De geboorte van Nefertari 1

Ik heb een verhaal geschreven over de geboorte van de oude Egyptische koningin Nefertari. Het verhaal speelt zich af in 1300 voor Christus.

De geboorte van Nefertari

Zij, een oudere vrouw vernoemd naar Godin Isis, lag ijlend in bed. Schreeuwend en draaiend. Haar man vernoemd naar Farao Ramses gaf haar water maar wist eigenlijk niet goed wat hij moest doen. Hij liep steeds door de kille straten naar de stenen waterput. Liet de emmer zakken en tilde het weer op. Met het water vulde hij een kleine leren buidel en haastte zich terug. Meer dan de helft van het water viel er steeds uit. Waardoor Isis steeds een paar druppels water oplikkend naar binnen kon krijgen. Hij wist dat het zinloos was. Maar hij had er alles voor over om haar levend te houden. Ze stotterde dat ze honger had en begon vervolgens weer te woelen. Hij maakte buiten op het zanderige plein een vuurtje. Hij zocht een paar takken. Hij kon niks vinden. Het was hopeloos om nog verder te zoeken. Hij had maar een ding wat goed zou kunnen vlammen. Het dodenboek. Maar dat kon hij niet verbranden. Dat mocht gewoon niet. Dat is heiligschennis. Hij trok toen maar zijn kleren uit. Naakt stond hij daar bij het vuurtje. Zijn kleren vlammend op de grond. Hij maakte wat brood van het laatste graan dat hij had. Het brood. Het brood was altijd zo hard als steen. Zo hard als het steen van het paleis van Ramses. De farao Ramses. „Wat is het leven toch oneerlijk. Als ik ooit maar farao kon zijn. Dat zou genoeg zijn. Eén keer maar”, dacht Ramses. Ineens proefde hij de geur van rook. Het brood! Het was helemaal aangebrand. Snel graaide hij het weg en rende zo snel als de zonneboot van Ra varen kon. De trappen op. Sloeg de deur open en hoorde het geklaag van Isis. Hij gaf haar het brood. Ze was overstuur. Haar kleur zal Ramses nooit vergeten. Lijkbleek met blauwe plekken. Gerimpeld en het grote litteken op haar voorhoofd. Ze vertelde altijd hoe ze het had gekregen. Haar ouders hadden altijd gewerkt aan de schijnende muren van het glimmende paleis van Ramses. Zij speelden altijd met de andere kinderen. Zij speelden tussen de graankoren van een boer. Alleen door het heerlijke geruis van het koren en het gezang van de ibissen viel ze in een diepe slaap. De andere kinderen waren gestopt en zochten haar, maar konden haar niet vinden. Ze dachten dat ze naar haar hut was gegaan. Maar zij, Isis werd toen in het donker wakker. Ze werd wakker door het gesis in haar oor. Er lag een grote, schuwe slang op haar kleine lijfje. Binnen de kortste keren rende ze schreeuwend het erf af. Ze was verdwaald. Het was donker. Heel donker.

Dit was het eerste deel van een drie-delige serie over Nefertari, door Tijmen el Baradi, 11 jaar, uit Amsterdam