De bonussenbonanza

Er is een klein lichtpuntje te ontdekken in de managementcrisis die PCM uitgevers, het concern dat vier van Nederlands meest toonaangevende dagbladen uitgeeft, treft. De morele verontwaardiging, geventileerd via de opiniepagina’s van diezelfde kranten, over de beloningen die de falende PCM-bestuurders hebben geïncasseerd, begint eindelijk effect te sorteren.

Bert Groenewegen, de financiële topman van PCM uitgevers, en ook Essent-topman Michiel Boersma, die op dit moment fusiebesprekingen voert met Nuon, hebben onder druk van de publieke opinie gezegd af te zien van de bonussen die aan hen waren toegekend. De bonus van Boersma à raison van 1,3 miljoen euro is nu voor een goed doel bestemd.

Daarmee lijkt men te willen benadrukken dat de fusiebonus op zich gerechtvaardigd is, en dat het afzien ervan door Boersma louter een gebaar van goede wil is. Terwijl het maar zeer de vraag is of bonussen die aan het management worden toegekend in het kader van zogenoemde ‘change of control’ bepalingen een rechtelijke toetsing kunnen doorstaan.

In 2002 heeft de Ondernemingskamer in Amsterdam bepaald dat dergelijke bonussen alleen zijn toegestaan voor zover ze noodzakelijk kunnen worden geacht voor het waarborgen van de continuïteit van de bedrijfsvoering. Het betrof Rodamco North America waar de arbeidsovereenkomsten van de ondernemingsbestuurders in het licht van een dreigende overname door de Australische vastgoedonderneming Westfield waren aangevuld met de gewraakte change of control afspraken.

De directieleden van Rodamco North America zouden bij een overname aanspraak maken op drie jaarsalarissen, inclusief bijzondere beloningen, ook als zij hun baan niet zouden verliezen. Als ze wel zouden worden ontslagen, zouden ze naast de drie jaarsalarissen recht hebben op een schadeloosstelling plus een gebruteerde vergoeding voor de eventueel verschuldigde belasting.

De onderzoekers die in opdracht van de Ondernemingskamer de gang van zaken bij Rodamco North America hadden onderzocht, oordeelden dat de extra’s voor de directieleden „buitengewoon royaal” waren in het licht van de Nederlandse opvattingen. De president van de Ondernemingskamer, Huub Willems, haalde onverbiddelijk een streep door de bonusregelingen van de directieleden van Rodamco North America.

Groenewegen van PCM Uitgevers gaf tenminste ruiterlijk toe dat de winst die hij en zijn collega-bestuurders hadden behaald met de verkoop van het meerderheidsbelang van APAX, niet viel uit te leggen. Maar dat weerhield de rest er niet van om de winsten wel in eigen zak te steken. Die streken bedragen tot bijna 2 miljoen euro op bij de aandelenverkoop, terwijl de krantenredacties tegelijkertijd moesten bezuinigen.

De redactieraden van NRC Handelsblad, de Volkskrant en Trouw hebben inmiddels bepleit dat de Ondernemingskamer wordt gevraagd om een onderzoek in te stellen naar het beleid bij de moederonderneming. De bonussen voor het 29-koppig management zijn dan slechts een onderdeel van het onderzoek, maar wel een uiterst belangrijk onderdeel. De vraag waar de Ondernemingskamer zich over moet uitspreken is of en zo ja welke rol die hebben gespeeld bij het wanbeleid van de afgelopen jaren.

In de discussie over de topsalarissen zijn tot nu toe voornamelijk morele argumenten gehanteerd. De exponentiële groei van de inkomensverschillen zou de sociale cohesie aantasten. Daarom pleit zowel de FNV als de PvdA-fractie in de Tweede Kamer ervoor om een graaitax te introduceren in de inkomstenbelasting voor inkomens boven bijvoorbeeld een kwart miljoen euro.

Een progressieve belastingheffing wordt van oudsher gezien als het aangewezen middel om de inkomensverschillen te redresseren. Maar de vraag is of het ook een probaat middel is om het zelfbedieningskapitalisme, zoals Marc Chavannes het eind vorige maand zo treffend verwoordde, aan te pakken. Er is immers een gerede kans dat de bedragen worden verhoogd om de bestuurders voor de extra belastingheffing te compenseren.

Belangrijker is dat de bedenkingen tegen de bonussenbonanza in de top van het bedrijfsleven niet louter moreel van aard zijn maar ook, of misschien wel vooral, (bedrijfs-)economisch van aard. Wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat naarmate de bonussen die het topmanagement in het vooruitzicht krijgt gesteld, hoger zijn, de kans groter is dat binnen een onderneming boekhoudfraude wordt gepleegd. Zie het drama van Ahold.

Aandelenopties voor het topmanagement kunnen ook een rol spelen in het aanwakkeren van speculatieve bubbels op de financiële markten. De aandelenkoersen hebben dan nog maar weinig van doen met de waarde van de onderneming, maar meer met de luchtkastelen die managers en beleggingsspecialisten beleggers voorspiegelen. Beleggen heeft in die gevallen veel weg van deelname aan een piramidespel. Het lukte voormalig KPN-topman Wim Dik bijvoorbeeld niet om het hoofd koel te houden tijdens de internethype rond de eeuwwisseling, en hij leidde het telecombedrijf van boom tot bust. Dik verdiende door middel van zijn aandelenopties aan de koerswinsten, en door middel van de ontslagvergoeding aan de koersverliezen. Anders dan voor de aandeelhouders is het voor de topmannen een loterij zonder nieten.

Het wordt de hoogste tijd om de discussie over de topinkomens van de emoties te ontdoen. Het gaat niet om jaloezie, en er staat veel meer op het spel dan de sociale cohesie. Voormalig Unilever-topman Morris Tabaksblat heeft de vorige minster van Financiën, Gerrit Zalm, in juni 2003 geadviseerd om de variabele beloningscomponenten te maximeren op 50 procent van het totale jaarsalaris. De nieuwe minister van Financiën kan de maatregel zo invoeren.

Zoals Nobelprijswinnaar Joseph Stiglitz afgelopen woensdag in deze krant zei: „Volgens mij worden de werknemers juist ontslagen omdat de bestuurders zo goed betaald krijgen.” Kijk maar naar PCM.