy: Photo Trouvée. Phaidon, 320 blz. € 40,–

Professionele fotografen, van Walker Evans in de jaren dertig tot Martin Parr anno nu, hebben altijd met een jaloers oog kunnen kijken naar de vanzelfsprekendheid van het amateurkiekje. Geen wonder: het is de eigenschap die als eerste verloren raakt onder de laklaag van de professionaliteit.

Verzamelaars hebben het genre lang met dedain beschouwd. Maar dat is de afgelopen jaren veranderd. Het is zowel een gevolg van de verruimde opvattingen over het medium fotografie als een reactie op de prijsstijgingen van artistiek ‘erkende’ varianten.

En waarom ook niet? Kiekjes zijn tenslotte stuk voor stuk unica en daarmee minstens zo zeldzaam als een ‘vintage’ Alfred Stieglitz of Rineke Dijkstra, om maar een paar namen te noemen. En kan niet ook het kiekje van oogstrelende schoonheid zijn of de alledaagsheid even in een ander daglicht plaatsen – kwaliteiten die zo worden geroemd in professionele foto’s? En al mogen ze dan stukken kleiner zijn en zelden in onberispelijke staat verkeren, juist de intimiteit van het handpalmformaat en de bijbehorende gebruikssporen behoren tot de aansprekende facetten van het genre.

In het kielzog van de verzamelaars kwamen de uitgevers. Een gestage stroom boeken met amateurfoto’s zag de afgelopen jaren het licht, van het voorbeeldige Other Pictures van Thomas Walter (2000) en het monumentale Snapshots van Christian Skrien (2004; catalogus bij een tentoonstelling die te zien was in het Nederlands Fotomuseum) tot het toepasselijk getitelde Anonymous van Robert Flynn Johnson (2005). In Nederland vond het genre onder meer een plek in een door reclameman Erik Kessels verzorgd reeksje boeken onder de titel In Almost Every Picture.

De foto’s in genoemde uitgaven zijn meestal gemaakt in de eerste zeventig jaar van de vorige eeuw; het begin gemarkeerd door de introductie van de betaalbare, gemakkelijke camera en bijbehorende ontwikkelservice, het eind door het slot op de deur – er gaat nu eenmaal geruime tijd overheen voor foto’s het privébezit verlaten en terechtkomen op openlijke vindplaatsen als de rommelmarkt.

Dat tijdbestek laat zich ook weer aflezen uit het recente Photo Trouvée, gewijd aan de kiekencollectie van Michel Frizot (fotohistoricus en onder andere docent aan de Ecole du Louvre in Parijs) en Cédric de Veigy, een ‘onderzoeksassistent’ die eerder al eens een film maakte op basis van fotoalbums.

‘In handen van amateur-fotografen is de camera onvoorspelbaar’, schrijven ze in hun voorwoord. Helemaal waar is dat niet. De amateur fotografeert nu eenmaal per definitie zijn eigen wereld: thuis en tuin, familie en vrienden, vakantie en vertier. Onvoorspelbaar is vooral wat er gebeurt op het moment dat hij zijn foto maakt. Dan verstoren opfladderende duiven het beoogde groepsportret, rest er tussen de golven nog slechts het vermoeden van een badmuts, verdwijnen benen en hoofden om onnaspeurbare redenen van de aardbodem. Of er duikt juist van alles in beeld op, al was het maar omdat de fotograaf vergat het filmpje door te spoelen zodat er verschillende opnames dwars door elkaar heen lopen.

De 285 fotootjes in het boek – nergens een bijschrift of datum en dus in alles anoniem – ogen niet zelden onbeholpen. Maar ze zijn ook herkenbaar, vermakelijk en, jawel, prachtig. En wie wil, kan hier en daar zelfs symboliek ontdekken, zoals in de foto van de grootmoeder die haar kleinkind optilt en zo – onbedoeld ? – haar eigen gezicht geheel en al vervangt door haar nageslacht.

Maar wat ook in Photo Trouvée weer opvalt is het ontbreken van gewone amateurbeelden: gemiddelde foto’s van kinderfuifjes, familiediners, opa en oma op de bank – je treft ze hoegenaamd niet aan. De gewaardeerde amateurkiek is een foto waarop iets mis is of iets wringt. Met andere woorden, het is een foto die een beetje lijkt op een ‘echte’ foto en beantwoordt aan de geaccepteerde contemporaine artistieke mores. Maar ja, dat kan ook bijna niet anders. Want niets is saaier voor de buitenwacht dan de huis-, tuin- en keukenaangelegenheden op een foto die de amateur zélf als geslaagd beschouwd.

De verzamelaars van ‘echte’ oude fotografie willen nog wel eens klagen dat het aanbod van goede foto’s inmiddels danig geslonken is. Zou dat risico ook kunnen dreigen voor het amateurgenre? Miljoenen worden er nog dagelijks bijgemaakt, dus je zou denken van niet. Aan de andere kant: scherpstellen, belichting, filmtransport – het is allemaal geautomatiseerd, en met de afname van de bijbehorende ‘foutkans’ is de amateurkiek voorspelbaarder en saaier geworden. En niet te vergeten: in het digitale tijdperk is het bewaren van foto’s niet meer wat het geweest is. Alles komt vooral op ‘schijfjes’ terecht, en geen verzamelaar die aan de buitenkant daarvan nog kan zien wat erop staat. Als ze de rommelmarkt al bereiken.