Het ballet van de heilige Djochán Cruijff

Mannen en voetbal. Iets van de diepte daarvan drong wel tot je door bij het zien van de Spaanse documentaire Johan Cruijff: En un momento dado die de Humanistische Omroep gisteravond uitzond in herhaling, ter gelegenheid ongetwijfeld van de aanstaande verjaardag van de held, in Catalonië méér dan held: ‘verlosser’. Het was een geweldige documentaire, misschien mede door de betrekkelijk beperkte opzet. Niet het hele leven van Johan Cruijff, maar zijn betekenis voor het Catalaanse voetbal en daarmee, dat bleek al spoedig, voor heel Catalonië want de Catalaan en zijn voetbalclub Barcelona, ‘Barça’ zeggen ze daar, die zijn één. De mannelijke Catalaan dan. In de hele documentaire vol mannen die met jongensachtige bewondering over Cruijff spraken, of over ‘Djochán’, zat maar één vrouw, die overigens met een enorme intensiteit, verliefdheid en respect over hem sprak. Haar vriendjes moesten op hem lijken, ze trok ze dezelfde jasjes aan als Cruijff in een bepaalde periode droeg, maar geen van hen wás hem, en geen van hen voldeed dus echt. Alles had ze leuk gevonden aan Djochán, zijn spel natuurlijk: „Hij had een geheime afspraak met de bal”, zijn houding, zijn talent, en vooral zijn neus. „Ik denk nog steeds: groot gelijk om op zo’n man verliefd te worden”.

De mannen waren eigenlijk óók verliefd, maar die noemden het niet zo. Velen toonden hun eigen Cruijff-moment, bij voorkeur door iets van hem na te doen, wat ontwapenende beelden opleverde: keurige, wat dikkere, oudere mannen in pak die een beenbeweging van hun held imiteerden, een kok die een bepaalde baltruc wilde demonstreren maar steeds mislukte, een journalist die liet zien hoe Cruijff als trainer van een onverslaanbaar Barcelona eens over de reclameborden klom, een chirurg die op een operatielaken met een pilletje als bal een spelsituatie uitbeeldde: „En dan komt hier de heer Cruijff”.

Cruijff, aanvankelijk wat angstig bekeken, want de duurste voetballer die ze ooit hadden gekocht, een schriel, kettingrokend kereltje, had ze hun eigenwaarde teruggeven. Hij had Madrid, de vijand, de regering, voor ze verslagen: „een heerlijke, zoete wraak”.

Cruijff had voor al deze mannen gevoetbald. En voetbal, dat is niet zo maar wat. „Een kunstenaar’’ was Cruijff en voetbal is „een uitdrukking van schoonheid”, voetballers „willen de ziel van de toeschouwer verlichten”.

Zou dat bij ons allemaal ook zo zijn? Om een of andere reden zie je hier zelden supporters die een uitdrukking van schoonheid najagen, ze zijn meer op zoek naar een plek om de tegenstanders in elkaar te hengsten en onze huidige voetballers lijken eerder op de verlichting van hun financiële noden uit dan op die van hun ziel. Maar ja, deze documentaire liet ook niet de voetballers aan het woord, pas op het laatst begon Cruijff enorm te oreren en toen werd het meteen saai, maar was zelf ook kunst en schoonheid in zijn geweldige teksten: „Ik wens jou alle goeds en Real Madrid veel tegenspoed” en mooi gemonteerde beelden waarin opgehaalde herinneringen vloeiend overgingen in het slimme, ranke, bijna balletachtige bewegen van de jonge Cruijff, zijn verrassende doelpunten, zijn humoristische tactiek – je zou er werkelijk zelf ook van in Cruijff raken. Een leuke heilige met mooie benen, wie wil die nu niet volgen?

En over die benen gesproken: deze documentaire kan misschien ook meteen als pleidooi voor een ander model voetbalbroeken dienen, niet die enorme vormeloze pyjama’s die ze nu aan hebben, maar weer gewoon die veel kleinere, die van de soort die Sint Djochán droeg toen hij Doelpunten maakten bij Barça.

Discussieer over deze column op www.nrc.nl/ogen