De Champions League van bang en mond dicht

Nu weer een enquête namens Het Nationaal Comité 4 en 5 mei, en let op: gisteren stonden we nog in de Europese top van geluk en tevredenheid, vandaag blijken we in grote meerderheid (80 procent) doodsbenauwd voor fundamentalisten, en vinden we voor 40 procent ‘dat je niet altijd voor je mening kunt uitkomen’.

Het klinkt als het dagmenu van de volkskeuken. Vandaag angst en zelfcensuur.

Ik heb wel eens gedacht dat er sprake moet zijn van een tot nu toe geheim gehouden afspraak tussen het NCRV-programma Stand.nl en de onderzoek&adviesbureauindustrie. Sjors Fröhlich moet elke middag een onderwerp hebben, en onderzoeksfirma’s – moordende concurrentie; alleen al in Amsterdam staan een paar duizend rivalen in het telefoonboek geregistreerd – leveren ze graag toe.

De vervolgvraag is natuurlijk wie toelevert aan wie. Want ik noem nou wel dat onnozele Stand.nl, maar je moet voor de aardigheid eens op de site van elk willekeurig dagblad kijken. Dan krijg je echt het gevoel dat alle redacteuren tegenwoordig Sjors Fröhlich heten.

‘De leraren kunnen gemakkelijk met minder vakantiedagen toe.’

‘Marianne Thieme doet er verstandig aan de raad van Maarten ’t Hart op te volgen.’

‘Marokkaanse veelplegers moeten niet alleen een gevangenispak dragen, er moet ook een loden bal aan hun been.’

Eens of oneens met deze stelling? Dan kunt u – enzovoorts. Dagelijks honderden reacties. En bij zulke vormen van massavermaak loert in de onderzoek&adviesbranche toch zeker vroeg of laat de verleiding om onderling prijsafspraken voor discussie-items te maken, waarna gehuurde racketeers met geweld kunnen ingrijpen als een medium probeert onder de markt te werken? Zou Neelie Kroes dat na het bier niet ook moeten aanpakken?

Hoe rijmen we overigens de honderdduizenden gretige krantenlezers, radioluisteraars, televisiekijkers en internetgebruikers die dagelijks dankbaar gebruik maken van de kans om met hun opinie over de brug te komen, met de bedremmeldheid van de 40 procent om er eerlijk voor uit te komen? Moet ik daar uit afleiden dat bijna de helft van de Nederlanders op de site van de NRC of in de microfoon van de Christelijke Radio Vereniging, dingen beweren die ze niet helemaal echt hadden willen zeggen?

Ik heb me de laatste jaren vaak afgevraagd of het wel goed is voor de geestelijke volksgezondheid, wanneer mensen als het ware gedwongen worden om 24 uur per dag op alles wat zich in de wereld voordoet een commentaar te verzinnen. Maar als die mensen dan ook nog voor 40 procent om de waarheid heen moeten draaien omdat ze de consequenties van hun mening niet durven dragen, is de borderline gauw overschreden.

Maar waar hébben de geënquêteerden het over als ze zeggen dat hun vrijheid van meningsuiting ‘onder druk staat’?

In de krant las ik dat de aarzeling vooral opspeelt in de discussie over de multiculturele samenleving. „Kennelijk”, hadden de onderzoekers ter toelichting aan hun rapport toegevoegd, „is dit debat zo gepolariseerd dat men het gevoel heeft niet altijd te kunnen zeggen wat men wil.”

De aap uit de mouw.

Honderduit praten ze elke dag vrijuit over de economische hausse in China, over Plasterk, over reclamebloot of over Virginia Tech – maar dan staat er weer eens een imam in Tilburg op (altijd met een Zoon; ze willen dolgraag op het christendom lijken), of Turken snijden weer eens de keel van een bijbelwinkelier af, of de buurtoverlast is weer eens ontstaan door toedoen van Noordafrikaantjes, en alles in de krop van de opiniegevers wil het uitschreeuwen van woede over die vuile smerige rotmoslims. Maar ja: kan niet.

Leer mij ze kennen, de enquêteurs en hun respondenten. Beknot in hun vrijheid van meningsuiting!

Dat kan natuurlijk nooit goed aflopen. Maar dat zien we in het volgende opinieonderzoek.