Abu Sayyaf onthoofdt zeven gijzelaars

The still bound headless bodies of six workers and a dried-fish vendor killed by Abu Sayyaf militants are brought to a Philippine National Police camp after being retrieved at Parang town in the volatile island province of Jolo in southern Philippines Friday April 20, 2007. The Philippine army, outraged by the beheadings of seven Abu Sayyaf hostages whose heads were delivered to troops on southern Jolo island, ordered its units Friday to intensify efforts to wipe out the "barbaric" militants. The men, six road project workers and a dried-fish factory worker, were kidnapped at gunpoint by the al-Qaida-linked militants in two separate incidents Monday near the town of Parang, 960 kilometers (600 miles) south of Manila, the military said. (AP Photo) Associated Press

Het Filippijnse leger heeft vandaag aangekondigd harder op te treden tegen Abu Sayyaf, nadat de terreurgroep deze week zeven gijzelaars had onthoofd op het zuidelijke eiland Jolo. Tegelijkertijd is het leger op het eiland de strijd aangegaan met de rebellenbeweging MNLF, die tot voor kort de militairen hielp bij het bestrijden van Abu Sayyaf. Als gevolg daarvan zijn 40.000 mensen op de vlucht geslagen.

Maandag ontvoerde Abu Sayyaf, de kleinste van vier islamitische rebellenbewegingen in het zuiden van de Filippijnen, zes wegwerkers en een fabrieksarbeider, allen christenen afkomstig van het eiland Mindanao. Toen hun eis voor losgeld niet werd ingewilligd doodde Abu Sayyaf de gijzelaars en liet hun hoofden afleveren bij twee legerposten. Vandaag vond de politie de lichamen in een truck in Parang, waar de zeven waren ontvoerd.

Generaal-majoor Ruben Rafael, militair leider op Jolo, vermoedt dat de onthoofdingen een wraakactie zijn voor de grote verliezen die de antiterreureenheden, opgeleid door Amerikaanse experts, aan Abu Sayyaf hebben toegebracht. In september kwamen in de strijd Abu Sayyaf-leider Khadaffy Janjalani en zijn beoogde opvolger Abu Sulaiman om. Zeventig andere strijders zijn sindsdien gedood, en ongeveer 300 rebellen, die zich zouden hebben gesplitst in zeker zes facties, hebben zich teruggetrokken in de jungle van Jolo. Zij zouden daar onderdak verlenen aan voortvluchtige Indonesische moslimterroristen van Jema’ah Islamiyah, die verantwoordelijk worden gehouden voor bomaanslagen in Indonesië, onder andere die op Bali.

Amerikaanse militairen hebben de afgelopen maanden hard gewerkt om met ontwikkelingsprojecten de steun van de bevolking te winnen. De andere methode om Abu Sayyaf te bestrijden, samenwerking met de islamitische rebellengroep MNLF, is stukgelopen. Het leger is een operatie begonnen tegen MNLF-leider Habier Malik, omdat die steun zou verlenen aan Abu Sayyaf en Jema’ah Islamiyah. Als gevolg van een bombardement en beschietingen op zijn kamp zijn deze week 40.000 mensen hun huizen ontvlucht. Malik, die is ontkomen, heeft vorige week een legerpost laten beschieten, omdat militairen twee van zijn strijders hadden gedood. Militair stafchef generaal Hermogenes Esperon vreest dat Malik nu een tactische samenwerking zal aangaan met de nieuwe Abu Sayyaf-leider Albader Parad.

Legercommandant luitenant-generaal Romeo Tolentino heeft zijn troepen op Jolo opdracht gegeven „hun inspanningen te verdubbelen om de barbaarse Abu Sayyaf te verslaan”. Volgens president Gloria Macapagal Arroyo zijn de troepen „toegewijd” aan „de uitroeiing” van Abu Sayyaf. (AP, Reuters)