Geef je over aan de zwaartekracht, ontspan!

Bij een cursus tegen vliegangst blijkt zelfs een simulator nog eng.

‘Positief denken’ moet de angst wegnemen, „want het gevaar zit in je hoofd.”

Angst om neer te storten, een nare vliegervaring, claustrofobie. Zomaar een greep uit het arsenaal van oorzaken waardoor mensen bang kunnen worden om met een vliegtuig te reizen. Maar hoe kom je van vliegangst af?

„Goedemiddag dames en heren. Welkom aan boord van de vlucht naar Madrid.” De vriendelijke stem van een stewardess schalt door het vliegtuig. Het toestel begint te schudden, gevolgd door een enorm gezoem. Dat zal de motor wel zijn, denk ik. Met een ‘ping’ springen de lampjes boven mijn hoofd aan. Het signaal ‘gordels vast’ wordt gegeven. Het zoemen verandert in geloei. Het toestel maakt vaart, en het voelt alsof we gaan stijgen. Eenmaal in de lucht wordt het toestel geteisterd door turbulentie. Heftige windvlagen laten het vliegtuig overhellen. Ik ben bang.

Een misplaatste angst: ik zit helemaal niet in een echt vliegtuig, maar in een simulator. Samen met een groep cursisten van stichting Vliegangstbestrijding Leidse Universiteit KLM (VALK) volg ik het middagprogramma van de cursus tegen vliegangst. Tijdens de ‘vliegreis’ zijn alle cursisten ogenschijnlijk rustig. „Ogen openhouden en je niet met elkaar bemoeien”, roept Lucas van Gerwen, directeur van Stichting Valk en tevens piloot en psycholoog. Iedereen gehoorzaamt.

We naderen het virtuele vliegveld van Madrid. Het lijkt alsof het toestel geen vermogen meer heeft. Het vliegtuig valt naar beneden. „We dalen als een zweefvliegtuig”, legt Van Gerwen uit. Mijn maag draait zich om. Een enorm kabaal komt onder het toestel vandaan. Het landingsgestel en het neuswiel worden uitgeklapt. Het vliegtuig remt uit alle macht. Druk komt op mijn oren te staan. Ik slik het weg. We zijn geland.

Een zucht van verlichting gaat door de simulator. Van Gerwen vraagt nu aan alle kandidaten om hun moeilijkste moment te noemen. Turbulentie en het opstijgen en dalen is voor de meesten het engst.

We moeten in tweetallen naast elkaar gaan zitten, en de rit wordt herhaald. Alleen moet elk koppel elkaar nu tijdens het ‘vliegen’ een positief verhaal vertellen. Ik zit naast Walter (37), een luchtverkeersleider bij de luchtmacht die ooit bij binnenkomst in een vliegtuig een black-out kreeg, en sindsdien niet meer in een vliegmachine durft te stappen. Hij wordt binnenkort naar Afghanistan uitgezonden en wil met een schietklaar wapen ontspannen in een toestel zitten. We babbelen een eind weg. Ik merk het geschud van het vliegtuig nog wel op, maar echt bang ben ik niet meer. Sterker nog, de rit is zo voorbij.

Om vertrouwd te raken met vliegtuigen, staat er ook een bezichtiging van een heuse Boeing 777 op het programma. „Toe maar, raak de motor maar aan”, gebiedt Van Gerwen. Het metalen gevaarte voelt glad en stevig aan. „Ga er maar in staan”, stelt hij voor. Met behulp van een houten krukje klimmen de cursisten één voor één op de rand van de motor. Ik stoot bijna mijn hoofd aan de knop van de propeller. „Gaaf hè”, zegt een cursiste als ik weer op de grond sta.

Een metalen trap leidt naar de ingang van het vliegtuig. Terwijl het toestel grondig gereinigd wordt, mogen we erdoorheen lopen. We nemen een kijkje in de cockpit en betreden via een smalle steile trap het kleine slaapgedeelte van de bemanning en het cabinepersoneel. Het is er warm. Van Gerwen doet het licht uit. „Petje af voor de mensen met claustrofobie”, roept hij uitgelaten.

We klimmen weer naar beneden en gaan in de economy class zitten om ademhalingsoefeningen te doen. „Geef je over aan de zwaartekracht. Laat laconieke gedachten binnenkomen. Ontspan”, zegt Van Gerwen.

Al deze afleidingsmanoeuvres komen voort uit Van Gerwens theorieën over vliegangst. Door positieve gedachten of het voeren van een leuk gesprek start je hersenactiviteit op, en dan denk je niet aan gevaar. Als we Van Gerwen mogen geloven is vliegen helemaal niet eng. „Alles in het leven is toch eng?” zegt hij laconiek. „Angst is een natuurlijk emotie, maar je moet die angst wel zelf onder controle houden. Vliegen is niet gevaarlijk, het gevaar zit in je hoofd.”