‘Heb ik nu iets gewonnen?’

„Mijn partij wil 16 miljard bezuinigen. Dat kan op ontwikkelingshulp, diversiteitsbeleid en cultuur.” Zo begon Martin Bosma van de Partij voor de Vrijheid (PVV) gisteren zijn opvallende bijdrage aan het cultuurdebat in de Tweede Kamer. Dat ging eigenlijk over de wetswijziging voor een nieuw systeem van subsidies verdelen.

De redenering van PVV’er Bosma was eenvoudig: minder belasting heffen, betekent meer geld bij het volk, dat dan zelf kunst kan kiezen. Subsidie is „het juk van de collectieve dwang”. Slechts één zinsdeel in de wet sprak hem aan: dat er werd gesproken van ‘Nederlandse cultuur’: „In de multiculturele woestijn bloeit een bloem.”

De woordvoerders van de andere partijen aarzelden hardop of ze dit wilden laten passeren, maar kozen voor een confrontatie.

Nicolaï (VVD): „Uw redenering volgend, verdwijnt de opera.” Bosma: „Nee hoor. De gegoede burger kan en zal meer betalen. Er zal minder publiek komen. Dat moeten we dan maar accepteren.”

Halsema (GroenLinks): „Hoeveel wilt u bezuinigen op het kunstbudget? De helft? Driekwart?” Bosma: „Doe maar de helft. Dan is mijn partij gelukkig.” Van der Ham (D66): „De Nederlandse cultuur heeft altijd geprofiteerd van buitenlandse inbreng. Weet u waar Vondel is geboren?” Bosma: „Ik dacht in Keulen. Heb ik nu iets gewonnen?”

Leerdam: „Wat is uw definitie van Nederlandse cultuur?” Bosma: „Tja, wat gangbaar is in Nederland. Cultuur die in Nederland bestaat. Is dit belangrijk?” Van der Ham: „Helmert Woudenberg maakte een prachtvoorstelling over Fortuyn, die zelfs zijn familie tot tranen bracht.” Bosma: „Er gaat via Rijk, gemeentes en provincies 2 miljard subsidie naar kunst. Daar mag Woudenberg wel iets moois van maken.”