Ambtenaar weet zelf of-ie weg kan

Het kabinet laat na keuzes te maken bij de bezuiniging op rijksambtenaren, is de kritiek van oud-topambtenaren. Dat politici de keuzes liever aan de ambtenarij zelf laten, ligt voor de hand, maar heeft ook risico’s.

Het kabinet laat het bezuinigen op de rijksoverheid vooral over aan de ambtenaren zelf. Een voorstel van topambtenaren om 750 miljoen euro te bezuinigen op de rijksdienst is integraal in het regeerakkoord overgenomen.

De vorige week bekendgemaakte verdeling van de 750 miljoen euro over de ministeries toont aan dat het kabinet opnieuw keuzes uit de weg gaat. Dit zeiden oud-topambtenaren Steven van Eijck en Roel in ’t Veld maandag in deze krant. Zij zien de bezuiniging als schoolvoorbeeld van de kaasschaafmethode: elk ministerie levert een beetje in. Met deze aanpak is de hele afslankingsoperatie „tot mislukken gedoemd”.

Van chirurgisch snijden in het ambtenarenapparaat is inderdaad geen sprake, maar een blik op de plannen leert dat het kabinet meer dan alleen de kaasschaaf hanteert – de Groningse hoogleraar economie Flip de Kam noemt het een „genuanceerde kaasschaaf”.

Haagse beleidsambtenaren en hun ondersteunend personeel worden onevenredig hard getroffen. Ongeveer 2.000 van de ruim 10.000 beleidsmakers op ministeries moeten verdwijnen, dat is 20 procent. De klap komt nog harder aan voor de 20.000 tot 30.000 ambtenaren met een ondersteunende taak (personeelszaken, huisvesting, enz.). Daar gaat er 20 tot 30 procent uit. De uitvoerende diensten worden ontzien. Zo hoeft de Belastingdienst maar 2,5 procent extra te bezuinigen en het UWV ook.

De bezuiniging is dus gericht op beleidsmakers en overhead, maar deze bezuiniging is vervolgens gelijkmatig over de ministeries verdeeld.

Dit ligt voor de hand. Harde informatie om vooraf aan te geven waar precies te bezuinigen lijkt niet voorhanden bij politici. Dit is niet alleen maar te wijten aan een gebrekkige gegevens over wat beleidsambtenaren doen. De ongrijpbaarheid van het werk van de beleidsambtenaren is op zichzelf een reden waarom hun werk nog onderdeel uitmaakt van de kern van de overheid. Taken die makkelijk zijn te omschrijven zijn geprivatiseerd (energievoorziening), uitbesteed (catering), of verzelfstandigd (belastingdienst).

Informatie over welke beleidsambtenaar overbodig is, zit binnen de ministeries zelf. Door hen een totaalbedrag aan bezuinigingen op te leggen zijn de ministeries gedwongen zelf te kiezen. Politici kunnen dat niet goed. „En zij willen dat ook niet”, voegt econoom De Kam toe.

De oud-topambtenaren waren maandag somber over de slagingskans van de bezuiniging. Maar de bezuiniging wordt alleen niet gehaald als ministeries zich niet aan hun begroting houden. Het ministerie van Financiën kort de ‘apparaatskosten’ op de begroting van de departementen. De bezuiniging is al ingeboekt. Sinds minister Zalm moeten ministeries budgetoverschrijdingen binnen hun eigen begroting oplossen.

De timing van de bezuiniging vormt wel een risico. De helft van de bezuiniging staat voor 2011 gepland. Dat is het laatste jaar waarvoor dit kabinet een begroting maakt, maar ook het jaar waarin een nieuw kabinet begint. Het is deels een bezuiniging voor het volgende kabinet. „Het gevaar is dat een deel doorgeschoven wordt”, zegt De Kam.

Maar al wordt de bezuiniging gehaald, De Kam moet nog zien hoeveel ambtenaren echt verdwijnen. Schuiven met posten binnen de begroting is niet ongewoon. „Onder het vorige kabinet zijn voor honderden miljoenen meevallers gebruikt om overschrijdingen te compenseren.” Ook tellen lagere materiële kosten zoals huisvesting mee voor de bezuiniging. Dat laat ruimte om te schuiven tussen personeel en materieel.

Ambtenaren zelf zijn zich al aan het organiseren om een alternatief voor de bezuiniging te presteren. Leden van vakbonden beginnen hiervoor binnenkort discussies die als een estafetteactie van ministerie naar ministerie gaan. De eerste actie komt op Onderwijs, staat in een brief die onlangs is verspreid.