Een ingewikkelde sudoku oplossen

Groot-Brittannië en Polen steunen Nederland in de crisis over de Europese Grondwet.

Waar zitten belangrijke knelpunten bij het overleg over een nieuw EU-verdrag?

Alle Europese ogen zijn gericht op Berlijn. Slaagt EU-voorzitter Angela Merkel, de Duitse bondskanselier, erin een uitweg te vinden uit de crisis rond de Europese Grondwet? Nog twee maanden scheiden haar van de junitop. Dan moeten de Europese regeringsleiders het eens zijn over een Fahrplan (route) naar een nieuw Europees verdrag. Dat zou er voor de verkiezingen voor het Europarlement in juni 2009 moeten zijn.

Een nieuwe aanloop naar een nieuw verdrag dus, voor de tweede keer in zes jaar. Staatssecretaris Frans Timmermans (Europese Zaken, PvdA) spreekt van een „ingewikkelde sudoku”. Dit zijn de voornaamste struikelblokken:

1 DoelSinds de ‘nee’-stemmen van Frankrijk en Nederland in 2005 tegen de Europese Grondwet tekenen zich twee stromingen af. De ene telt achttien EU-landen, die het document inmiddels wél hebben geratificeerd.

De andere stroming verklaart de Grondwet „dood” en wil niet verder gaan dan enkele noodzakelijk geachte aanpassingen van het bestaande EU-verdrag van Nice, dat in februari 2003 in werking trad. Ze willen een ‘wijzigingsverdrag’ zonder grondwettelijke pretenties en zonder verwijzingen naar Europese symbolen als hymne en vlag. In dit kamp zitten behalve Nederland en Frankrijk, ook Groot-Brittannië, Polen en Tsjechië.

Resteren vier landen: Denemarken, Ierland, Portugal en Zweden. Hun regeringen staan, volgens Duitsland, positief tegenover de Grondwet. Maar van dit viertal wordt geen echte oppositie verwacht als het bij een wijzigingsverdrag zou blijven.

2 StemverhoudingDe Europese Grondwet is, hoe kan het ook anders, een compromis. De meest complexe deal betreft het Europese bestuur. Onderdeel daarvan is een nieuwe stemverdeling tussen de lidstaten in de Raad van EU-ministers. Vrijwel alle EU-landen willen deze deal intact laten. Alleen Polen voelt zich qua ‘stemgewicht’ tekortgedaan.

Bedingt Warschau een concessie, dan zullen ook andere landen aanvullende eisen stellen en bijvoorbeeld willen vasthouden aan het huidige model met ‘één Commissaris uit elke lidstaat’. Daardoor zou de hele deal op losse schroeven komen te staan.

3 BevoegdhedenUit het ‘wijzigingskamp’ is Nederland het eerste land dat over de EU-bevoegdheden positie heeft gekozen. Op terreinen die „bij uitstek in hoofdzaak tot het nationale domein behoren” wenst Den Haag „een scherpere afbakening tussen het nationale beleid en dat wat de EU aanvullend zou kunnen ondernemen”. Hiertoe rekent het kabinet pensioenen, sociale zekerheid, belastingen, cultuur, onderwijs, gezondheidszorg en woningcorporaties.

Als nationale afspraken op deze terreinen de vrije concurrentie op de Europese markt niet vervalsen, dan moet ‘Brussel’ ze ongemoeid laten, vindt Den Haag. Duidelijkheid over zo’n non-interventie zou soelaas kunnen bieden.

4 DemocratieIn de Europese Grondwet wordt de rol van het Europees Parlement versterkt. Daarnaast krijgen de nationale parlementen meer invloed op Europese regelgeving. Verschillende landen, waaronder Nederland, vinden dat nationale parlementen (nog) meer mogelijkheden moeten krijgen om Europese wetgeving tegen te houden. Bijvoorbeeld als een meerderheid van deze parlementen geen Europese regeling wenst. Hier zou de Commissie een veer moeten laten.

5 GrenzenDefinitieve geografische grenzen heeft de EU niet. Zij staat open voor alle Europese staten die haar waarden eerbiedigen en uitdragen. Verschillende landen willen meer waarborgen voor strikte toepassing van de uitbreidingsregels. Zo verlangt Nederland expliciete opname van de toetredingscriteria in een wijzigingsverdrag. Niet onoverkomelijk.

Lees wat staatssecretaris Timmermans (Europese zaken) schrijft over een nieuw verdrag en reageer via www.nederlandineuropa.nl/weblog