Doe iets onverwachts!

Eric de Vroedt geldt als de grote belofte onder de jonge toneelregisseurs. Zijn nieuwe voorstelling ‘mightysociety 4’ gaat over thema’s als sanering, outsourcing en globalisering.

Zijn broer woont in een Vinexwijk in Barendrecht, zijn zus in de Vinex in Nieuwerkerk aan de IJssel. Zelf woont regisseur Eric de Vroedt in Amsterdam. Daar maakt hij theater over hoe grote maatschappelijke ontwikkelingen aankomen in de Vinex. In zijn jongste voorstelling, mightysociety 4, worden europarlementariër Henriëtte en zakenman Raymond in Henriëttes huiskamer voortdurend gefilmd door haar zoon, journalist Bas-Jan. Henriëtte heeft elk contact met haar kiezers verloren, Ray koopt vervuilende bedrijven in China op, om die met Europese subsidie groener te maken – een flink deel van dat geld verdwijnt in zijn eigen zak. Beiden zouden de werkelijkheid allang ontstegen zijn, als daar die hinderlijke Bas-Jan niet was met zijn zeurvragen en zijn camera. En als daar niet, op Henriëttes eigen bank, opeens Dick en Sharon zaten, voormalige werknemers uit het bedrijf van Ray, die verhaal komen halen.

Niks relatiedrama, de trefwoorden van mightysociety 4 zijn sanering, outsourcing, schaalvergroting, globalisering. Zoals die van mightysociety 3 terrorisme waren, AIVD, jihad en bomgordel.

„Engagement is mijn Unique Selling Point”, spot De Vroedt (1972), die zo snel praat dat zijn woorden soms over elkaar heen schuiven. De Vroedt is de grootste belofte onder de toneelregisseurs van in de dertig, de generatie die nu zo’n tien jaar aan het werk is. In 2003 maakte hij zich los van de door hem opgerichte toneelgroep Monk om mightysociety te beginnen, een serie van tien stukken over politieke kwesties. Geen moraliteiten, maar zwarte komedies waarin de personages elkaar snijdend onderuithalen. Ook het kunstenaarspersonage dat in ieder stuk weer opduikt, blijft niet buiten schot. „Wat verkoop jij, Bas-Jan”, vraagt zakenman Ray aan zijn stiefzoon-de-geëngageerde-journalist. „Bevlogenheid?”

De Vroedt, ironisch: „Ik ontsnap zelf ook niet aan commercialisering. Iedereen werkt bij mij flexibel, en mightysociety is eerder een merknaam dan een groep. Tegenover de buitenwereld hamer ik steeds op die paar dingen, politiek theater, met debat en discussie na. Ik heb dat opgepikt toen ik campagneleider Kay van de Linde sprak, ter voorbereiding op mightysociety 1, over spindoctors. Ik regisseer ook repertoire, dit seizoen bijvoorbeeld Lange dagreis naar de nacht van O’Neill. Maar dat wordt nauwelijks opgemerkt. Iedereen associeert mij met engagement.”

Over het effect van zijn werk

maakt hij zich ondertussen geen illusies. „Zelf ben ik nog nooit anders gaan denken door een voorstelling, hoogstens is je aandacht wat verlegd. Toch denk ik wel dat ik met mightysociety, en met de bijbehorende publiciteit en debatten, iets bij kan dragen. Uiteindelijk verander je zo misschien toch de wereld: door het denken over de wereld te veranderen.”

In zijn stukken poogt De Vroedt greep te krijgen op maatschappelijke processen als populisme, terrorisme of globalisering, juist door zijn personages daarin te laten falen. Hij is daarbij niet mild; kwetsbaarheid koppelt hij steeds aan kleinheid, lafheid, gebrek aan durf. Waarom, bijvoorbeeld, zouden Raymond en Henriëtte zich als enigen moeten verzetten tegen de corruptie van het europarlement en het bedrijfsleven? Zij zijn toch zeker gekke Gerritje niet. En waarom, verdorie, mogen Dick en Sharon niet unverfroren in hun slachtofferschap leunen? Zij zijn al zielig genoeg, dan mogen ze er toch wel uithalen wat erin zit?

De Vroedt: „Mijn voorstellingen beginnen vaak met irritatie. Anderhalf jaar geleden ergerde ik mij enorm aan de gesloten houding van Nederland, de benauwdheid. Ik wilde een pleidooi schrijven voor het kosmopolitisme. Maar toen ik me verdiepte in de positie van mensen die hun werk verliezen, die overbodig worden verklaard, kreeg ik meer begrip. Door globalisering en almaar toenemende efficiency gaan zaken verloren. Het draait uiteindelijk om de vraag hoe we de zogenaamd softe zaken als menselijkheid, traagheid en stilte kunnen organiseren, en hoe we het mondiale met het lokale kunnen rijmen. Voorlopig lijkt de spagaat dus de beste levenshouding. En die is voor de meeste mensen nogal lastig.”

Zie je, nu je bijna op de helft bent van het ‘mightysociety’-project, een rode draad?

„Waar ik telkens op stuit, is het gebrek aan een alternatief: het gebrek aan een samenhangende linkse agenda. In deze voorstelling blijkt opnieuw hoe pervers, maar ook hoe verleidelijk de heersende neoliberale agenda is. We zijn allemaal verwend, we willen een comfortabel leven. We kankeren bijvoorbeeld op de NS, en dus komen er managementlagen, en saneringen en bedrijfssplitsingen om de NS efficiënter te maken. We zijn allemaal verantwoordelijk, en dus is niemand verantwoordelijk. Niemand is tevreden, maar niemand heeft een alternatief. Erg treurig, eigenlijk.”

Behalve door zijn voorstellingen valt Eric de Vroedt op door zijn uitgesprokenheid. Anders dan in de theaterwereld gebruikelijk is wil hij niet per se iedereen te vriend houden. In een rondetafelgesprek tussen regisseurs dat de Volkskrant organiseerde, noemde hij regisseur Hans Croiset, die bij de musicalpaus voorstellingen maakt, „de schaamlap van Joop van den Ende” en grapte hij dat hij zijn tafelgenoten verantwoordelijk hield voor de in de schouwburgen heersende middelmatigheid. Toen De Vroedt vervolgens een alliantie sloot met Toneelgroep Amsterdam (hij mag gebruik maken van de faciliteiten van het gezelschap en regisseert onder de vleugels van TA een voorstelling), kwam hem dat op flinke kritiek te staan.

Van Hove lijft je in, zoals Unilever het biologische ijsmerk Ben and Jerry’s.

„Natuurlijk kun je dit zien als een opportunistische samenwerking. Maar daar is het me niet om begonnen. Misschien, je weet maar nooit, brengen Ivo en ik wel iets nieuws tot stand. Iets spannends! De toneelwereld is zo conformistisch. Iedereen zit maar in zijn hokje, repeteert op dezelfde manier, is bang voor ruzies, standpunten. Doe eens iets onverwachts! Zoek je grootste vijand en ga met hem samenwerken!”

Om de verstarring en de marginalisering van theater tegen te gaan – nog maar twaalf procent van de schouwburgavonden is voor gesubsidieerd toneel – lanceerden elf artistiek leiders onlangs een plan voor een toneelbestel rond acht grote stadsgezelschappen. Die zouden jonge makers onder hun hoede moeten nemen. Tegelijkertijd verandert volgend jaar het subsidiestelsel; voor structurele subsidie komen dan veel minder gezelschappen in aanmerking. De rest moet onderdak zien te vinden bij een nieuw megafonds voor alle podiumkunsten. Een en ander leidt volgens De Vroedt tot een slachting in het kleine-zalencircuit.

„Mijn hart ligt bij de kleine gezelschappen. Maar je ziet ook hier het gebrek aan een alternatief. De kleine groepen zien geen kans iets wezenlijks tegenover dat plan van de grote gezelschappen te zetten. Dat er kleine groepen zullen sneuvelen is ondertussen onvermijdelijk. Het kleine zalencircuit is vastgeroest en versnipperd omdat de subsidiegever nu geld geeft aan tientallen groepjes, en omdat programmeurs geen echte keuzes durven maken. Besluit als werkplaats eens om drie makers te steunen. Niet tien.”

Verlaat je daarom het kleine circuit?

„Ik verlaat het kleine circuit niet, maar ik ben wel toe aan een groter platform. Ik zit nu vast aan een beperkt budget en een beperkt publiek, ik barst er echt aan alle kanten uit.”

mightysociety 4: tournee t/m 25 mei. Zie ook www mightysociety.nl