Dromen van Formule 1 in A1, GP2 of Champcar

Nederlandse autocoureurs zijn actief in de A1, GP2, F3 en Champcar, maar het liefst rijden ze in de Formule 1. „De Formule 1 is als de Champions League bij het voetbal.”

Erik van der Walle

Allemaal dromen ze van de Formule 1. In de tussentijd rijden ze rond in de A1, GP2, Champcar of Formule 3 Euroseries. Robert Doornbos bijvoorbeeld, Ho-Ping Tung of Renger van der Zande. Allemaal hopen ze op de goede springplank te staan. „Ik zie de Formule 1 als de Champions League. Daarin kan je het geld verdienen. De andere klassen kan je vergelijken met het WK voetbal. Daarin word je gezien”, zegt Robert Hoevers.

Samen met Jan Lammers is Hoevers verantwoordelijk voor het Nederlandse team in de A1 Grand Prix. Een competitie die twee jaar geleden, als alternatief in de winter voor de Formule 1, door sjeik Maktoum uit Dubai is opgericht. „Ik zit net een verslag te maken met onder meer de kijkcijfers. Weet je dat de A1 al op 60 procent zit van de Formule 1? Gemiddeld zo’n 350.000 kijkers in Nederland”, zegt Hoevers.

Zijn vergelijking met de Formule 1 is niet toevallig. Dat is voor iedereen de referentie. Soms als ideaal, soms als illustratie hoe het niet moet. „Ik zit altijd geboeid naar beelden uit de pitsstraat te kijken, naar de trainingen en zo. Maar zodra de race begint, verflauwt mijn aandacht, de verschillen zijn te groot. Bij de A1 wint gewoon de beste coureur”, meent Hoevers.

De klassen ‘onder’ de Formule 1 doen er van alles aan om spannende races te krijgen. Zo rijden ze bij de A1 met identieke auto’s die de teams slechts van woensdag tot en met maandag tot hun beschikking hebben. Bij het Amerikaanse Champcar en bij de GP2, die voorafgaand aan een Formule 1 race wordt verreden, strijden ze met een zelfde chassis en banden.

„Die klassen moeten eens ophouden zich tegen de Formule 1 af te zetten. Zij vormen echt geen concurrentie. Niets is vergelijkbaar met Formule 1”, zegt Lodewijk Varossieau die manager is van Nederlands enige Formule 1-rijder, Christijan Albers. „Teams in de Formule 1 ontwikkelen zelf hun wagens. Kosten noch moeite worden gespaard om tijdwinst te boeken. Dat zie je nergens anders.”

Vooral met die kosten springt de Formule 1 eruit, waarin – met circa 800 pk – de snelste auto’s rijden. Aan de A1 bijvoorbeeld, waaraan 25 landenteams deelnemen, hangt voor elke wagen een prijskaartje van zo’n 4 miljoen euro. „Wij betalen 2 miljoen aan de organisatie die onder meer voor de auto’s (circa 600 pk) en het vervoer zorgt, en nog eens zo’n bedrag ben je kwijt aan operationele kosten. In totaal kost A1 circa 125 miljoen euro per seizoen. Dat is minder dan het budget van alleen het Spyker-team binnen de Formule 1”, zegt Hoevers die niet wil zeggen wie hun grootste geldschieter is. Behalve Renger van der Zande waren ook Jos Verstappen en Jeroen Bleekemolen actief in de A1.

Bert Winkler is als manager van coureur Ho-Ping Tung, een Nederlander met Chinese ouders, betrokken bij GP2, de voormalige Formule 3000. „Het aantrekkelijke van deze klasse is dat je je in de kijker rijdt bij de juiste mensen. Wij starten om 11 uur op hetzelfde circuit en je weet dat iedereen van de Formule 1 naar je kijkt. Dit is gewoon de kraamkamer.”

Groot verschil zijn de kosten, al zit het duurste team altijd nog op een budget van zo’n 12 miljoen euro. „Voor sponsors is dit veel goedkoper. Natuurlijk zijn we minder op tv, maar voor een kwart van de prijs van de Formule 1 kan je hier ook je gasten ontvangen. En de hapjes smaken er niet minder om.”

Robert Doornbos, die voor Red Bull al drie races in de F1 heeft verreden, is dit seizoen actief in de Champcar waar hij onlangs bij zijn debuut in Las Vegas tweede werd. „Het wordt de Amerikaanse tegenhanger van de Formule 1 genoemd, maar qua budgetten – 25 tot 40 miljoen dollar – lijkt het eerder op de GP2. Een topteam in de Formule 1 zit wel op 400 miljoen”, zegt Jeroen Vermeeren, die actief is in het team van Doornbos.

„In Europa is Champcar niet zo bekend, de laatste vijf jaar is alleen in de VS gereden. Dit seizoen is dat anders: zowel in Assen als in Zolder (België) wordt er geracet.”

Volgens Vermeeren maakt vooral de spanning Champcar aantrekkelijk. „Je weet dat Spyker nooit in de Formule 1 kan winnen. Bij Champcar kan iedereen winnen: iedereen rijdt met hetzelfde chassis, dezelfde banden en motoren. Verder zie je dat deze klasse ruiger is: er wordt vooral op stratencircuits gereden en de rijders hebben minder technische snufjes aan boord als traction control.”

Een stoeltje in die klasse kost Doornbos 1 miljoen euro, ongeveer evenveel als een zitplaats in de GP2. Deze kosten worden volgens Vermeeren door sponsor Red Bull opgehoest. „Als de agenda dat toelaat, is hij voor dat team in de Formule 1 ook testrijder.”

Over de vraag wat nu de beste springplank voor de Formule 1 is, lopen de meningen uiteen. Een eenduidig antwoord bestaat niet, want de huidige Formule 1 rijders komen overal vandaan. „Albers is actief geweest voor DTM en dat is, zeker bij zijn Mercedes-team, wat betreft professionaliteit te vergelijken met de Formule 1”, zegt zijn manager Varossieau. „Ik vind de Formule 3 Euroseries de beste springplank. Daar zitten de beste rijders. Het is ook geen toeval dat zowel Jos (Verstappen) als Christijan (Albers) daarin hebben gereden.”