Druk

Topvoetballers en topcoaches had ik altijd ingeschaald als liefhebbers van spanning. Hoe belangrijker de wedstrijd, hoe meer ze genoten. Ajax keek uit naar een confrontatie met Feyenoord of PSV, en andersom. Daarmee onderscheidden klassespelers en –trainers zich van de rest, van de categorie ‘goed’ en alles daaronder. De mindere goden zagen juist tegen beladen ontmoetingen op: bang om te falen, bang om hun meerdere te moeten erkennen en bang voor, zou je kunnen zeggen, zichzelf.

Maar nu de strijd om het kampioenschap van de eredivisie eindelijk weer eens een enerverend slot beleeft, lijkt ook de top het niet meer aan te kunnen. Liefst drie clubs zijn nog in de race, PSV, AZ en Ajax, en mogelijk kan de kampioensschaal pas op de slotdag boven het hoofd worden getild. Mooi? Niet echt: de coaches en hun spelers zagen er liever vanaf, lijkt het wel.

Het kernwoord is druk. Geen interview met een coach of aanvoerder uit de top drie of je hoort het woord druk. De eerste tijdbom in dit opzicht werd geformuleerd door AZ-coach Louis van Gaal. „Het komt er nu op aan hoe PSV deze tegenvaller gaat managen”, zei hij nadat zijn ploeg met 3-2 had gewonnen in Eindhoven.

PSV stond altijd nog met zes punten voorsprong op de eerste plaats, maar daar ging het niet om. Cruciaal was de vraag of PSV wel goed zou kunnen omgaan met de toenemende druk.

Moesten AZ en Ajax tegen elkaar spelen, dan vond PSV-trainer Ronald Koeman het niet jammer dat hij lijdzaam moest toekijken, welnee, het leek hem een heerlijk vooruitzicht.

Had Ajax op vrijdag al gespeeld, en gewonnen, dan verheugde trainer Henk ten Cate zich direct na afloop op de potjes voetbal die AZ en PSV dat weekend nog moesten afwerken: likkebaardend dacht hij aan de druk die op de schouders van zijn concurrenten zou rusten.

Door al die druk speelt de top drie, nu de on-Hollandse apotheose nadert (nog twee weekendjes competitievoetbal te gaan), gemiddeld gesproken niet beter maar slechter; in ieder geval opvallend stroef. Gevolg van de druk van het moeten winnen.

Die vierde topclub, Feyenoord, doet al lang niet meer mee. Oorzaak? Gebrek aan klassespelers, ongetwijfeld, maar er is meer. Tot voor kort dacht ik nog dat Feyenoorders boven zichzelf uitstegen zodra ze dat prachtige gras van de Kuip opliepen.

Het tegendeel blijkt het geval. Op de trainingen kunnen de spelers alles, zei trainer Erwin Koeman deze week, maar eenmaal op het veld lukt niets meer. De druk is zo goed als ondraaglijk geworden. In Rotterdam spreekt men inmiddels van ‘Kuipvrees’.

In Nederland lopen heel wat aardige voetballers rond, en alles gaat goed, zo lang ze maar niet moeten winnen.