Vooral één detail over Cho Seung-hui bleef in mijn hoofd hangen

Er zijn van die dingen waar je niet te veel over moet nadenken, maar waar je toch vrij veel over nadenkt. Zo word ik nogal in beslag genomen door Cho Seung-hui, de Koreaans-Amerikaanse student die een flink aantal van zijn medestudenten heeft doodgeschoten in Virginia.

Misschien komt het omdat ik zelf toevallig op een Amerikaanse campus gewoond heb, en daar een kamer deelde met een Koreaans-Amerikaans meisje dat net als Cho erg stil, gedeprimeerd en volgens mij knettergek was. (Ze heeft me niet doodgeschoten, overigens.) Tijdens ons samenwonen, in een nogal intiem kamertje van drie vierkante meter met slechts een stapelbed en twee bureaus erin, hebben we ongeveer vijf woorden met elkaar gewisseld, waarvan twee keer ‘Hello’. Ik had een inniger contact met haar gezellig pruttelende rijstkoker dan met haar.

Vooral één detail over Cho Seung-hui bleef in mijn hoofd hangen. Ik las in The New York Times dat hij op de ochtend van zijn moorden voor het laatst werd gezien door een huisgenoot, die zag dat Cho in de badkamer moisturizer op zijn gezicht smeerde.

Moisturizer. Dat een campusmoordenaar ook een metroseksueel kan zijn, daar had ik nog nooit aan gedacht. Mij leken campusmoordenaars van die onverzorgde jongens met vet haar en vaalzwarte T-shirts, die hun grimmige wereldbeeld rechtstreeks vertaalden naar hun kledingstijl. Geen types die zich druk maakten over de vochtigheidsgraad van hun huid.

Het verhaal over de moisturizer zette me er bijna toe aan om via internet alles over Cho te weten te komen. Of hij een leave-in conditioner gebruikte, bijvoorbeeld. En hoe het zat met zijn vader en moeder en hun stomerij. Gelukkig wist ik me in te houden. Ik heb zelfs de morbide toneelstukken die Cho tijdens zijn studie schreef, niet gelezen. Al staan die ook op internet; een oud-studiegenoot van Cho is zo aardig geweest ze erop te zetten zodat de hele wereld zich kan verdiepen in Cho’s hersenspinsels. Een van de toneelstukken heet Richard McBeef, en die titel alleen al vind ik zo creepy dat ik het niet wil lezen.

Maar ik had de neiging wel. Eventjes. Het was aanlokkelijk. Ik geloof – ik hoop – dat het een menselijke eigenschap is om meer te willen weten van dit soort krankzinnigen. Maar het voelt toch een beetje als een afwijking. En dat is niet prettig. Alsof je zelf een krankzinnige met een droge huid bent.