Vrouwelijkheid als offensief argument

De laatste dagen voor de eerste ronde van de Franse presidentsverkiezingen moet Ségolène Royal de kiezers in het centrum behouden, zonder die van links te verliezen.

De Franse presidentskandidate Ségolène Royal vorige maand tijdens een bijeenkomst van een arbeidersorganisatie in Villeurbanne, een voorstad van Lyon. Foto AP French Socialist presidential candidate Segolene Royal looks on during the 9th session of the Working-Class Suburbs Assembly in Villeurbanne, outside Lyon, central France, Saturday, March 24, 2007. (AP Photo/Maxime Jegat) Associated Press

De ene dag het Elysée, de volgende dag de supermarkt. De socialistische kandidate Ségolène Royal beleeft een spannende laatste week voor de eerste ronde van de Franse presidentsverkiezingen. Drie dagen voor het uur U groeit in haar kamp de onrust dat Royal hetzelfde lot wacht als haar voorganger Lionel Jospin vijf jaar geleden: uitgeschakeld in de eerste ronde.

Die kans is reëel. In de peilingen loopt Royal met tussen de 22 en 26 procent achter op de rechtse kandidaat Sarkozy en maar net voor op de centrumkandidaat François Bayrou. De afgelopen week riepen gematigde sociaal-democraten als oud-premier Michel Rocard en de populaire Bernard Kouchner om een alliantie tussen Royal en Bayrou. Zij heeft die mogelijkheid verontwaardigd afgewezen. Maar het debat illustreert hoe weinig er over is van het enthousiasme dat Royal opriep toen zij eind vorig jaar een klinkende overwinning haalde bij de interne kandidaatsverkiezingen in de Parti Socialiste.

Sinds januari is Royal eigenlijk voortdurend in de problemen geweest. Eerst kreeg ze kritiek op onhandige opmerkingen in het buitenland. Daarna kwamen verwijten uit de eigen partij over haar zwabberende campagne. Een medewerker stapte over naar Sarkozy. Royal reageerde weifelachtig. Nu eens beloofde zij meer samen te werken met andere zwaargewichten in de partij, dan weer prees zij zichzelf aan als „vrije onafhankelijke vrouw”. Omgekeerd bracht Royal de kritiek op haar kundigheid in verband met haar vrouw-zijn: overal ter wereld krijgen vrouwelijke kandidaten meer kritiek dan mannelijke.

Onder de Franse kiezers leeft dat onderwerp niet zo. Geen enkele peiler meet althans een voorkeur van vrouwelijke kiezers voor Royal. Maar het leidde wel de aandacht af van het grootste probleem voor Royal in de eerste ronde: haar strategisch moeilijke positie. Terwijl Bayrou vanuit het centrum lonkt naar haar electoraat, moet zij ook rekening houden met de zes extreemlinkse kandidaten die elk een of twee procent kunnen wegsnoepen.

Die linkse en rechtse druk weerspiegelt ook de aanhoudende verdeeldheid in haar eigen partij. Toen Royal vorig jaar als een komeet opkwam, gold het nog als een voordeel dat zij zich nooit had gemengd in de hevige interne strijd over de ideologische vernieuwing. Nu lijdt ze eronder dat ze haar partij nooit veroverd heeft.

In de eerste ronde is het voor Royal vooral zaak niet weggevaagd te worden. In de tweede ronde gaat het alleen nog om het verslaan van Sarkozy. De laatste weken richt Royal zich daar steeds meer op. De verongelijktheid heeft ze afgeschud. De vrouwelijkheid is nu een offensief argument geworden. Royal wil de moeder van de Republiek zijn, goed voor de Fransen, zoals voor haar eigen kinderen, sereen en met rijpe afstand tot het dagelijkse gewoel. Heel anders dus dan Sarkozy, die zij bekritiseert als een „populist” die het land de kant opstuurt van „bijna-burgeroorlog”.

Zelf komt ze intussen elke dag met nieuwe voorstellen om de twijfelaars alsnog te overtuigen. De ene dag dus over het Elysée, het presidentiële paleis waarvan zij de kosten niet alleen belooft terug te brengen – het budget voor recepties met de helft omlaag – maar ook openbaar te maken. En gisteren was Royal in een supermarkt in Parijs, om te protesteren tegen de werkomstandigheden van kassières. „Vrouwelijke werknemers zijn het proletariaat van vandaag”, vindt Royal. Ze zette het schrappen van banen in supermarkten af tegen de gouden handdruk die ex-topman Daniel Bernard van supermarktketen Carrefour twee jaar geleden kreeg: 38 miljoen euro, 2.500 banen tegen het minimumloon. Een verenigend voorstel: dat vindt iedereen schandalig, van extreem-links tot de meest gematigde centrum-linkse kiezer.