Het CDA was ‘irritant’ in de formatie

De formatie van het kabinet liep een paar keer zo stroef dat hij dreigde te mislukken.

PvdA en ChristenUnie hadden het geduld met het CDA helemaal verloren.

Voor de camera’s spraken Jan Peter Balkenende (CDA), Wouter Bos (PvdA) en André Rouvoet (ChristenUnie) over de goede sfeer. Maar de formatie van het kabinet Balkenende-IV liep een paar keer zo stroef dat hij halverwege nog dreigde te mislukken.

Dit staat in het boek De wet van de koestal van Sytze Faber. Het boek is gisteren in Beetsterzwaag, een van de plekken waar de formatie plaatsvond, aangeboden aan oud-informateur Wijffels (CDA) en partijleider André Rouvoet. Faber, oud-Kamerlid van de ARP (en later het CDA) en -burgemeester van Hoogeveen, heeft de gehele campagne meegelopen met de top van de ChristenUnie. Ook zat hij bij de gesprekken van het formatieteam van die partij. Het boek volgt de formatie van het kabinet dan ook via de ogen van de kleinste coalitiepartner.

In januari, toen de onderhandelaars van CDA, PvdA en ChristenUnie drie dagen in de Zwaluwenberg in Hilversum praatten, hadden PvdA en ChristenUnie volgens het boek het geduld met het CDA helemaal verloren. Onderhandelaar Balkenende bleek op onder meer financiën niet te willen toegeven. Met CDA’er Piet Hein Donner was bovendien volgens de ChristenUnie „geen land te bezeilen”. De ChristenUnie wilde een generaal pardon voor uitgewezen asielzoekers, maar Donner bleef uitleggen dat dat staatsrechtelijk niet kan. Rouvoet roept in het boek uit: „Het CDA knoopt alles aan elkaar. de nieuwe straaljagers, Irak, het generaal pardon, de AOW, defensie, ontwikkelingssamenwerking. En zelf bewegen? Ho maar. Het kwartje valt maar niet bij Jan Peter.”

PvdA en ChristenUnie besloten hierop samen op te trekken, waarna de crisis werd bezworen. „Bos en Rouvoet trokken tijdens de formatie vaker met elkaar op”, zegt Sytze Faber nu. „Ze lijken karakterologisch op elkaar. Als het CDA weer eens powerplay speelde, boden zij gezamenlijk weerwerk.”

In zijn boek beschrijft Faber hoe André Rouvoet Wouter Bos openlijk prijst, op het eerste congres na afloop van de formatie. „Later kwamen ze elkaar tegen”, zegt Faber, „en deed Rouvoet nog eens na hoe hij ervoor zorgde dat de leden een ovatie gaven aan Bos. Maar Balkenende werd tijdens het congres niet één keer genoemd.” De ChristenUnie was tijdens de campagne beducht voor ‘de wet van de koestal’ – het principe dat de grootste dief van de ruif naast je staat. Daarom werd een campagne bedacht die vooral kiezers bij het CDA moest wegtrekken. Lijsttrekker Rouvoet benadrukte het „christelijk-sociale gezicht” van zijn partij. De campagne leverde de partij een winst op van drie zetels in de Tweede Kamer.

Faber noemt het „keepersgeluk” dat de ChristenUnie mocht meeregeren. „Er ontstond geen nek-aan-nekrace tussen het CDA en de PvdA. Dat was in het voordeel van de ChristenUnie, want hierdoor hebben ze meer zwevende kiezers getrokken. Bovendien haakten SP en GroenLinks af.” De ChristenUnie is de laatste jaren op belangrijke punten volgens Faber minder radicaal geworden. Zo zijn de standpunten van de partij op medisch-ethische thema’s sinds 2003 afgezwakt. Dat maakte het gemakkelijker om aan te schuiven als mogelijke regeringspartner. Volgens Faber stelden de onderhandelaars van de partij, André Rouvoet en Arie Slob, zich tijdens de formatie bescheiden op. „Harde machtspolitieke spelletjes waren hun (nog) vreemd.”

De keerzijde daarvan is dat de partij soms minder voorbereid aan de gesprekken begon – Rouvoet is geen financieel specialist. Bovendien ontbreekt het de partij aan people’s management, constateert Faber in het boek: „Wat de drie bewindslieden betreft, werd er alleen gevist in het Binnenhofse vijvertje.” Juist een kleine, jonge partij als de ChristenUnie heeft behoefte aan nieuwe gezichten, vindt Faber. „Die kans heeft de ChristenUnie laten lopen.”

André Rouvoet werd minister voor Jeugd en Gezin, hoewel hij eerder had gezegd fractievoorzitter te willen blijven. Senator Eimert van Middelkoop werd gevraagd voor de post Defensie, en Kamerlid Tineke Huizinga-Heringa staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat. De laatste werd staatssecretaris, omdat er volgens Faber een „incompatibilité d’humeur” was tussen haar en fractievoorzitter Arie Slob. Daarom was het geen optie dat zij allebei in de fractie bleven.