EU eens over straffen racisme

Na zes jaar onderhandelen is de Europese Unie het eindelijk eens geworden over het strafbaar stellen van gedrag dat kan aanzetten tot xenofobie en rassendiscriminatie.

Het begon met het tegengaan van racisme. Maar al gauw sloeg de spraakverwarring toe en ging het over alles: holocaust, homohaat, vrijheid van meningsuiting, de slachtoffers van Stalin, hakenkruizen, hamer en sikkel, de Armeense genocide, de burgeroorlog in Rwanda.

Eind 2001 leek het voornemen van de Europese Commissie, het dagelijks bestuur van de Unie, nog zo overzichtelijk: strafbaar stellen van racisme. Toen kwamen de tegenwerpingen, de nuanceringen, de historische connotaties. Zes jaar heeft het vervolgens geduurd voor de ministers uit de 27 lidstaten het eens konden worden.

Sinds gisteren is het zover: de strijd tegen racisme en vreemdelinghaat krijgt een Europese dimensie. In alle landen van de Europese Unie worden bepaalde gedragingen die kunnen aanzetten tot rassendiscriminatie en xenofobie strafbaar gesteld. Wat voor gedragingen dit zijn staat nauw omschreven in het zogeheten kaderbesluit. Net als de straf die nationale rechters tenminste dienen op te leggen voor de ergste vergrijpen: afhankelijk van het vergrijp variërend van één tot drie jaar.

Materieel heeft het weinig te betekenen, moesten veel ministers erkennen. In de meeste landen van de Unie is dergelijk gedrag toch al niet toegestaan. Enkele lidstaten, zoals bijvoorbeeld Frankrijk, Oostenrijk en België, hebben bovendien het ontkennen van de Holocaust expliciet in de wet opgenomen. In Nederland bestaat al jarenlange jurisprudentie die volgens minister Hirsch Ballin van Justitie alles dekt wat nu in de nieuwe regeling staat. Het besluit van de Unie heeft dan ook vooral een hoge symboolwaarde. „Duidelijk is nu dat de Europese Unie niet alleen gaat over economie, maar ook een morele verantwoordelijkheid kent”, aldus de Italiaanse eurocommissaris Franco Frattini.

Weinig is er nog over van het oorspronkelijke voorstel van de Europese Commissie zoals dat in 2001 werd gepresenteerd. Toen ging het nog over een zeer lange lijst van gedragingen en uitingen die allemaal op dezelfde manier strafbaar zouden moeten worden gesteld binnen de EU. Sindsdien is een debat met vooral veel casuïstiek gevoerd. Ontkennen van de Holocaust? Strafbaar, zei de één. Maar de vrijheid van meningsuiting dan? zei de ander. Meevoeren van hakenkruisen? Strafbaar, zei de één. Maar wat doen we dan met de hindoes voor wie de swastika een heilig symbool is?

Vervolgens kwamen in 2004 de landen uit Midden-Europa de Unie versterken. Die hadden nog wat rekeningen met de Sovjet-Unie openstaan, bleek al spoedig. Vanuit de Baltische staten werd verzocht om het strafbaar stellen van de hamer en sikkel, voor die landen hét symbool van decennialange communistische onderdrukking. Als het ontkennen van de Holocaust bestraft werd, wilden zij hetzelfde voor de moorden die onder Stalin zijn gepleegd. De Armeense gemeenschap kwam met hetzelfde voorstel in verband met de volkerenmoord die Turkije volgens hen in 1915 op de Armeniërs had gepleegd. En dan was er nog het element vrijheid van meningsuiting, dat de laatste jaren in het publieke debat meer op de voorgrond treedt. Hoe meer verbodsbepalingen, hoe meer dit principe in het gedrang dreigt te komen, werd vanuit de Scandinavische landen betoogd. Denemarken weet na de ‘cartoonrellen’ van een jaar geleden hoe dun het koord is waarop men balanceert.

De cruciale bepaling in de Europese regeling is dat gedragingen strafbaar worden gesteld die aanzetten tot racisme: de uitingen moeten een duidelijk voorop gezet doel hebben. Voor wat onder volkerenmoord moet worden begrepen verwijst de EU naar definities van het Internationaal Strafhof.

Van belang voor de Unie is vooral dat nu eindelijk iets over bestrijding van racisme en xenofobie op papier staat. En dat het akkoord bereikt is onder Duits voorzitterschap is voor de Duitsers zelf, met hun beladen historie, van belang.